‘Ik ga morgen naar de aarde terug,’ vertelde hij haar.
Ze lag achterover. Haar lichaam lag gereed om te ontvangen. ‘Bemin me, Minner.’
‘Ik ga alleen terug. Lona zoeken.’
‘Je hebt haar niet nodig. Hou er mee op me kwaad te maken.’ Ze trok aan hem. ‘Ga naast me liggen. Ik wil naar Saturnus kijken terwijl jij me bezit.’
Hij liet zijn hand langs haar zijden huid bewegen. Haar ogen glinsterden. Hij fluisterde: ‘Laten we uit de slee gaan. Laten we naakt naar dat meer rennen en er in zwemmen.’
Methaanwolken zweefden rondom hen. De temperatuur buiten zou Antarctica in de winter tropisch doen lijken. Zouden ze sterven door bevriezing of door het vergif in hun longen? Ze zouden het meer nooit bereiken. Hij zag hen al uitgestrekt liggen op een sneeuwduin, wit op wit, hard als marmer. Hij zou het langer uithouden dan zij als hij zijn adem inhield terwijl zij struikelde en viel, terwijl zij in elkaar zakte, haar vlees gestreeld door een koolwaterstofbad. Maar hij zou ’t ook niet lang uithouden.
‘Ja!’ riep ze. ‘We gaan zwemmen! En daarna beminnen we elkaar naast het meer!’
Ze strekte haar hand uit naar de hefboom waarmee het transparante dak opgelicht kon worden. Burris bewonderde de spanning en het spel van haar spieren terwijl haar arm zich uitstrekte, terwijl haar hand zich uitstrekte, terwijl gewrichtsbanden en pezen prachtig bewogen onder de gladde huid van pols tot enkel. Eén been had ze onder zich opgevouwen, het andere naar voren gestrekt om de lijn van haar arm te beantwoorden. Haar borsten werden naar boven getrokken; haar hals, die de neiging had om kwabbig te worden, was nu strak gespannen. Alles bij elkaar zag ze er mooi uit. Ze hoefde alleen maar een hefboom over te halen en het dak zou terugspringen en hen blootstellen aan de kwaadaardige atmosfeer van Titan. Haar slanke vingers lagen al om de hendel. Burris hield op met haar bekijken. Hij klemde zijn hand om haar arm op ’t moment dat haar spieren zich spanden, trok haar weg, smeet haar op de bank terug. Ze kwam op een wellustige manier neer. Toen ze rechtop ging zitten gaf hij haar een klap op haar lippen. Bloed droop langs haar kin en haar ogen glinsterden van genot. Hij raakte haar weer, hakkende slagen die haar vlees alle kanten op deden springen. Ze hijgde. Ze klemde zich aan hem vast. De geur van geilheid kwam in zijn neusgaten.
Hij sloeg haar nog eenmaal. Daarna, beseffend dat hij haar alleen maar gaf wat ze wilde, keerde hij zich van haar af en wierp haar het uitgetrokken zuurstofkostuum toe.
‘Doe dat aan. We gaan terug naar de koepel.’
Ze was de vleesgeworden rauwe honger. Ze kronkelde in wat een parodie van verlangen geweest zou kunnen zijn. Ze riep hem hees.
‘We gaan terug,’ zei hij. ‘En we gaan niet naakt terug.’
Tegen haar zin kleedde ze zich aan.
Ze zou het dak open hebben gedaan, zei hij tot zichzelf. Ze zou met me zijn gaan zwemmen in dat methaanmeer.
Hij startte de slee en reed snel terug naar het hotel.
‘Ga je echt naar de aarde morgen?’
‘Ja. Ik heb geboekt.’
‘Zonder mij ?’
‘Zonder jou.’
‘En als ik je weer achternakwam?’
‘Ik kan je niet tegenhouden. Maar ’t zal je geen goed doen.’
De slee kwam bij de luchtsluis van de koepel. Hij reed binnen en bracht de slee terug naar de verhuurafdeling. Elise zag er in haar zuurstofkostuum verfomfaaid en zweterig uit.
Burris ging naar zijn kamer en sloot de deur snel achter zich en deed hem op slot. Elise klopte een paar keer. Hij gaf geen antwoord en ze ging weg. Hij liet zijn hoofd in zijn handen rusten. De vermoeidheid kwam terug, de ontzettende afmatting die hij sinds de laatste ruzie met Lona niet meer had gevoeld. Maar na een paar minuten was het over.
Een uur later kwam de leiding van het hotel hem halen. Drie mannen met ernstige gezichten die zeer weinig zeiden. Burris trok het zuurstofkostuum aan dat ze hem gaven en ging met ze mee naar buiten.
