Guido Gezelle - Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten

Здесь есть возможность читать онлайн «Guido Gezelle - Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten» — ознакомительный отрывок электронной книги совершенно бесплатно, а после прочтения отрывка купить полную версию. В некоторых случаях можно слушать аудио, скачать через торрент в формате fb2 и присутствует краткое содержание. Издательство: Иностранный паблик, Жанр: Поэзия, foreign_antique, foreign_prose, foreign_poetry, на нидерландском языке. Описание произведения, (предисловие) а так же отзывы посетителей доступны на портале библиотеки ЛибКат.

Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten: краткое содержание, описание и аннотация

Предлагаем к чтению аннотацию, описание, краткое содержание или предисловие (зависит от того, что написал сам автор книги «Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten»). Если вы не нашли необходимую информацию о книге — напишите в комментариях, мы постараемся отыскать её.

Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten — читать онлайн ознакомительный отрывок

Ниже представлен текст книги, разбитый по страницам. Система сохранения места последней прочитанной страницы, позволяет с удобством читать онлайн бесплатно книгу «Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten», без необходимости каждый раз заново искать на чём Вы остановились. Поставьте закладку, и сможете в любой момент перейти на страницу, на которой закончили чтение.

Тёмная тема
Сбросить

Интервал:

Закладка:

Сделать

KOM E’ KEER HIER

AAN PIETER BUSSCHAERT VAN DAMME

„Kom e’ keer hier, fliefflodderke 2 2 Vlinder. ,
’k hebbe u, ’k hebbe u zoo lief!”
Maar ’t wipte, ’t wupte, ’t en wachtte niet,
en ’t liet mij alleene zijn.
’t Was wel van dat lief fliefflodderke,
want, hadde ik het eens genaakt,
ik hadde ’t, het lief fliefflodderke,
’k en wete niet wat gemaakt:
geen hand van ’nen mensche ’n mocht ’et ooit
genaken zijn lieve kleed,
of ’t was en het wierd ’t fliefflodderke,
het was en het wierd hem leed;
de hand van die ’t miek alleene mag
’t genaken en niet beschaân,
de wind van die ’t miek alleene mag
er, wandelend, over gaan.
Dus, wakker en weg! fliefflodderken,
op planten en bloeiend gers 3 3 Gras. ,
alwaar dat u God geschapen heeft,
alwaar dat ’t uw woning es! —
En zoekt gij nu, kind, een zin hierin,
’t fliefflodderke, wie dat zij,
uw herte is het, alderliefste mijn,
ai, wat zou het anders zijn!
God miek het u, maakt dat God alleen
kan zeggen: Dit herte is mijn,
zoo zal het, en anders en zal ’t, o neen,
het uw’ noch gelukkig zijn!
Zoo zong hij, die lang en lusteloos
gezeten had, eenen dag,
wanneer hij, op de eerste lenteroos,
het eerste fliefflodderken zag.

GEWIJDE KLOK

o Avond- noen- en morgenmate,
ik vrij mij op uw’ klank verlate,
gewijde klok!

Uw hert is van metaal gegoten,
toch blijft het voor geen mensch gesloten,
gewijde klok!

Gij hangt zoo hooge, ik ga zoo leege,
och helpt de menschen, kranke en veege,
gewijde klok!

En dat uw klank in ’t ronde vliege,
zij lief of leed aan sponde en wiege,
gewijde klok!

Den akker end’ het veld verwekke,
en al dat hoort tot welzijn strekke,
gewijde klok!

Gij zegt aan elk het lang verleden
de mede- en wederspoedigheden,
gewijde klok!

Gij troost mij op den dag van huiden,
en zult wel eens mijn uitvaart luiden,
gewijde klok!

Nog zult ge waken lang na dezen,
en ongeboornen beeklank wezen,
gewijde klok!

Dan zal mijn taal geen mensch meer hooren;
maar God zal ze eeuwig toebehooren,
gewijde klok!

o ’k Wou dat, om mijn ziel te laven,
zij ook dan een gebed mij gaven,
gewijde klok, gewijde klok!

O GULDEN HOOFD

o Gulden hoofd der blijde zonne,
volheerlijke, altijd nieuwe bronne
van levenskracht;
wie heeft u in die blauwe streken
het brandend voetspoor uitgesteken
en voorgedacht?

Gij staat des morgens op, beneden
’t bereik van sterflijke oogenleden;
en, rijzend, dan
verblijdt gij mensch en dier en boomen;
en ’s avonds laat gij los de toomen
van uw gespan.

o Edel’ zonne, o machtig wezen,
o zienlijke afgezant van dezen
die ’t al beveelt;
wat ben ik, of wat zijt gij, schoone,
als, in des Heeren schild en kroone,
een wapenbeeld?

Zoo kent men aan des Ridders wapen
zijn hofgezin, zijn huis, zijn’ knapen,
zijn heerlijk slot;
zoo kan men, aan uw pronksieraden,
o zonne, uw edelen Ridder raden:
zijn name is – God!

