‘Maar waarom heeft de mensheid een Tweede Kans gekregen?’ zei Collop met zijn zachte, ernstige stem. ‘Heeft zij het verdiend? Nee. Op een paar uitzonderingen na zijn de mensen gemeen, armzalig, kleingeestig, vals, buitengewoon egoïstisch en in het algemeen een twistziek, walgelijk zootje. De goden — of God — zouden bij het zien ervan moeten overgeven maar in dit goddelijk braaksel ligt een korreltje mededogen, als u me deze beeldspraak wilt verontschuldigen. De mens, hoe diep gezonken hij ook is, draagt een zilveren draad van het goddelijke in zich. Het is geen ijdel gezegde dat de mens naar Gods beeld werd geschapen. In de slechtsten onder ons ligt iets dat de moeite van het redden waard is en uit dit iets kan de nieuwe mens geschapen worden.
‘Wie ons deze nieuwe gelegenheid om onze ziel te redden geschonken heeft, kent deze waarheid. Wij zijn in dit Rivierdal — op deze vreemde planeet en onder vreemde hemelen — neergezet om aan onze verlossing te werken. Ik weet niet wat onze tijdslimiet is en de leiders van mijn Kerk gissen hier zelfs niet naar. Misschien is het een eeuwigheid of misschien maar honderd of duizend jaar maar we moeten gebruik maken van welke tijd we ook toegemeten krijgen, mijn vriend.’
Burton zei: ‘Werd jij niet geofferd op het altaar van Odin door Noormannen die vasthielden aan hun oude geloof ook al is deze wereld niet het Walhalla dat hun door hun priesters werd beloofd? Geloof je niet dat jouw gepreek voor hen verloren tijd en moeite was? Zij geloven in dezelfde oude goden, met als enig verschil enkele kleine aanpassingen aan de hier heersende omstandigheden, net zoals jij aan je oude geloof vasthoudt.’
‘De Noormannen hebben geen verklaring voor hun nieuwe omgeving,’ zei Collop, ‘maar ik wel. Ik heb een redelijke verklaring en dat is er een die de Noormannen tenslotte ook zullen aanvaarden om er even vurig als ik in te geloven. Mij hebben ze gedood, maar een ander lid van de Kerk met meer overredingskracht zal komen en met hen spreken voordat zij hem op de houten schijf van hun afgodsbeeld neerleggen en zijn hart doorsteken. Als hij ze er niet van afbrengt zal de volgende missionaris dit doen.
‘Het is waar dat op aarde het bloed der martelaren het zaad der Kerk was en hier geldt dit zelfs nog sterker. Als je een man vermoordt om hem tot zwijgen te brengen, duikt hij ergens anders langs De Rivier weer op. Een man die honderdduizend kilometer verder tot martelaar is gemaakt, komt hier de vorige martelaar vervangen. Tenslotte zal de Kerk het winnen. Dan zullen de mensen deze zinloze, haatverwekkende oorlogen beëindigen en aan het echte werk, het enige werk dat de moeite waard is, het werven van verlossing, beginnen.’
‘Wat je over martelaren hebt gezegd geldt voor iedereen met een idee,’ zei Burton. ‘Een goddeloos mens die gedood wordt duikt ook op om zijn zonden elders te bedrijven.’
‘Het goede zal zegevieren; de waarheid overwint altijd,’ zei Collop.
‘Ik weet niet in hoeverre je op Aarde in je bewegingsvrijheid beperkt was, of hoelang je leven duurde,’ zei Burton, ‘maar beide moeten wel erg beperkt zijn geweest om je zo blind te maken. Ik weet wel beter.’
Collop zei: ‘De Kerk is niet alleen op geloof gefundeerd. Zij heeft iets zeer feitelijks, zeer tastbaars, waarop zij haar leer grondvest. Vertel me eens, vriend Abdul, heb jij ooit wel eens gehoord van iemand die dood is verrezen?’
‘Dat is een paradox!’ riep Burton uit. ‘Wat bedoel je — dood verrezen?’
‘Er zijn minstens drie authentieke gevallen en nog vier andere waar de Kerk van heeft gehoord, maar niet in staat is geweest ze geldig te verklaren. Het ging om mannen en vrouwen die op de ene plaats bij De Rivier gedood werden en op een andere plaats weer terugkwamen. Vreemd genoeg waren hun lichamen herschapen maar zij droegen geen levensvlam. Nu, waarom gebeurde dat?’
‘Ik kan het me niet voorstellen!’ zei Burton. ‘Vertel jij het me maar. Ik luister wel want jij spreekt als iemand met gezag.’
