Om het eiland goed te kunnen zien, huurden we een brommertje. Tweehonderd roepies per dag, das ongeveer vijf euro. Met het grijze gevaarte reden we langs de kust. Ik hoopte mooie dieren te zien. Er was veel groen op het eiland. Halverwege zag ik een Thai wat meloenschillen in de natuur gooien. Daarna zag ik apen. Ik remde het brommertje en we liepen naar de aapjes toe. Marie Antoinette nam foto’s. Ze verzocht mij iets dichterbij de apen te gaan staan. Ik schuif langzaam wat dichterbij. De dichtstbijzijnde aap, zat niet op mij te wachten. Dit uitte hij door mij zijn gebit te tonen. Een mooie rij witte tanden, mooier dan mijn gebit. Ik begreep de boodschap. Marie Antoinette volhardt en zegt dat ik echt een stuk naar rechts moet om dit plaatje goed vast te kunnen leggen. Klinkt aardig maar wat mij betreft kan ze de boom in. Iets wat de aap al heeft besloten te doen. De gewenste foto met aap en Miez blijft dus even uit, ‘Zoek de verschillen’ gaat gelukkig niet door…
We reden het hele eiland rond, althans, dat wilden we. Maar op een gegeven moment is de weg weg. Houdt gewoon op. Het asfalt is weggeslagen door de regen. Dus maar weer omgedraaid en terug naar ons dorpje. De volgende dag de andere kant van het eiland bekeken. Marie Antoinette wil dolgraag de brommer besturen, dus moet ik achterop. Ik verman me en doe net alsof ik haar vertrouw. Ik maak mezelf wijs dat het ook z’n voordelen heeft om achterop te zitten. Dan kan ik me meer op de wilde dieren concentreren! Auto’s halen links en rechts in, Marie Antoinette drukt op de toeter als ze richting aan wil geven. Ik hoop op een goede afloop en anders maar op een goed hospitaal.
De andere kant van het eiland was een stuk minder interessant. We gingen ontbijten (14:00 uur) bij weer een tentje aan het strand. Er liep een pier de zee in. Vanaf mijn English Breakfast spot ik eindelijk een beest. Een mooie vogel, een zeearend, daar heeft het ‘t meest van weg. Ik wijs Marie Antoinette op het dier, maar zij verpest het en zegt dat het een stuk hout is. Nu zijn mijn ogen misschien niet zo goed, maar deze schim heeft desondanks toch heel veel weg van een enorme roofvogel. Een half uur lang doen we over ons ontbijt en het moet gezegd, de vogel verroert geen vin. Een beetje vogel heeft ook geen vinnen. Zit onbewogen op zijn paal. Iets wat toch gebruikelijker is voor een stuk hout, dan voor een zeearend. Na het wegwerken van mijn ontbijt, wil ik duidelijkheid in deze zaak. Ik loop ik de pier af, in de hoop een mooi plaatje te kunnen schieten van het tropische roofdier. Naarmate ik dichterbij kom, wordt steeds duidelijker dat het hier toch om een stuk hout op een stuk hout gaat. Geen foto waard, Marie Antoinette had het goed gezien, helaas. Haar ogen mogen dan een stuk beter zijn, mijn fantasie is beduidend groter. In feite maak ik veel meer mee dan zij!
7 - Cambodja
Tot slot ja, Cambodja…
De aardige man die ons een brommertje verhuurd had, verkocht ook reisjes naar Cambodja. Logisch. Ik heb duidelijk gemaakt dat alles goed is, indien ik maar vóór 19:00 uur op de plaats van bestemming ben. De wedstrijd van het jaar voor Ajax, om het kampioenschap. Die moet en zal ik volgen via een internetcafeetje. De betrouwbaar ogende man laat ons een foto zien van een grote mooie, witte auto. Het was een witte limousine waarmee we over de Hell’s Road van de Thaise grens naar Angkor Wat zullen rijden. Ik vraag nog: “Angkor Wat?” Maar dit is een algemeen bekend plaatsje en dus een domme vraag.