O VECHTER

o Vechter, die in ’t vaderland,
met scherpgeschuurden tee en tand,
door vodde 4 4 Zode. en vilte 5 5 Wortelvezelnet. en voren vecht,
en ’t taaie terwland ommelegt!

Ik zie u geerne, ontembaar aan,
uw’ diepe en duistere wegen gaan,
van al dat vreeze is vrank en vrij!
– Mijn doen is dat, zoo dunk ’et mij!

Wanneer gij rust in ’t wagenkot,
en roestend daar uw tanden bot,
dan zal wellicht een edel graan
alwaar gij vocht te golven staan.

Mij geve God dat, moegewrocht,
en ’t zalig rusten weerd gerocht 6 6 Geraakt. ,
ik zie eens ’t edel terruwveld,
dat stijve zakken koorn geldt 7 7 Betalen, opbrengen. !

MET KLOEKEN ARME

Exiit qui seminat.

Met kloeken arme, en hand vol zaad,
aanschouwt, hoe hij zijn’ stappen gaat
en zaait, vol zorgen
de man, wiens hope en troost en al,
met ’t stervend zaad, nu zitten zal
in ’t land geborgen.

Staat op, o zaad, ’t is God die ’t zegt,
den winter en de dood bevecht:
de zonnestralen
verwachten al, met menigvoud
geverwde pracht en levend goud,
uw zegepralen.

o Winden, waait om ’t groene kind
des lands, uw zacht-, uw zoetsten wind;
o dauwrijk dagen
des morgenstonds, o wolkenvloed,
verleent het koorn, dat kenen 8 8 Kiemen. doet,
uw welbehagen.

Het wasse en ’t worde een geluw graan,
het bloeie en ’t blijve buigend staan,
vol zaad geladen;
vol zegen, die geen’ nijd en baart,
geen’ zucht, geen’ zoek omleegewaard,
geen’ euveldaden!

Houdt af, gij, wind- en wolkgeweld,
die de akkerzaaite omverrevelt,
en bleeke ellenden
verspreidt alom: houdt af uw’ hand;
wilt verre weg van ’t dragend land
uw’ geesels wenden!

Dan zal de landman, ’t herte groot
van dankbaarheid, om ’t daaglijksch brood
dat hij mocht winnen,
den ouden arbeid, zwart en zwaar,
zoo dit, zoo ’t naaste en ’t naaste jaar
weêr herbeginnen.

SLAAPT GIJ NOG

Slaapt gij nog, gedaagde 9 9 Bedaagd, oud. kruinen
van de onzochte 10 10 Onzacht. doorentuinen?
slaapt gij nog, en weet gij niet
dat de ontwekte zonne u ziet?

Dat alree de dagen langen
zichtbaar, en de stralen strangen 11 11 Strang = streng.
van de lente? Ontwekt, welaan,
doornen, en wilt wakker staan!

Onlangs nog, met sneeuw doorschoten,
hebt gij, naast uw’ stamgenoten,
weken lang den tijd verbeid,
vaste in uwe onroerbaarheid.

Tijd is ’t om den dag te groeten:
’t Oosten blinkt, en wakker moeten
al die zonne- en zomerglans
schuldig zijn hun’ liefde, thans.

Doorentuin dan, botten open;
los, uw dichte looverknopen;
los, uw zilveren reukallaam 12 12 Alm, allaam = handwerktuig. ;
los, uw sneeuwwit blommenkraam!

Ei, ’t en baat niet, dat robijnen
naalden deur de toppen schijnen
heen te bersten, hier en daar,
van uw doornig streuvelhaar 13 13 Verwarreld opstaand haar. !

Ei, ’t en baat niet dat uw’ leden,
zwellende uit van vruchtbaarheden,
drinken ’t zog der aarde, en bloot
laten heuren moederschoot!

Blâren moet ge en blommen schieten,
vol de vaten ommegieten
uwer zalven, en voortaan,
hagedoornen, bloeien gaan!

Slaapt gij nog? De bien ontwekken,
langende om uw zeem te lekken;
’t vogelken zoekt, nestgezind,
waar ’t uw vrije daken vindt!

Читать дальше
Тёмная тема
Сбросить

Интервал:

Закладка:

Сделать

Похожие книги на «Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten»

Представляем Вашему вниманию похожие книги на «Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten» списком для выбора. Мы отобрали схожую по названию и смыслу литературу в надежде предоставить читателям больше вариантов отыскать новые, интересные, ещё непрочитанные произведения.


Отзывы о книге «Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten»

Обсуждение, отзывы о книге «Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten» и просто собственные мнения читателей. Оставьте ваши комментарии, напишите, что Вы думаете о произведении, его смысле или главных героях. Укажите что конкретно понравилось, а что нет, и почему Вы так считаете.

x