Jacobus Dercksen - Korte beschrijving van Leiden - wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot

Здесь есть возможность читать онлайн «Jacobus Dercksen - Korte beschrijving van Leiden - wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot» — ознакомительный отрывок электронной книги совершенно бесплатно, а после прочтения отрывка купить полную версию. В некоторых случаях можно слушать аудио, скачать через торрент в формате fb2 и присутствует краткое содержание. Жанр: foreign_antique, foreign_prose, на нидерландском языке. Описание произведения, (предисловие) а так же отзывы посетителей доступны на портале библиотеки ЛибКат.

Korte beschrijving van Leiden: wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot: краткое содержание, описание и аннотация

Предлагаем к чтению аннотацию, описание, краткое содержание или предисловие (зависит от того, что написал сам автор книги «Korte beschrijving van Leiden: wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot»). Если вы не нашли необходимую информацию о книге — напишите в комментариях, мы постараемся отыскать её.

Korte beschrijving van Leiden: wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot — читать онлайн ознакомительный отрывок

Ниже представлен текст книги, разбитый по страницам. Система сохранения места последней прочитанной страницы, позволяет с удобством читать онлайн бесплатно книгу «Korte beschrijving van Leiden: wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot», без необходимости каждый раз заново искать на чём Вы остановились. Поставьте закладку, и сможете в любой момент перейти на страницу, на которой закончили чтение.

Тёмная тема
Сбросить

Интервал:

Закладка:

Сделать
Simplex sigillum veri tot devies en randschrift van zijn geslachtswapen gekozen had. Daar was dan ook eene schoonere hulde aan 's mans nagedachtenis te brengen dan die van brallende opschriften of hoogdravende redevoeringen. En die werd gebracht. Zij staat, niet in steen gebeiteld, maar uit steen en hout opgetrokken, achter zijn standbeeld, in dat academisch ziekenhuis, dat, bestemd tot heul en troost der lijdende menschheid, toch ook – ja niet het minst – bestemd is om het clinisch onderwijs te bevorderen, waarvan BOERHAVE hier te lande de schepper mag genoemd worden. Het is een grootsch en statig gebouw, wel niet zoo fraai als hetgeen in vroegere eeuwen werd tot stand gebracht, maar toch minder smakeloos, dan wij sedert jaren gewoon zijn te zien verrijzen. Wilt gij het bezichtigen, de welwillende en ijverige directeur zal het u wellicht vergunnen; hoewel uit den aard der zaak die vergunningen uitzonderingen moeten blijven op den algemeenen regel dat een gebouw aan krankenverpleging gewijd geen museum, nog minder eene publieke vermakelijkheid is. Wordt u het binnentreden veroorloofd, gij zult dan verbaasd staan over die ruime gangen, luchtige ziekenkamers en welingerichte leerzalen, en tevens het fraaie uitzicht bewonderen dat u uit menig vertrek verleend wordt. Zijt gij een man van 't vak gij zult met waardeering opmerken hoe alles wat de wetenschap, niet het minst die der chirurgie, behoeft, daar op onbekrompen wijze is aangebracht; hoe het gedeelte voor besmettelijke ziekten bestemd op doelmatige wijze van het andere voor gewone lijders ingericht is afgescheiden; hoe het snel en voortreffelijk bereiden der geneesmiddelen verzekerd wordt door eene goedgeordende apotheek, verbonden aan een ruw en een chemisch laboratorium welker reusachtige toestellen door stoomkracht in beweging gebracht aan de eischen der pharmacie in haren ruimsten omvang beantwoorden; en wanneer gij tot de groote keuken, met hare insgelijks door stoom verwarmde kooktoestellen afdaalt en daar een oogenblik verblijft, om er de talrijke bevelen aan te hooren, welke daar onmiddellijk worden ten uitvoer gebracht, dan begrijpt gij dat ook voor de reconvalescenten en voor hen wier ziekte eene goede voeding noodzakelijk maakt in behoorlijke mate wordt gezorgd; ja gij zult er wellicht langer willen verblijven dan wij, die, hoewel met waardeering van al hetgeen daar ten behoeve der lijders gedaan wordt, weder naar de frissche lucht verlangen, en, na deze schoone inrichting te hebben verlaten, onze blikken wenden naar het gebouw uit hout opgetrokken, tegenover BOERHAVE'S standbeeld. Het ziet er vriendelijk uit met zijn ijzeren hek en ruime veranda, omgeven door hoog opgaand geboomte, welig gazoen en keurige bloemperken, doorsneden met breede wandeldreven. Menig genoeglijk oogenblik wordt daar gesmaakt, niet het minst wanneer de tent, welke gij daar ziet, gevuld wordt met het orchest, waarvoor zij bestemd is, en een heir van tonen uitzendt naar de boschjes en in den omtrek, teruggekaatst door het singelwater aan welks breede kom het gebouw gelegen is. Wij zijn hier in de zomersociëteit Amicitia, de plek waar Leidens beau monde zich bij feestelijke gelegenheden in vrij grooten getale vergadert; een getal dat zeker heelwat grooter zou wezen als eene betrekkelijk hooge contributie daartegen geen overwegend bezwaar in den weg leide.