‘Ze ligt onder de deken. We zouden graag willen dat u haar identificeerde voor we haar naar binnen brengen.’
Fijne sneeuw van ammoniakkristallen was op de deken gevallen. Ze waaiden weg toen Burris hem opensloeg. Elise, naakt, scheen het ijs te omhelzen. De plekken op haar borst waar zijn vingertoppen hadden geknepen waren dieprood van kleur geworden. Hij raakte haar aan. Als marmer was ze.
‘Ze stierf ogenblikkelijk,’ zei een stem bij zijn elleboog.
Burris keek op. ‘Ze had deze middag heel wat te slikken gekregen. Misschien is dat de verklaring.’
De rest van de avond en de ochtend die daarop volgde bleef hij op zijn kamer. ’s Middags werd hij verzocht zich naar de ruimtehaven te begeven en nog geen vier uur daarna was hij vertrokken, op weg naar de aarde via Ganymedes. Hij zei de hele reis weinig.
Negenentwintig
Dona nobis pacem
Ze had zich door de golfstroom mee laten voeren en was beland in de Martlet Torens. Daar woonde ze in een eenpersoonskamer, ging zelden uit, deed zelden andere kleren aan, sprak met niemand. Ze wist de waarheid nu, en de waarheid had haar geketend.
…en toen vond hij haar.
Ze stond erbij als een vogel, klaar om op te vliegen. ‘Wie is daar?’
‘Minner.’
‘Wat wil je?’
‘Laat me binnen, Lona. Alsjeblieft.’
‘Hoe heb je me gevonden?’
‘Wat speurwerk. Wat omkoperij. Doe de deur open, Lona.’
Ze deed hem open. Hij was niet veranderd sinds ze hem voor het laatst had gezien. Hij stapte naar binnen, glimlachte niet zijn equivalent van een glimlach, raakte haar niet aan, gaf haar geen zoen. De kamer was bijna duister. Ze maakte aanstalten om het licht aan te steken, maar hij weerhield haar met een bruusk gebaar.
‘Het spijt me dat ’t hier zo slordig is,’ zei ze.
‘Het ziet er goed uit. Het ziet er precies hetzelfde uit als de kamer waar ik heb gewoond. Maar dat was twee flats verder.’
‘Wanneer ben je op aarde teruggekomen, Minner?’
‘Een paar weken geleden. Ik heb erg lopen zoeken.’
‘Heb je Chalk gezien?’
Burris knikte. ‘Ik ben niet veel wijzer uit hem geworden.’
‘Ik ook niet.’ Lona liep naar de voedselpijp. ‘Wil je iets drinken?’
‘Nee dank je.’
Hij ging zitten. Er zat iets zalig vertrouwds in de omstandige manier waarop hij zich in de stoel vouwde en al zijn extra gewrichten zo zorgvuldig bewoog. Dat gezicht alleen al deed haar hart sneller kloppen.
Hij zei: ‘Elise is dood. Ze doodde zichzelf op Titan.’
Lona gaf geen antwoord.
Hij zei: ‘Ik heb haar niet gevraagd om te komen. Ze was erg verward. Nu heeft ze rust.’
‘Ze is beter met zelfmoord dan ik,’ zei Lona.
‘Je hebt toch niet —’
‘Nee. Niet nog een keer. Ik heb rustig en kalm geleefd, Minner. Zal ik je de waarheid bekennen? Ik heb zitten wachten tot je naar me toekwam.’
‘Alles wat je hoefde te doen was iemand zeggen waar je zatl’
‘Zo eenvoudig was ’t niet. Ik kan mezelf niet aanprijzen. Maar ik ben blij dat je er bent. Ik heb je zoveel te vertellen!’
‘Wat bijvoorbeeld?’
‘Chalk is niet van plan me mijn kinderen terug te geven. Ik heb ’t uitgezocht. Ook als hij ’t zou willen zou hij ’t nog niet kunnen, en hij wil ’t niet. Het was gewoon een voor de hand liggend smoesje om me voor hem te laten werken.’
Burris’ ogen flikkerden. ‘Je bedoelt om jou ertoe te brengen om mij gezelschap te houden?’
‘Precies. Ik wil nu niets meer verbergen, Minner. Je weet ’t allemaal al min of meer. Er moest een prijs zijn voordat ik met je mee zou gaan. Die prijs bestond uit de kinderen. Ik hield mijn deel van de afspraak, maar Chalk houdt zich niet aan de zijne.’
‘Ik wist dat je omgekocht was, Lona. Ik werd ook omgekocht. Chalk vond uit voor welke prijs ik uit mijn schuilplaats zou komen voor een interplanetaire romance met een zeker meisje.’
Читать дальше