‘Het is niet logisch. Het zou te lang duren voor de wortel oogstbaar was.’
‘Ja,’ zei Roy, enorm opgelucht. Toen: ‘Ja, maar je hebt me steeds uit de hydroponische tuin gehouden. Was dat niet omdat ik anders misschien kon worden besmet met het virus?’
‘Nee. Het was omdat je de geur zou ruiken en je iets zou eten.’
‘En met de tuin op Kobold was het hetzelfde.’
‘Precies.’
‘De tuin waar Alice en ik doorheen wandelden zonder iets te ruiken.’
‘Je bent nu ouder, idioot!’ Brennan begon zijn kalmte te verliezen.
‘Ja, natuurlijk. Sorry, Brennan, ik had daar allemaal aan moeten denken —’ Brennan die zijn kalmte begon te verliezen? Brennan? En — ‘Verdomme, Brennan, ik was maar een maand ouder toen je me verbood om ooit in de hydroponische tuin van de Vliegende Hollander te komen!’
‘Ik kap ermee,’ zei Brennan, en verbrak de verbinding.
Roy leunde achterover in zijn acceleratiestoel. Hij was verschrikkelijk gedeprimeerd. Wat hij verder nog mocht zijn, Brennan was in ieder geval een vriend en een bondgenoot geweest. Nu -Nu, heel abrupt, schokte de Beschermheer met een acceleratie van drie gee vooruit. Roy werd in zijn stoel gedrukt, en zijn mond viel open van geschokte verbazing. Toen, met alle kracht van een nu-massieve rechterarm, stak hij zijn hand uit naar het instrumentenpaneel en vond een rode knop.
De knop was geblokkeerd.
De sleutel zat in zijn zak. Roy groef ernaar, terwijl hij aan een stuk door binnensmonds vloekte. Brennan wilde hem op één plek vasthouden, het hem onmogelijk maken iets te doen. Maar dat ging niet door. Zijn hand ging tegen drie gee druk omhoog, verwijderde de blokkering en drukte op de rode knop.
De kabel die hem met de Beschermheer verbond knalde los. Hij begon te vallen.
Het kostte hem een volle minuut om de aandrijving zover te krijgen dat hij wat stuwkracht had. Hij begon een draai van negentig graden te maken. De draaicirkel van de Beschermheer moest veel groter zijn dan die van het kleinere vrachtschip. Door de ruit zag hij de vlam van de motor van de Beschermheer naar links wegglijden.
Hij zag de vlam uitgaan.
Waarom had Brennan de motor uitgezet?
Laat maar. Volgende programmapunt: de komlaser, en Thuis waarschuwen. Als hij nu maar gelijk had… maar hij durfde nu niet van een andere mogelijkheid uit te gaan. Brennan kon zich later wel schoonpraten: zich overgeven aan een ruimteschip van Thuis met alleen maar een drukpak aan en ze vertellen dat Roy gek was geworden. Misschien zou het nog waar zijn ook.
Hij draaide de komlaser naar Thuis en begon hem af te stemmen. Hij wist de juiste frekwentie, en de plek waarop hij moest richten… als die aan de goede kant van de planeet zat. De kant die naar hem toegekeerd was. Wat zou Brennan nu aan het doen zijn? Wat kon hij doen? Dat zou hij dan doen. Een Beschermheer had maar weinig vrije wil… en in de wapencocon van de Beschermheer zat een massa afschrikwekkend wapentuig. Hij zou Roy Truesdale vermoorden.
Thuis scheen hem te willen negeren. De kolonie was groot, zo groot als een behoorlijk land op Aarde, maar ze hadden hem de rug toegekeerd, de stommelingen! En waar was Brennans dodelijke straal? Die moest hij gebruiken.
En de aandrijving van de Beschermheer deed het nog steeds niet. Hij probeerde dus niet om hem te achterhalen.
Was Brennan nog wel aan boord van het schip?
Roy zag een mogelijkheid. Irrationeel, maar geen tijd om erover na te denken. Hij klauterde snel de stoel uit en een ladder af. De wapens waren in de luchtsluis. En de binnendeur was nog steeds open. Roy schoot naar binnen, griste een van de lasers van de wand en sprong achteruit voor de deur dicht kon gaan om hem op te sluiten.
De deur had niets gedaan.
