Anno MDLXXIIII geraeckt. Anno MDXCVIIII gemaeckt.
De ingang naar de thesaurie – ook tot de Vischpoort – draagt tot opschrift het volgende rijmpje:
Thrijc van Spaengien, hem verbliden,
In tbeleggen, als si sagen,
Met gedult, mi dragen t'liden,
Zo veel letters, zo veel dagen.
nae zVVarte hVnger-noot,
gebraCht had tot de doot,
binaest zes-dVIzent MensChen:
aLst god den heer Verdroot,
gaf hI Vns VVeder broot,
zo Veel VVI CVnsten VVensChen.
Zuuct en vint 'tjaer, van liden zwaer,
Dat niet en was te herden:
De Here, maer, vrid' uns daer naer,
Der tiender maent, den derden.
Gij hebt natuurlijk reeds ontdekt dat in het middenvers, zoowel de 131 dagen van het beleg, door het getal letters, als het jaar 1574, door de daarin voorkomende kapitalen zijn aangeduid, en naar ik vertrouw, genoegzame aandacht overgehouden voor het vers uitgehouwen boven de poort die naar het politiebureau voert en dus luidende:
Indien Gods goetheyt u brengt voort
Gheluc en spoet, niet trots t' gemoet
Maer neer wil dragen.
En zend hij (siet) weeromme aen t' boort
Angstich verdriet, weest daerom niet,
Te zeer verslaghen:
U heyl, zulc hil, en toebehoort:
Danct God, swycht stil, zoo was zijn wil
Begeer behaghen.
Naar men zegt zijn deze rijmen samengesteld door den Notaris en Stadssecretaris JAN VAN HOUT, die uit eigen ondervinding spreken kon van het lijden »dat niet en was te herden,” maar aan wien Leiden het te danken heeft dat er volhard is, ondanks honger en pest, tegen den vijand, wiens twee en zestig schansen iederen toegang tot de benauwde stad versperden.
Hebt gij nu lust, waarde lezer, met mij de trappen tegenover ons te bestijgen? Zoo ja! dan bevinden wij ons al spoedig op de zoogenaamde Groote Pers van het Raadhuis, eene soort van vestibule , waarop onderscheidene vertrekken uitkomen. Ter rechterzijde valt uw oog op een getimmerte met vele glasruiten, eigenlijk een glazen huis, dat aan een buffet doet denken en bodenkamer genoemd wordt. Gaan wij daar voorbij en een gangetje in, dan vinden wij rechts de kamer van den Burgemeester – vroeger die van Curatoren der Leidsche hoogeschool, en de oude Wees- en boedelkamer. Keeren wij terug op onze schreden, dan ontwaren wij een deur, welker opschrift »Artillerykamer” ons doet denken aan den tijd toen de stad haar eigen geschut en twee artilleriemeesters bezat, waarvan in 1672 de schrijver van het »Roomsch Hollands Recht” – Mr. SIMON VAN LEEWEN – er een was; maar reeds ziet gij in de nabijheid der zoogenaamde »Kleine Pers” – een tweede voorportaal dat zich aan de zijde van de trap bevindt die naar het bureau van den burgerlijken stand voert – eene andere kamer, die van Burgemeester en Wethouders, naar veler meening, ook door ons gedeeld, het oudste vertrek van dit merkwaardig gebouw, welks koepelvormige zolder de wapenschilden en namen draagt van het viertal burgemeesteren, welke tijdens de restauratie der zaal op het kussen waren, met een antieken schoorsteen en daarboven een stuk van FERDINAND BOL voorstellende hoe de Vrede en de Liefde elkander omhelzen, welke voorstelling ook daar ter plaatse zijn nut kan hebben. Ook het fraaie behangsel, dat ALEXANDERS intocht binnen Babylon
Конец ознакомительного фрагмента.
Текст предоставлен ООО «ЛитРес».
Прочитайте эту книгу целиком, купив полную легальную версию на ЛитРес.
Безопасно оплатить книгу можно банковской картой Visa, MasterCard, Maestro, со счета мобильного телефона, с платежного терминала, в салоне МТС или Связной, через PayPal, WebMoney, Яндекс.Деньги, QIWI Кошелек, бонусными картами или другим удобным Вам способом.
Borger, Aan den Rijn.
Beets, De maskerade.