En nu voorwaarts, de Steenstraat op, waar ter linkerzijde de Sint-Aagtenstraat u aan het vroeger hier gestaan hebbende Sint-Agathaklooster en ter rechterzijde het Sint-Salvatorshofje u aan den weldadigheidszin onzer voorvaderen herinnert. Wij zullen de laatste soort van stichtingen dikwijls op onzen weg kunnen aanwijzen, hoewel ik niet durf beloven dit steeds te zullen doen, daar allen, hoe belangrijk om den goeden geest der menschenliefde te kunnen bewonderen, welke onze natie onderscheidt, het toch niet genoegzaam zijn om eene aanduiding – veelmin eene beschrijving – te rechtvaardigen, in een werkje dat geene uitvoerige stedebeschrijving – slechts een wegwijzer heeten mag.

Wij houden ons dus ook bij dit hofje niet langer op en zien al spoedig de ruime Beestenmarkt, welke Leiden , als in het hart van het beemdrijke Rijnland gelegen, behoeft, om plaats te verleenen aan het groot getal runderen, schapen en ander vee, dat daar ter plaatse tot een druk marktverkeer aanleiding geeft. Iets verder gaande vinden wij ter rechterzijde de Klei- of Galgstraat aan welker einde wij het eenvoudig, maar toch behaaglijk koepeldak en torentje der Morschpoort ontwaren. Gaarne zouden wij die straat willen binnentreden indien de kazerne der infanterie aan het eind daarvan gelegen of de zich daarnevens bevindende stadstimmerwerf de moeite der bezichtiging beloonden. Dit echter niet het geval zijnde slaan wij liever links af, en gaan, ter plaatse waar vroeger de Haarlemmer, duitjes- of blauwe poort stond, de breede brug over, ons voerende naar de Paardensteeg, welke wij doorgaan, om daarna op de aan het eind daarvan gelegene Borstelbrug een oogenblik stil te staan en het schoone uitzicht te genieten dat zich hier aan ons oog vertoont. De Rijn – want waarlijk wij hebben hier met

„den grootvorst van Europa's stroomen” 1 1 Borger, Aan den Rijn.

te doen, dien de Leidenaars hier ter plaatse echter

„den schurkennaam van Galgewater geven” 2 2 Beets, De maskerade.