Hij kon het zich wél voorstellen omdat hij hetzelfde verhaal al eens ergens anders had gehoord, maar hij wilde te weten komen of Collop’s verhaal met de andere klopte.
Het was dezelfde geschiedenis, tot de namen van de opgewekte doden toe.
Het verhaal luidde dat deze mannen en vrouwen door mensen die hen op aarde goed hadden gekend, waren geidentificeerd. Het waren allen volmaakte of bijna volmaakte mensen geweest en een van hen was op aarde inderdaad heilig verklaard. De theorie was dat zij een staat van heiligheid hadden verworven die het voor hen niet langer nodig maakte door het ‘vagevuur’ van de Rivierplaneet te gaan. Hun zielen waren naar een bepaalde plaats doorgereisd en hadden de overbodige bagage van hun menselijke gedaante achtergelaten.
Zoals de Kerk zei zouden spoedig meerderen deze toestand bereiken en hun lichamen zouden achterblijven. Uiteindelijk zou na verloop van tijd de Riviervallei ontvolkt raken. Allen zouden zich dan van hun gebreken en haat hebben ontdaan en met liefde tot de mensheid en God vervuld worden. Zelfs de meest verdorvenen, zij die totaal verloren schenen, zouden er in slagen hun menselijke gedaante overboord te zetten. Al wat nodig was om deze staat van genade te verwerven was liefde.
Burton zuchtte, lachte luid en zei: ‘Plus ca change, plus c’est la même chose. Weer een nieuw sprookje om de mensen hoop te verschaffen. De oude religies zijn in diskrediet geraakt — hoewel sommigen zelfs dit feit niet willen erkennen — en dus moeten er nieuwe worden verzonnen.’
‘Het is de waarheid,’ zei Collop. ‘Weet jij een betere verklaring waarom wij hier zijn?’
‘Misschien. Ik kan ook sprookjes verzinnen.’
Het was een feit dat Burton een verklaring had. Hij kon die echter niet aan Collop vertellen. Spruce had Burton iets over de identiteit, geschiedenis en doelstelling van zijn groep, de Ethici, verteld. Veel van wat hij had gezegd klopte met Collop’s godsdienstige opvattingen.
Spruce had zelfmoord gepleegd voordat hij uitleg over de ‘ziel’ had gegeven. Waarschijnlijk moest de ‘ziel’ deel van het gehele proces van verrijzenis uitmaken, anders zou, Wanneer het lichaam zaligheid had verworven en niet langer leefde, er niets over zijn om het meest wezenlijke deel van de mens voort te zetten. Aangezien het na-aardse leven in fysieke termen kon worden verklaard, moest de ‘ziel’ eveneens een fysiek wezen zijn, dat niet met de benaming ‘bovennatuurlijk’ kon worden afgedaan, zoals dat op aarde het geval was geweest.
Er was veel dat Burton niet wist maar hij had een vluchtige indruk van het functioneren van de Rivierplaneet gekregen die geen ander menselijk wezen bezat.
Hij was van plan met de geringe kennis die hij al had zich een weg naar meer kennis te banen, het deksel open te wringen en het heiligdom binnen te sluipen. Door zo te werk te gaan zou hij de Donkere Toren bereiken. De enige manier om daar snel te komen was de Zelfmoord Express te nemen. Om te beginnen moest hij door een Ethicus ontdekt worden, daarna moest hij de Ethicus overmeesteren, het hem onmogelijk maken zelfmoord te plegen en op de een of andere manier meer inlichtingen uit hem persen.
Ondertussen ging hij voort de rol te spelen van Abdul ibn Harun, de herrezen en overgeplante Egyptische dokter uit de negentiende eeuw, die nu burger van Bargawhwdzys was. In die hoedanigheid besloot hij zich bij de Kerk van de Tweede Kans aan te sluiten. Hij maakte Collop deelgenoot van zijn ontgoocheling in Mohammed en diens leer en werd op deze wijze Collop’s eerste bekeerling in dit gebied.
‘Nu moetje zweren tegen niemand de wapens op te nemen of jezelf fysiek te verdedigen, beste vriend,’ zei Collop.
Burton zei woedend dat hij geen mens zou toestaan hem aan te vallen en er ongedeerd vanaf te komen.
‘Het is niet tegennatuurlijk,’ zei Collop zachtmoedig. ‘Tegengesteld aan de gewoonte, dat wel, maar een mens kan anders worden dan hij is geweest, iets beters... als hij de wilskracht en het verlangen daartoe bezit.’
Читать дальше