‘Oké,’ zei hij, ‘maar waarom maak jij me niet van kant? Waarom moet ik het zelf doen?’
De man lachte en zei: ‘Er gelden bepaalde regels bij dit spel die ik bij gebrek aan tijd niet kan uitleggen, maar jij bent intelligent genoeg om de meeste ervan zelf wel te ontdekken. Een ervan is dat wij werkelijk Ethici zijn. Wij kunnen leven scheppen maar het niet rechtstreeks beëindigen. Het is niet ondenkbaar voor ons of buiten het bereik van onze mogelijkheden. Het is alleen maar moeilijk.’
Plotseling was de man verdwenen. Burton aarzelde niet. Hij slikte de capsule in. Er volgde een verblindende lichtflits...
Het licht van de juist opgaande zon scheen fel in zijn ogen. Hij had echter net tijd om een snelle blik om zich heen te werpen en zag zijn graal, de stapel netjes opgevouwen doeken... en Hermann Göring.
Toen werden Burton en de Duitser door kleine, donkere mannen met grote hoofden en o-benen gegrepen. De mannen droegen speren en bijlen met vuurstenen punten. Zij droegen doeken die als capes om hun korte, dikke nek bevestigd waren. Stroken leer, ongetwijfeld van mensenhuid, hingen over hun onevenredig groot voorhoofd en waren om hun hoofd gewonden om het lange, dikke, zwarte haar bijeen te houden. Zij zagen eruit als halve mongolen en spraken een taal die hij niet verstond.
Er werd een lege graal omgekeerd op zijn hoofd gezet, en zijn handen werden met een leren riem achter zijn rug vastgebonden. Hulpeloos en blind werd hij door prikken van stenen speerpunten in zijn rug over de vlakte voortgedreven. Ergens in de nabijheid roffelden trommels en zongen vrouwenstemmen een weeklagend gezang.
Nadat hij driehonderd passen had gelopen werd halt gehouden. De trommels sloegen niet meer en de vrouwen staakten hun gezang. Hij hoorde niets dan het bonzen van het bloed in zijn oren. Wat was er in vredesnaam aan de hand? Maakte hij deel uit van een religieuze ceremonie waarbij het slachtoffer geblinddoekt moest zijn? Waarom niet? Er waren op aarde heel wat culturen geweest die niet toestonden dat degene, wiens bloed ritueel werd vergoten, zijn moordenaars zag. De geest van de dode zou misschien wraak op zijn moordenaars willen nemen. Maar deze mensen moesten nu toch weten dat zoiets als geesten niet bestond. Of beschouwden zij de verrezenen als zodanig, als geesten, die zo snel mogelijk naar hun land van herkomst teruggestuurd konden worden door ze eenvoudigweg weer te doden?
Göring! Ook hij was hier weer opgewekt, bij dezelfde graalrots. De eerste keer had toeval kunnen zijn, hoewel dit hoogst onwaarschijnlijk was, maar drie keer achter elkaar? Nee, dat was...
De eerste klap sloeg de zijkant van de graal tegen zijn hoofd en deed hem gedeeltelijk het bewustzijn verliezen. Hij hoorde een oneindig geluid en zag lichtflitsen voor zijn ogen. Hij zakte door zijn knieën en voelde de tweede klap niet meer. Zo ontwaakte hij opnieuw ergens anders...
En weer lag Hermann Göring naast hem.
‘Jij en ik moeten tweelingzielen zijn,’ zei Göring. ‘Wij schijnen door Degenen die voor dit alles verantwoordelijk zijn, aaneengekoppeld te zijn.’
‘De os en de ezel ploegden tezamen,’ zei Burton, het aan de Duitser overlatend te beslissen wie van de twee hij was. Daarna hadden zij het beiden druk met de kennismaking, of liever pogingen daartoe, met de mensen waartussen zij terecht waren gekomen. Zoals zij later ontdekten waren dit Sumerieten uit de Oude of Klassieke Tijd, dat wil zeggen zij hadden tussen 2500 en 2300 voor Christus in Mesopotamië geleefd. De mannen schoren het hoofd kaal, wat met vuurstenen scheermessen geen simpel karweitje was en de vrouwen waren naakt tot het middel. Hun lichaamsbouw was kort en gedrongen. Zij hadden uitpuilende ogen en (volgens Burton) lelijke gezichten.
