‘Ik heb gezegd,’ vervolgde hij, ‘dat mijn grootmoeder een ouwe lellebel is. Ik heb het grof gezegd om je spanning te ontladen — en nu zul je vermoedelijk niet al te beledigd zijn over een heleboel beledigende dingen die ik nog te zeggen heb. Zeis oud, dat weet je, hoewel het je ongetwijfeld meestal gemakkelijk valt dat te vergeten. Ik vergeet het zelf meestal, terwijl ze zelfs al oud was toen ik een baby was die nog niet zindelijk was en kraaide als ik Haar zag. Een lellebel is Ze, dat weet je ook. Ik had kunnen zeggen ‘een vrouw met ervaring’, maar ik moest je ermee om je oren slaan; je hebt het aldoor ontweken zelfs terwijl je me vertelde hoe goed je het weet — en hoe weinig je erom geeft. Grootmoeder is een ouwe lellebel, daar beginnen we mee.
‘En waarom zou Zij iets anders zijn? Geef zelf het antwoord maar. Je bent geen idioot, je bent alleen maar jong. Gewoonlijk heeft Zij maar twee genoegens en aan een ervan kan ze niet toegeven.’
‘Wat is dat?’
‘Uit sadistische kwaadaardigheid verkeerde vonnissen vellen, daar kan Zij niet aan toegeven. Laten we dus dankbaar zijn dat er in Haar lichaam een onschadelijke veiligheidsklep is ingebouwd, anders zouden we allemaal afschuwelijk moeten lijden tot iemand er in slaagde Haar te vermoorden. Jongen, beste jongen, kun je bevroeden hoe dodelijk vervelend Zij de meeste dingen moet vinden? Je eigen animo is na een paar maanden al verdwenen. Bedenk eens wat het moet zijn om jaar na jaar dezelfde ellendige vergissingen aan te horen met niets anders om naar uit te zien dan een handige moordenaar. Wees dan dankbaar dat Zij nog steeds genoegen schept in één onschuldig genoegen. Dus is Zij een ouwe lellebel en dat bedoel ik niet oneerbiedig; ik breng een saluut aan een weldadig evenwicht tussen twee dingen die Zij zijn moet om haar werk te kunnen doen.
‘Dat ze met jou op een mooie dag op een heuvel een dwaas rijmpje heeft opgezegd heeft er geen eind aan gemaakt dat Zij is wat Zij is. Jij denkt dat Zij er sedertdien niet aan toegegeven heeft, dat Zij Zich alleen aan jou gehouden heeft. Mogelijk heeft Zij dat gedaan, als je Haar woorden juist hebt weergegeven en ik die op de juiste manier begrijp; Zij spreekt altijd de waarheid.
‘Maar nooit de hele waarheid — wie kan dat wel? — en Zij is door de waarheid te vertellen de meest bekwame leugenares die je ooit ontmoeten zult. Ik vrees dat je geheugen het een of andere woord ontgaan is waardoor ze kon ontsnappen zonder jouw gevoelens te kwetsen.
‘Als dat zo is, waarom zou Zij dan meer doen dan jouw gevoelens te ontzien? Ze houdt veel van je, dat is duidelijk — maar hoeft Zij daar zo fanatiek over te doen? Haar hele opleiding, Haar speciale aanleg zijn erop gericht fanatisme altijd te vermijden, de juiste oplossing te vinden. Zelfs als Zij tot nog toe geen schoenen door elkaar gegooid heeft, als je nog een week of een jaar of twintig jaar blijft en de tijd komt dat Zij het zal willen doen, dan zal Zij methoden weten te vinden, Zij zal in woorden niet tegen je liegen — en Zij zal Haar geweten geen geweld aandoen, omdat Zij dat niet heeft. Alleen maar Wijsheid, uiterst pragmatisch.’
Rufo schraapte zijn keel. ‘En nu de weerleggingen, de contrapunten en de tegenstellingen. Ik mag mijn grootmoeder graag en ik houd zo veel van Haar als mijn schrale aard me toestaat en ik respecteer Haar tot in haar bedrieglijke ziel — en ik zou jou of ieder ander vermoorden die Haar een strobreed in de weg legt of Haar ongelukkig maakt — en dat wordt maar gedeeltelijk veroorzaakt doordat Zij me een schim van Haar eigen Ik heeft meegegeven zodat ik Haar begrijp. Als Zij lang genoeg ontkomt aan het mes van een moordenaar of een bom of vergif, zal Zij de geschiedenis ingaan als ‘De Grote’. Maar jij had het over Haar ‘verschrikkelijke opofferingen’. Belachelijk! Ze vindt het heerlijk om ‘Hare Wijsheid’ te zijn, het Middelpunt waar alle werelden om draaien. Ik geloof ook niet dat Zij dat zou opgeven voor jou of vijftig betere mannen. Nogmaals, Zij loog niet, zoals jij het verteld hebt — Zij zei ‘ Als ’... wetende dat er veel kan gebeuren in dertig jaar of in vijfentwintig, waaronder vrijwel de zekerheid dat je niet zo lang zou blijven. Zwendel.
