Hij wist nu echter dat deze man een plaats dichtbij de zijne had ingenomen.
Was het mogelijk dat hun beider verrijzenislichamen, die zo dicht bij elkaar lagen, in serie geschakeld waren? Als dat zo was zouden, wanneer zijn dood en die van Göring op ongeveer hetzelfde tijdstip plaatsvond, beiden weer bij dezelfde graalsteen worden opgewekt. Göring’s schertsende opmerking dat zij tweelingzielen waren, zou wel eens niet zo ver bezijden de waarheid kunnen zijn.
Burton ging vloekend weer aan het graven omdat hij zoveel vragen en zo weinig antwoorden had. Als hij weer de kans kreeg een Ethicus in handen te krijgen zou hij, op welke manier dan ook, de antwoorden uit hem persen.
De volgende drie maanden besteedde Burton om zich bij de wonderlijke gemeenschap in dit gebied aan te passen. Hij werd geboeid door de nieuwe taal die uit de botsing tussen het Sumerisch en het Samoaans aan het ontstaan was. Aangezien de eersten het talrijkst waren, overheerste hun taal maar, evenals elders, behaalde de voornaamste taal een pyrrusoverwinning. Het resultaat van de samensmelting was een bastaardtaal, een taal met sterk verminderde verbuigingen en vereenvoudigde zinsbouw. De grammaticale geslachtsbepaling werd overboord gezet, woorden werden verkort. Tijd en wijs van werkwoorden werden eenvoudigweg tot de tegenwoordige tijd teruggebracht en deze werd ook voor de toekomende tijd gebruikt. Bijwoorden van tijd gaven de verleden tijd aan. Subtiele onderscheidingen werden door uitdrukkingen vervangen die zowel Sumerieten als Samoanen konden begrijpen, zelfs al leken ze in het begin onhandig en naief. Veel Samoaanse woorden verdreven in gewijzigde uitspraak Sumerische woorden.
Deze ontwikkeling van taalverbastering vond overal in de Riviervallei plaats. Burton bedacht dat de Ethici maar beter konden voortmaken als Zij van plan waren om alle menselijke talen vast te leggen. De oude talen stierven uit, of beter gezegd, gingen in andere talen op.
Maar voorzover hij wist hadden Zij het werk misschien al voltooid. De voor de fysieke overdracht zo noodzakelijke opnameapparatuur had misschien ook alle talen wel vastgelegd.
Gedurende de avonden, als hij de kans kreeg alleen te zijn, rookte hij inmiddels de sigaren die zo overvloedig door de gralen werden verstrekt en trachtte de situatie te doorgronden. Wie moest hij geloven, de Ethici of de Overloper, de Geheimzinnige Vreemdeling? Of logen zij allebei?
Waarom gebruikte de Geheimzinnige Vreemdeling hem om een spaak tussen Hun kosmische machinerie te steken? Wat kon Burton, die alleen maar een menselijk wezen was en die door zijn onwetendheid als een rat in de val in dit Rivierdal zat, uitrichten om de Judas te helpen?
Een ding was zeker. Als de Vreemdeling hem niet nodig had zou hij zich niet met Burton hebben beziggehouden. Hij wilde Burton die Toren aan de noordpool binnenhalen.
Waarom?
Het kostte Burton twee weken voor hij de enige reden die in aanmerking kwam kon bedenken. De Vreemdeling had gezegd dat hij, evenals de andere Ethici, niet rechtstreeks iemand zou doden. Maar hij had er geen bezwaar tegen dit door iemand anders in zijn plaats te laten doen, getuige het geven van vergif aan Burton.
Als hij hem dus in de Toren wilde halen had hij Burton nodig om voor hem te doden. Hij zou de tijger tussen zijn eigen mensen loslaten, het raam voor de huurmoordenaar openzetten.
Een huurmoordenaar wil geld. Wat bood de Vreemdeling als betaling?
Burton inhaleerde de sigarenrook in zijn longen, blies de rook uit en nam een flinke teug whisky. Heel goed. De Vreemdeling zou proberen hem te gebruiken, maar hij moest oppassen, Burton zou de Vreemdeling ook gebruiken.
Na drie maanden kwam Burton tot de conclusie dat hij genoeg had nagedacht. Het was tijd er op uit te gaan. Op het ogenblik dat hij tot deze slotsom kwam, zwom hij in de Rivier en, gedreven door een impuls, zwom hij naar het midden.