Al was hun graad van schoonheid dan niet hoog, de pre-Columbiaanse Samoa’s, die dertig procent van de bevolking uitmaakten, waren bijzonder aantrekkelijk. En dan waren er natuurlijk nog de alomtegenwoordige tien procent mensen van overal vandaan, waarvan het aantal, afkomstig uit de twintigste eeuw, het sterkst vertegenwoordigd was. Dit was begrijpelijk omdat zij in totaal een kwart van de gehele wereldbevolking uitmaakten. Burton beschikte natuurlijk niet over wetenschappelijke statistische gegevens, maar zijn reizen hadden hem ervan overtuigd dat de bevolking uit de twintigste eeuw met opzet naar verhouding in zelfs grotere aantallen dan kon worden verwacht langs De Rivier was verspreid. Ook dit was weer een facet van de structuur der Rivierwereld die hij niet begreep. Wat dachten de Ethici met deze verstrooiing te bereiken?
Er bestonden te veel vragen. Hij had tijd nodig om na te denken en die kon hij niet krijgen als hij zich met de ene trip na de andere met de Zelfmoord Express uitputte.
Dit gebied bood, in tegenstelling tot de meeste andere die hij had bezocht, enige rust en vrede om de zaken te analyseren en dus zou hij hier een poosje blijven.
En dan was er Hermann Göring nog. Burton wilde diens vreemde pelgrimstocht observeren. Een van de vele dingen die hij niet aan de Geheimzinnige Vreemdeling (Burton had de neiging in hoofdletters te denken) had kunnen vragen, was de kwestie van het droomgum. Hoe paste dit in het schema? Was het een ander deel van het Grote Experiment?
Ongelukkigerwijze hield Göring het niet lang uit.
De eerste nacht begon hij te gillen. Hij brak uit zijn hut en holde in de richting van De Rivier. Nu en dan stond hij stil en sloeg in de lucht, worstelde met onzichtbare wezens of rolde heen en weer in het gras. Burton volgde hem tot bij De Rivier. Hier maakte Göring aanstalten zich in het water te begeven, vermoedelijk om zich te verdrinken. Plotseling echter stond hij een ogenblik stokstijf stil, begon te huiveren en viel daarna even star als een standbeeld om. Zijn ogen waren open maar zij zagen niets van wat er om hem heen gebeurde. Zijn blik was naar binnen gericht. Van welke verschrikkingen hij getuige was kon niet worden vastgesteld omdat hij niet tot spreken in staat was.
Zijn lippen maakten krampachtige, geluidloze bewegingen en dit ging zo door gedurende de tien dagen dat hij nog bleef leven. Burton’s pogingen om hem te voeden waren vergeefs. Zijn kaken waren stijf gesloten. Hij verschrompelde onder Burton’s ogen, zijn vlees verdroogde, de huid viel in en de beenderen eronder losten op in het skelet. Op een ochtend begon hij te stuiptrekken, ging rechtop zitten en gilde. Een ogenblik later was hij dood.
Burton verrichtte nieuwsgierig autopsie op hem met de beschikbare vuurstenen messen en zagen uit lavaglas. Göring’s opgezwollen blaas was opengebarsten en de urine was in zijn lichaam gestroomd.
Vervolgens trok Burton Göring’s tanden eruit alvorens hem te begraven. Tanden waren handelswaar omdat zij aan visdarmen of pezen konden worden geregen om er felbegeerde halssnoeren van te maken. Ook Göring’s schedelhuid ging er af. De Sumerieten hadden de gewoonte aangenomen de scalpen van hun vijanden, de zeventiende-eeuwse Shawnee van over De Rivier, te nemen. Zij hadden hieraan het beschaafde versiersel toegevoegd de scalpen aaneen te naaien en er capes, rokken en zelfs gordijnen van te maken. Een scalp was op de handelsmarkt niet zoveel waard als tanden, maar had wel enige waarde.
Terwijl hij een graf bij een grote keisteen aan de voet van de bergen aan het graven was kreeg Burton een heldere flits van herinnering. Hij was even met graven opgehouden om een slok water te nemen toen hij toevallig naar Göring keek. Het van alles ontdane hoofd met de gelaatstrekken, vredig als in slaap, opende een deur in zijn geest.
Toen hij in die enorm grote ruimte ontwaakt was en zichzelf in een rij lichamen zag zweven, had hij dit gezicht gezien. Het had aan een lichaam in de rij naast de zijne toebehoord. Zoals bij alle andere slapers was het hoofd van Göring kaal geweest. Burton had hem slechts terloops in de korte tijd voor de cipiers hem hadden ontdekt, opgemerkt. Later, na de massale Verrijzenis, toen hij Göring had ontmoet, was de gelijkenis tussen de slaper en deze man met het weelderige, blonde haar hem niet opgevallen.
Читать дальше