"Jullie verjaren volgende maand. Zullen we een verjaardagsfeestje houden?"
“Oh, ja!” gilden de beide meisjes samen.
"Met taart en cadeautjes?" vroeg Suu-Kyi.
"Natuurlijk. Je kan toch geen feestje houden zonder taart en cadeautjes. Wanneer hadden jullie laatst een verjaardagsfeestje?"
"Toen we vijf werden," zei Marie.
"Wie heeft dat feestje voor jullie georganiseerd?"
"Moeder en..." zei Suu-Kyi, maar haar zus onderbrak haar weer.
"Alleen moeder." Marie keek even naar haar zus.
Suu-Kyi liet haar handen zakken en staarde naar het gele tafelkleed. Haar handen leken constant te bewegen als ze sprak, alsof ze haar woorden kracht wilde bijzetten.
"Waar is Kayin? Waar is jullie moeder heengegaan?"
"Twee mannen hebben haar meegenomen," zei Marie.
"Welke twee mannen?"
“Dezelfde net als die twee daar." Marie wees achter me.
Toen ik me omdraaide, zag ik twee tafeltjes verder twee mannen in identieke militaire uniformen. Ze waren fluisterend in gesprek terwijl ze kleine kopjes sake dronken. Alle angst en pijn van de voorbije acht jaar sloeg me plots weer om het hart - de twee mannen waren officieren van het Japans Keizerlijk Leger.
De meisjes aten alles op, leegden hun colaflesjes en dronken zelfs al het water op. Ik betaalde de rekening, liet een fooi achter voor Po-Sin en de kok en vroeg dan aan Marie en Suu-Kyi of ze zin hadden in een wandeling. Ik moest de afschuwelijke gedachten die in me opborrelden van me afzetten.
Ze knikten aarzelend; misschien twijfelden ze over wat ik voor ogen had. Ik vroeg ik me af of de persoon die voor hen gezorgd had iets gelijkaardigs gezegd had voor ze hen naar mijn hotelkamer bracht.
Op straat liepen ze elk aan een kant van me; Suu-Kyi nam mijn hand, maar Marie niet. We liepen door de 62ste Straat en staken de drukke Theik Pan over, die ook wel de Birmastraat genoemd werd.
Net voorbij Theik Pan gingen we de wemelende Nyaung Pin Bazaar binnen, waar klanten nog snel de ingrediënten voor hun avondeten kwamen kopen. Ik herinnerde me al het lawaai, de bedrijvigheid en de overvloed aan felle kleuren. Ik herkende meteen de gele thanaka van de vrouwen.
Toen ik de eerste keer in Birma was, had ik er Kayin naar gevraagd en ze had verteld dat de vrouwen in Birma al honderden jaren de schors van de thanakaboom gebruiken en tot poeder vermalen om er dan met wat water een romige pasta mee te maken. Die pasta smeren ze dan in artistieke cirkels, strepen en spiralen, in dikke lagen op hun wangen en soms op hun voorhoofd en kin. De vrouwen beschouwen die pasta als fijne cosmetica die hun schoonheid bevordert en tegelijk hun huid beschermt en rimpels helpt voorkomen. Ze smeren het ook op het gezicht van hun jonge kinderen om hen te beschermen tegen de zon.
Kayin had de pasta altijd gebruikt tot ze in het hotel begon te werken. De Engelse manager had alle vrouwelijke personeelsleden verboden om thanaka te gebruiken. Hij had gezegd dat ze eruitzagen als onbeschaafde heidenen met die 'vieze troep' op hun gezicht.
De meisjes en ik bleven staan bij een kraam waar hoge stapels houten kooien stonden waarin eenden en ganzen zaten. De eigenaar hakte vrolijk de kop van drie vette vogels voor een klant - een oude dame in een blauwe longhi , die nauwelijks groter was dan Marie. Ze telde geconcentreerd haar munten terwijl een jong meisje de dode eenden voor haar van hun ingewanden ontdeed en schoonmaakte.
De tweeling keek toe, net als ik, maar ik kon niet zien of het tafereel hen stoorde of niet. Suu-Kyi schuifelde wat dichter naar me toe en vestigde haar aandacht op een groot, bruin ei op de bodem van de net leeggekomen kooi, terwijl Marie erg geïnteresseerd leek in de efficiëntie van het meisje met het mes.
Ik heb mensen vaak horen spreken over de koperachtige geur van bloed. Zelf heb ik er nooit op gelet dat bloed een geur heeft, maar misschien ben ik eraan gewoon geraakt. De sterke geur van de vogelpoep was echter overweldigend. We vertrokken toen het hakmes een schrille kreet smoorde voor een nieuwe klant.