de Rijn dan, stroomt onder deze brug door, ter rechterzijde langs de pasgenoemde timmerwerf en kazerne, het vriendelijke Oranjelust, de zwem- en badinrichting Rijnzicht, de Vink en het Haagsche Schouw, om bij Katwijks sluizen kalm en waardig een leven te eindigen niet verre van Schafhausens waterval krachtig, schitterend en bruischend begonnen; ter linkerzijde zich bij Boommarkt en Apothekersdijk uitstrekkende langs die boomrijke oevers welke zoo jammerlijk ontsierd worden door het aan het water gelegen schoolgebouw, dat, ten blijke van gemeenteraadlijke willekeur, een groot gedeelte eener vriendelijke gracht in eene nauwe straat herschiep en ons voor het oogenblik belet een klein huis te beschouwen, welks inhoud even schitterend is als het uitwendige eenvoudig, schier onooglijk, kan geheeten worden. Daar toch bevindt zich het munt- en penningkabinet der Hoogeschool en vindt de geschiedvorscher het spoor van vergane geslachten, de numismaticus bevrediging eener zucht tot genot en aanleiding tot eene studie, welker voorstanders hoe langer hoe meer tot de zeldzaamheden gaan behooren. 't Is dan ook eigenlijk maar het achtergebouw van 't Museum van oudheden, dat wij wanneer we het Kort Rapenburg over en de Breedestraat zijn opgegaan, ter linkerzijde tegenover de Papengracht aantreffen. Daar vindt gij een schat van overblijfselen uit den grijzen voortijd, met moeite verkregen, met onvermoeide wetenschappelijke werkzaamheid beschouwd, met zorg bewaard en gerangschikt. Als gij er binnentreedt gaat u eene huivering van eerbied en ontzag door de leden. Datgene wat voorgeslachten van onderscheiden aanleg en ontwikkeling heeft gediend in huis en veld, vrede en krijg, grootheid en armoede, vrijheid en slavernij, leven en dood, als voorwerpen der vreeze of der vereering, dat alles vindt gij hier bij elkander, onder één dak, geschift, geordend, geboekt door de hand dier machtige wetenschap, dier ontzagwekkende critiek, welke als het ware de dooden oproept, om in metaal, hout of steen te verhalen, wat zij verricht, gedacht, geloofd, gevreesd, misdaan hebben. Daar sluimert in ruste het offermes des priesters naast de spade des landmans, het gevreesde afgodsbeeld bij de aarden waterkruik, de werpspiets des Germaans nevens den Romeinschen mijlsteen van de legioenen der Caesaren. Pompeji en Herculanum zijn er vertegenwoordigd en spreken van den vuurbrakenden Vesuvius, die zijne vlammen hoog doet opstijgen in Napels' blauwe lucht en zijn lava rommelend, kokend en ziedend over steden en dorpen, straten en velden, hutten en paleizen uitstort. Egypte , het land van Isis en Osiris, moest er zijne doodkisten met hiëroglyphen bedekt aan afstaan en wat meer zegt de gebalsemde lijken van de machtige dienaars zijner schier almachtige Pharaonen. Zij, toevertrouwd met bijna vorstelijke praal aan de steenen wanden der pyramide, welke zij zich als hunne laatste rustplaats hadden gedacht, hebben niet kunnen beletten dat hun gebeente is overgevoerd naar verre gewesten en dat zij, bij name genoemd, worden overgeleverd aan de blikken eener onverschillige, niet altijd bescheidene en eerbiedige menigte. Daartoe behoort gij voorzeker niet, mijn lezer of lezeres. Het »sic transit gloria mundi” ruischt u hier te welsprekend tegen, dan dat gij het wagen zoudt met oneerbiedige luchthartigheid of onbetamelijken spot hen te naderen, die daar, verre van hun geboortegrond, den langen slaap des doods slapen; want ook uit die gesloten mond klinkt een woord en uit die ledige lijkkist een stemme, die u toeroept: »het is den mensch gezet eenmaal te sterven.”

Читать дальше
Тёмная тема
Сбросить

Интервал:

Закладка:

Сделать

Похожие книги на «Korte beschrijving van Leiden: wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot»

Представляем Вашему вниманию похожие книги на «Korte beschrijving van Leiden: wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot» списком для выбора. Мы отобрали схожую по названию и смыслу литературу в надежде предоставить читателям больше вариантов отыскать новые, интересные, ещё непрочитанные произведения.


Отзывы о книге «Korte beschrijving van Leiden: wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot»

Обсуждение, отзывы о книге «Korte beschrijving van Leiden: wegwijzer voor vreemdeling en stadgenoot» и просто собственные мнения читателей. Оставьте ваши комментарии, напишите, что Вы думаете о произведении, его смысле или главных героях. Укажите что конкретно понравилось, а что нет, и почему Вы так считаете.

x