‘Maar dat is de minste zwendel die Zij je geleverd heeft. Ze heeft je beduveld vanaf het eerste ogenblik dat je Haar hebt gezien en lang voor dien. Ze speelde vals, dwong je het kaf bij het koren te nemen, dreef je voort als het eerste het beste slachtoffer dat verlangend is er het beste van te maken, suste je in slaap toen je iets begon te vermoeden, bracht je weer in het gareel en tot je van tevoren befaamde lot — en zorgde dat je het prettig vond. Zij maakt Zich nooit druk over methoden en Zij zou in één adem de Maagd Maria beetnemen en een verdrag met de Duivel sluiten, als het in haar kraam te pas kwam. O, je werd er voor betaald, ja, en met gulle hand; Zij is in geen enkel opzicht klein. Maar het wordt tijd dat je weet dat je beduveld bent. Begrijp goed, ik lever geen kritiek op Haar, ik juich het toe — en ik heb geholpen... behalve dat zwakke moment toen ik medelijden met het slachtoffer had. Maar je was zo betoverd dat je niet wilde luisteren, dankzij mogelijke heiligen die meeluisterden. Ik raakte korte tijd mijn zelfbeheersing kwijt, toen ik dacht dat je een moeilijke dood tegemoet ging met je onschuldige ogen wijd open. Maar Zij was slimmer dan ik, dat is Zij altijd geweest.
‘Luister! Ik mag Haar. Ik respecteer Haar. Ik bewonder Haar. Ik houd zelfs een beetje van Haar. Van Haar helemaal, niet alleen de aangename punten maar ook de onzuiverheden die haar uithoudingsvermogen zo sterk maken als het zijn moet. En jij, meneer? Wat voel jij nu voor haar... nu je weet dat Zij je beduveld heeft, nu je weet wat Zij is?’
Ik zat nog steeds. Mijn borrel stond naast me, die had ik gedurende die hele lange heftige toespraak niet aangeraakt. Ik pakte hem en stond op. ‘Op de meest grandioze ouwe lellebel in twintig universa!’
Rufo kaatste weer terug over het bureau en greep zijn glas. ‘Zeg dat luid en dikwijls! En tegen Haar, Zij zou het fijn vinden! Moge God, Wie Hij ook is, haar zegenen en moge Zij behoed worden. We zullen jammer genoeg nooit meer zo iemand ontmoeten als Zij is! — want we hebben ze per gros nodig.’
We sloegen onze borrels achterover en gooiden de glazen kapot. Rufo ging andere halen, schonk in, ging op zijn gemak in zijn stoel zitten en zei: ‘Nu kunnen we serieus gaan drinken. Heb ik je wel eens verteld van die keer, dat mijn —’
‘Ja. Rufo, ik wil meer over die zwendel weten.’
‘Wat dan?’
‘Nou, ik begrijp er een heleboel van. Neem nu die eerste keer dat we vlogen —’
Hij huiverde. ‘Laten we dat niet doen.’
‘Ik heb me er toen niet over verwonderd. Maar, aangezien Ster hiertoe in staat is, hadden we Igli kunnen verslaan, en de Gehoornde Geesten, het moeras, de tijd die we verspild hebben bij Jocko —’
‘Verspild?’
‘Wat haar doel betreft, En de ratten en de zwijnen en mogelijk de draken. We hadden rechtstreeks van die eerste Poort naar de tweede kunnen vliegen. Ja of nee?’
Hij schudde het hoofd. ‘Nee.’
‘Dat begrijp ik niet.’
‘Als we aannemen dat Zij ons zo ver had kunnen laten vliegen, een kwestie die ik nooit hoop vast te stellen, dan had Zij ons naar de Poort kunnen laten vliegen waaraan Zij de voorkeur gaf. Wat zou jij dan gedaan hebben? Als je regelrecht van Nice in Karth Hokesh was neergezet? Was je er op losgetrokken en had je als een veelvraat gevochten, zoals je nu hebt gedaan? Of had je gezegd: ‘Juffrouw, U heeft zich vergist. Waar is de uitgang van deze kermis — ik vind er niets aan.’?’
‘Nou — ik zou ‘m niet gesmeerd zijn.’
‘Maar zou je gewonnen hebben? Zou je zo fel paraat geweest zijn als nodig was?’
‘Ik begrijp het. Die eerste ronden waren oefeningen met echte ammunitie gedurende mijn opleiding. Of was het wel echt? Was dat hele eerste gedeelte zwendel? Misschien met hypnose, om het juist te laten aanvoelen? God weet, dat zij er expert in is. Was er geen gevaar voor we de Zwarte Toren bereikten?’
Читать дальше