Maar als Brennan niet aan boord was van de Beschermheer … Dan, hoe irrationeel het ook was, moest Brennan nu aan het proberen zijn de situatie te redden, en Roy Truesdale erbij. Daartoe moest hij aan boord gaan van het vrachtschip. Een daad die zou getuigen van een onmogelijk soort heroïek… maar Roy zag hem al de aandrijving van de Beschermheer zó afstellen dat hij automatisch zou afslaan, dan de luchtsluis uit en naar het vrachtschip, net toen Roy de kabel verbrak. Op de buitenwand van het vrachtschip een sleeplijn lassen, voor Roy veel vermogen uit zijn motor wist te krijgen. En dan naar de luchtsluis.
Onmogelijk? Wat was onmogelijk voor Brennan? Roy hield het wapen op de luchtsluis gericht, en wachtte tot de binnendeur dicht zou gaan.
Zijn antwoord kwam in een brullend geluid en een lichtflits achter hem. In een gillend gefluit van lucht kwam het Brennan-monster door de wand naast het toilet, toen ging de deur van het toilet open, Brennan stapte naar binnen en deed hem zacht weer achter zich dicht. De deur was niet van hetzelfde materiaal als de romp; hij boog wat door onder de druk, maar bezweek niet.
Roy’s laser ging omhoog.
Brennan wierp iets. Het ging zo snel dat Roy niet kon zien wat het was. Het raakte zijn rechter bovenarm. Het bot versplinterde alsof het van dun kristal was. Roy tolde half rond door de klap, en zijn arm zwaaide aan de schouder mee alsof het iets doods was dat aan hem vastzat. De laser ketste tegen de wand en kwam naar hem teruggezweefd.
Hij pakte hem met zijn linkerhand beet en draaide door tot hij Brennan weer tegenover zich had.
Brennan stond gespannen klaar, als een honkbalwerper op zijn heuvel. Hij had een zachte koolsmeerschijf in zijn hand, ter grootte van een ijshockeypuck.
Roy pakte zijn laser wat beter vast. Waarom gooide Brennan niet? Nu had hij de trekker te pakken. Hij schoot.
Brennan sprong opzij, ongelooflijk snel, maar niet zo snel als het licht. Roy volgde hem met de straal, en sneed net onder het midden door Brennans lichaam heen.
Brennan stortte neer, boven- en benedenstuk los van elkaar.
Zijn arm deed hem helemaal geen pijn, maar het geluid van Brennans val zorgde voor een wurgende pijn in zijn maag. Hij keek naar zijn arm. Die hing slap naast zijn lichaam, opgezwollen als een meloen, en er stroomde bloed uit waar een stuk bot door de huid stak. Hij keek weer naar Brennan.
Wat er van Brennan over was hees zich op zijn handen overeind en kwam naar hem toe.
Roy schoof langs een wand; naar de grond. De cabine tolde om hem heen. Shock. Hij glimlachte toen Brennan bij hem was.
‘Touché, Monsieur.’
‘Je bent gewond,’ zei Brennan.
De dingen om hem heen werden grijs, verloren hun kleur. Roy was er zich van bewust dat Brennan zijn hemd verscheurde om er een tourniquet onder de schouder van te maken. Brennan praatte monotoon en onafgebroken, het was niet duidelijk of hij verwachtte dat Roy hem zou verstaan of niet. ik had je kunnen doden als je geen familie van me was geweest. Stommeling, stommeling. Moge het plafond op je neerkomen, Roy. Roy, luister; je moet in leven blijven. Misschien geloven ze wel niet wat er in de computer zit. Roy? Verdomme, luister!’
Roy viel flauw.
De gebeurtenissen die volgden maakte Roy maar nauwelijks mee; hij ijlde en was vaak maar half bij bewustzijn. Hij slaagde er wel in om het vrachtschip in een koers naar Thuis te brengen, maar hij deed het niet precies zoals het hoorde, en kwam in een ontsnappingsbaan terecht. De schepen die hem achterna gingen waren gebouwd voor het verkennen van het dichtst bij de zon gelegen gedeelte van het Epsilon Indi-stelsel. Ze wisten hem te redden, en Brennans lijk, en de computer aan boord van de Beschermheer . De Beschermheer zelf konden ze niet bergen.
Zijn gewonde arm scheen een afdoende verklaring voor de comatoestand waarin hij verkeerde toen ze hem vonden. Het duurde even voor ze beseften dat hij iets anders te pakken had. Twee van de piloten hadden het toen ook al.
Читать дальше