Maar zelfs het gesnater van de verdoemde vogels stopte mijn op hol geslagen gedachten niet. Waarom hadden de soldaten Kayin meegenomen? Wat hebben ze gedaan met haar? Hoe kon ik haar vinden? Het enige wat ik had, waren vragen en geen enkel antwoord. Ik besefte dat mijn brein nog altijd wispelturig was en nauwelijks langer dan een paar minuten een gedachte kon vasthouden, waarschijnlijk doordat ik absoluut nog niet volledig hersteld was.
De dokter in Virginia had gezegd dat zo'n lange reis maken voor ik weer op krachten was, gekkenwerk was en dat ik mijn gezondheid in gevaar bracht als ik niet in zijn buurt bleef om nauwkeurig opgevolgd te worden. Raji had me hetzelfde gezegd, maar wat minder diplomatisch. Ze had minder woorden gebruikt; een ervan was 'domkop'. Ik luisterde naar geen van hen beiden, want mijn gebroken belofte aan Kayin dreef me veel meer dan mijn instinct tot zelfbehoud. Ik veronderstel dat dit ook een symptoom zou kunnen zijn van mijn verwarde geest.
Ik voelde iemand aan mijn hand trekken en keek neer naar Suu-Kyi.
"Heb je dat gezien?"
Ze wees naar een bruin aapje aan een ketting dat probeerde in een kokosnoot te bijten. Voor het aapje zat een zwart-witte puppy vol interesse naar de kokosnoot te kijken, alsof het wachtte op een gelegenheid om te proberen de noot open te breken. Het aapje sloeg de kokosnoot tegen de grond en hij stuiterde weg. De puppy zag zijn kans schoon, sprong op de kokosnoot en probeerde erin te bijten, maar zijn bek kon niet ver genoeg open om er grip op te krijgen met zijn tanden.
Het donderde in de verte toen we verder liepen. Ik wist dat de meisjes zich zorgen maakten om hun moeder, maar het zou geen van ons drieën goed doen om de hele dag te kniezen. Dus besloot ik iets te zoeken dat hen bezig zou houden terwijl ik bedacht wat ik kon doen.
Het zachte briesje bracht de sterke geur van gebakken vis en look met zich mee.
"Suu-Kyi en Marie," zei ik terwijl we ons een weg baanden door het volk, "willen jullie me helpen met winkelen?"
Ze stemden enthousiast toe.
In de hotelkamer was er geen keuken, maar ik dacht dat wat eten en misschien iets om te drinken wel goed zou zijn. En als we niet voor al onze maaltijden naar het restaurant moesten, zouden we nog wat geld besparen ook.
Marie en Suu-Kyi waren erg bedreven in rijp fruit, vers brood, kaas en andere dingen kiezen die niet in een koelkast bewaard moesten worden. Ik stelde voor een paar flessen cola te kopen.
"Niet mogelijk," zei Marie. "Kosten veel meer groter hier dan in eender welke winkel in Mandalay. Water van lavabo in je badkamer zal volstaan voor ons tot we weer leren rijk zijn."
Ik trok een wenkbrauw op naar haar en ze wierp me een erg strenge blik toe.
Ze waren niet verlegen als ze onderhandelden over de prijs en bleken een uitgebreide kennis te hebben van de producten en wat ze kostten. Ik hoorde de kleine Marie verschillende keren zeggen tegen een handelaar dat ze met veel plezier naar een concurrent zou gaan om een paar anna te sparen; de kleine bronzen munten waarvan er twaalf in een roepie gingen.
"We moeten heel goed op ons geld letten," zei ze tegen een vrouw die uiteindelijk akkoord ging met Maries aanbod om de helft te betalen van wat ze gewild had voor een stuk kaas. Ze spraken Birmaans en ik denk niet dat Marie wist dat ik hun gesprek begreep. Hoe meer ik de taal hoorde, hoe meer ik me ervan herinnerde en met elk woord dat ik hoorde, begreep ik meer van de taal.
"'t Is niet dat ik hier rijk van word, weet je," zei de vrouw tegen me toen ik haar het geld gaf en Marie de kaas in ontvangst nam. "Ik heb ook kleine kinderen die ik eten moet geven."
Aangezien ik een buitenlander was, sprak ze op een afgemeten en gecontroleerde manier en misschien een ietsje luider dan nodig was. Ik begreep haar Birmaans, maar ik kon niet op de woorden komen om haar een gepast antwoord te geven. Ik had medelijden met de arme vrouw en drukte nog twee munten in haar hand terwijl Marie en Suu-Kyi gele appels inspecteerden in het volgende kraam. De kaasdame gaf me een tandeloze grijns, wees naar Marie en tikte dan met haar wijsvinger tegen haar rechterslaap. Ja, had ik willen antwoorden, ze is erg slim, maar in de plaats daarvan bedankte ik haar en haastte me om de volgende handelaar te redden van het bankroet door toedoen van mijn nieuwe kinderen.
Читать дальше