Hij dook zover naar beneden als hij zichzelf kon dwingen alvorens de niet te verdrijven wil tot zelfbehoud van zijn lichaam hem dwong zich voor het bereiken van kostelijke lucht naar de oppervlakte te klauwen. Hij haalde het niet. De aasvissen zouden zijn lichaam verslinden en zijn gebeente zou in de modder op de bodem van de driehonderd meter diepe Rivier verzinken. Des te beter. Hij wilde niet dat zijn lichaam in handen van de Ethici viel. Als het waar was wat de Vreemdeling had gezegd, zouden Zij in staat zijn alles wat hij had gezien en gehoord uit zijn hersenen te ontrafelen, mits Zij hem te pakken kregen voor zijn hersencellen waren vernietigd.
Hij geloofde niet dat dit Hun was gelukt. Voorzover hij wist ontsnapte hij gedurende de volgende zeven jaar aan ontdekking door de Ethici. Als de Overloper al wist waar hij zich bevond dan liet hij dit Burton niet merken. Burton betwijfelde of iemand het wist; zelf kon hij niet vaststellen op welk gedeelte van de Rivierplaneet hij zich bevond, hoe dichtbij of hoe ver van het hoofdkwartier in de Toren verwijderd. Hij ging echter verder, steeds maar verder, altijd in beweging en op zekere dag realiseerde hij zich dat hij een record op dit gebied moest hebben gebroken. Sterven was een tweede natuur voor hem geworden.
Wanneer zijn optelling juist was had hij 777 reisjes met de Zelfmoord Express gemaakt.
Soms beschouwde Burton zichzelf als een dolende sprinkhaan die zich in de zwarte schaduw van de dood stortte, ergens neerstreek en een beetje aan het gras knabbelde met één oog wijd open voor de schaduw die het neerstrijken van de klauwgieren — de Ethici — zou verraden. Hij had in deze uitgestrekte weide van het mensdom heel wat grassprietjes verzameld, ze kort geproefd en was dan weer verder getrokken.
Op andere ogenblikken zag hij zichzelf als een net dat uit de grote zee van de mensheid hier en daar proefexemplaren opviste. Hij ving een paar grote vissen en heel wat sardientjes, hoewel er van de kleine visjes evenveel, misschien zelfs meer, te leren viel dan van de grote.
Hij hield echter niet van de beeldspraak van het net omdat die hem eraan herinnerde dat er voor hem een veel groter net was gespannen.
Welke beeldspraken of vergelijkingen hij ook maakte, hij was een man die, om een uitdrukking uit de twintigste eeuw te gebruiken, overal en nergens kwam en wel in die mate dat hij verschillende malen de legende van Burton, de Zigeuner, tegenkwam, of — in een streek waar Engels werd gesproken — van Richard de Dolende en, in een ander gebied, de Vliegende Lazarus.
Hij maakte zich hier een beetje zorgen over omdat de Ethici hierdoor een aanwijzing van zijn onderduikmethode zouden kunnen krijgen en er in slagen hem in de val te laten lopen. Zij zouden zelfs zijn uiteindelijke bestemming kunnen raden en wachtposten bij de oorsprong van De Rivier kunnen uitzetten.
Na verloop van zeven jaar had hij zich door vele waarnemingen van de morgensterren en heel wat gesprekken een beeld van de loop der Rivier gevormd. Het was geen tweekoppig monster, een slang met kop aan beide einden, die bij de noordpool ontsprong en bij de zuidpool uitmondde. Het was een slang met de kop aan de noordpool, het lijf rondom de planeet gekronkeld en de staart in de bek van de slang. De bron van De Rivier kwam uit de noordelijke poolzee voort, zigzagde over één halfrond, slingerde zich om de zuidpool en zigzagde daarna over het andere halfrond, zich steeds verder een weg banend tot hij in de veronderstelde poolzee uitmondde.
Het grote waterreservoir was evenmin denkbeeldig. Als het verhaal van de Titantroop, de reuzen submens die beweerde de Wazige Toren gezien te hebben, juist was, rees de Toren uit de in mist gehulde zee omhoog.
Burton had die geschiedenis slechts van horen zeggen, maar hij had de Titantropen bij zijn eerste ‘sprong’ vlakbij het beginpunt van De Rivier gezien. Het leek aannemelijk dat één ervan inderdaad de bergen zou zijn overgestoken en voldoende dichtbij was gekomen om een glimp van de poolzee op te vangen. Waar één man was gegaan kon een tweede volgen.
Читать дальше