Zondag zouden we om 07:45 uur opgehaald worden. Toen we rond 08:15 uur inderdaad werden opgepikt, kwamen we als laatste aan bij de boot die ons van het eiland naar het vaste Thailand voer. Tot dusver liep alles gesmeerd. Daarna met een minibus naar de grens gereden. Alles liep nog volgens plan en op rolletjes. Bij de grens werd mij duidelijk dat Thailand zo gek nog niet was. Cambodja was meer een soort vuilnishoop met paadjes. Allerlei duistere types verzamelden zich blijkbaar rond de grens in de hoop op een beter bestaan. Eigenlijk meer in de hoop op een niet oplettende toerist. Het enige waar ze op loerden waren de flappen van de toeristen. Het had de dag ervoor geregend in die grensplaats en dat was nog goed te zien. In plaats van de mooie witte limousine van de foto die de man ons getoond had, stond er een lelijke, oude bus op ons te wachten. En op nog tien anderen. De bus zou in Nederland niet misstaan in het oldtimer museum. Dit wrak bleek nog te rijden, iets wat je niet zou verwachten van de buitenkant gezien. Aangezien de ‘wegen’ door de regen veranderd waren in een grote modderpoel, zag ik de bui al hangen. Vóór 19:00 uur zou lastig worden. De bus vertrok rond 15:00 uur, er moest een afstand van hondertvijftig kilometer afgelegd worden. Met een BMW doe je daar drie kwartier over, met deze bus vermoedelijk wat langer. Toegegeven, de weg was niet optimaal, in Nederland zou hij voor Rallycross-terrein gebruikt kunnen worden. Voor gevorderden, niet voor beginners.
De bus vertrok en de eerste indruk van Cambodja was vreselijk. Het woord ‘opruimen’ bestaat niet daar. Niet dat ik zo vreselijk netjes ben, maar vergeleken met mijn maatstaf was het hier echt een ongeorganiseerde puinhoop. Langs de weg stond het vol met gestrande auto’s, vrachtauto’s, fietsers, brommers en alles waar je wielen onder kan zetten. Meestal ontbrak er een wiel. Dat was vaak de reden dat ze aan de kant van de weg stonden. Onze bus reed langzaam maar gestaag door alle kuilen op de weg. Ik denk dat we wel een gemiddelde snelheid van 25 km/uur haalden. Naar boven afgerond, vaak stonden we stil. Niet vanwege een stoplicht, daar hebben ze geen last van. Gewoon vanwege een obstakel op de weg. Of een obstakel naast de weg. Of even helemaal geen weg…
Toen in Tilburg de aftrap was, zaten wij nog kilometers verwijderd van de eindbestemming. Gelukkig is dat drama me redelijk bespaard gebleven, hoewel ik via de sms toch op de hoogte gehouden werd over het verloop van de wedstrijden. Helaas, achteraf…
Omdat een Cambodjaan zichzelf had opgeworpen tot reisleider, stelde iedereen vragen aan hem. Een paar toeristen vroegen in het stadje waar we gedropt zouden worden, of ze er iets eerder uit mochten. Dit was absoluut onmogelijk, aldus de reisleider. Hij voelde zich verantwoordelijk voor de toeristen en bracht ons naar het eindpunt! ‘Wat een aardige en goede man,’ dacht ik nog. Zo veel verantwoordelijkheidsgevoel, gelukkig bestaan er ook nog goede Cambodjanen! Later bleek dat er op het eindpunt vriendjes van hem aan het wachten waren, op een kudde vermoeide toeristen die nog een slaapplek zochten. Uit principe wilde Marie Antoinette niet meewerken aan deze georganiseerde misdaad. Hoewel de slaapplek er voor mij prima uitzag, moesten we weer verkassen met een tuktuk naar een andere slaapplek. De wedstrijd was inmiddels afgelopen, PSV was kampioen, ik was gebroken.
Om het verdriet te verzachten gingen we nog wat drinken. In de ‘Dead-Fish-Bar` nam ik een Heineken en Marie Antoinette zowaar geen cola light. Alles liep anders dan verwacht deze dag, dus dit kon er ook nog wel bij. Op weg naar de WC liep je langs een soort vijvertje. Geloof het of niet, de vijver bij mijn ouders in de tuin is een stuk groter. Daarin zitten wellicht vijf kikkers. In deze vijver hadden ze twee krokodillen weten te proppen. Diagonaal pasten ze er nog net in. Toch nog ‘wilde’ dieren gezien. Al was het niet geheel wat ik me erbij had voorgesteld.
Terug naar ons hotel, zei Marie Antoinette dat we aan de verkeerde kant van de weg liepen. Ik zie het meer als de verkeerde kant van de aardbol…
Sommige dingen verbazen me gewoon. Zo liepen we in Siem Reap (Cambodja) te wandelen naar ons guesthouse. Om een stukje af te snijden, ging ik een zijstraatje eerder rechtsaf. De straat zag er groot uit, maar werd naarmate ik verder liep, steeds iets smaller. Een teken aan de wand. Aangezien het nooit leuk is wanneer je een stuk af probeert te snijden weer terug te moeten lopen, vervolg ik de ingeslagen weg. Dan verandert de weg in een zandpad, eerst met een paar plassen, later in een plas met een paar droge stukken. Hoe verder ik kom, hoe smaller het wordt en uiteindelijk beland ik in een achtertuin. Een paar stomverbaasde Cambodjanen kijken me vragend aan. Op zich wel logisch, ik zou ook heel gek kijken als ik thuis de gordijnen open sla en er staat een Cambodjaan in mijn tuin. Ik heb niet eens een tuin.
Читать дальше