Haymijns Kinderen, Reinout en zijn broeders, waren vooruit ten Hove gegaan, om hunne ambten te aanvaerden. Als Lodewijk en de Heeren ten Hove gekomen waren, ging men ter tafel zitten, naar rang en geboorte. Haymijn zat meê aan Konings Carels tafel. Zijne Kinderen waren trouw in de bediening van hun ambt: Ritsaert diende den Koning; Writsaert twee Bisschoppen; Adelaert was werkzaam in de zale; Reinout kweet zich met zoo veel ijver, dat men van zijnen dienste wist te zeggen: "dat alle ding daar overvloedig was, van spijze en drank." Na de maaltijd ging men dansen en spelen, en daar was groote vreugde: want daar waren ten Hove vele edele Jonkvrouwen, die zeer schoon en aanminnig waren. Men schonk er den wijn overvloedig in gouden en zilveren vaten. Daar waren speellieden en menigerhande spel; elk toonde zijn konste zoo hij best mochte; in goeder geneuchte was ieder der feestgenoten; zoodat niemant de tijd verdroot.
Конец ознакомительного фрагмента.
Текст предоставлен ООО «ЛитРес».
Прочитайте эту книгу целиком, купив полную легальную версию на ЛитРес.
Безопасно оплатить книгу можно банковской картой Visa, MasterCard, Maestro, со счета мобильного телефона, с платежного терминала, в салоне МТС или Связной, через PayPal, WebMoney, Яндекс.Деньги, QIWI Кошелек, бонусными картами или другим удобным Вам способом.
Verschenen bij den uitgever C.L. v. Langenstein, Amsterdam, in 1861.
De plaats hier omschreven (… van den Donau ten Oosten af, … Gallicië en het land van Spanje…) houdt Dr. Jonckbloet voor ingeschoven.
La bâte de devant qui forme hourd avec garde-cuisses verticaux. Viollet-le-Duc, Dict. du Mob ., II, 372.
Beieren.
Valois.
Het 9e uur na zonsopgang.
vroom – moedig.
Lauiven – Loan, in Picardië.
vrienden – zoowel bevriende vreemden als bloedverwanten.
vromelijk – dapper.
Nigromantie – zwarte kunst, tooverij. (Verbasterd uit Νεκρωμαντεια
Genoten – het kollegie der XII Pairs , die met Karei te recht zaten; zijn staf in den oorlog.
Roeland :'s Konings neef, zijn beroemdste Paladijn.
Heidenen : Sarrazijnen, Saxers en Lombardiërs.
Bisschop Tulpijn : mede een van Carels Pairs of Genoten, die den Rijksraad uitmaakten.
Willem : Willem van Oranje, in de Legende de H. Willem van Gellone.
Willem van Orangiën : deze Paladijn, uit het Huis van Narbonne, en Bisschop Tulpijn, die over den Doop van Ritsaert stonden, dienden dus toch den Koning. Verg. boven: "Vrouwe Aye was dragende, maar hield het geheim, dat het niemand konde weten, behalve eene Jonkvrouwe…
blioud : cierlijk opperkleed, met of zonder mouwen. Zie Viollet le Duc, op het woord Bliaut (Dict. du mob., III, I, 38 – 60).
heusch-, hoofsch-, hoveschheid is het tegenovergestelde van dorperheid, en beteekent al wat edel en goed is in den aard, of in de form.
Espetijn (erspentijn, serpent?) : draak.
Montagu en Valencijn (Valenciennes) . In sommige bronnen: heet dit laatste Valkensteyn.
Schutbladen : zie de noot 2 La bâte de devant qui forme hourd avec garde-cuisses verticaux. Viollet-le-Duc, Dict. du Mob ., II, 372.
bij Carel en Elegast.
Drossaart :(hier) huismeyer, spijsverzorger, scbotelschikker.
Deze tocht van de Vier Heemskinderen naar Parijs wordt gewoonlijk voorgesteld op den titel van het oude verhaal. 't Is jammer, dat Dr. J.C. Matthes, alleen Reinout op Beyaert laat zitten: bl. 23.
Markgrave beteekent eigenlijk een Graaf, die grensbewaker is; hier zoû het zijn – bewaker van den afstand tusschen Lodewijk en het volk.
bezant: een muntstuk.