“Geef me drie uur,” zei ze.
“Ik bel om een vliegtuig te regelen,” zei Meredith. “Ik licht de politiechef in Reedsport in dat er een team onderweg is. Wees over precies drie uur bij de landingsbaan. Als je te laat bent, zal je ervan lusten.”
Riley stond nerveus op. “Ik begrijp het, meneer,” zei ze. Ze bedankte hem bijna weer, maar dacht snel aan zijn bevel om dat niet te doen. Ze liep zonder nog een woord te zeggen zijn kantoor uit.
*
Riley was binnen een halfuur thuis, parkeerde en liep rechtstreeks naar de voordeur. Ze moest haar reisbenodigdheden pakken: een kleine reistas met toiletspullen en een setje schone kleren die ze altijd ingepakt klaar had staan. Ze moest de tas supersnel gaan halen en dan de stad in, waar ze het een en ander aan April en Ryan moest uitleggen. Ze keek helemaal niet naar dat gedeelte uit, maar ze moest er zeker van zijn dat April veilig was.
Toen ze de sleutel in de voordeur stak merkte ze dat deze al open was. Ze wist dat ze hem op slot had gedaan toen ze wegging. Dat deed ze altijd, ze vergat het nooit. Alle alarmbellen gingen bij Riley af. Ze trok haar pistool en liep naar binnen.
Terwijl ze zich stilletjes door het huis bewoog en alle hoeken doorzocht, werd ze zich van een lang, ononderbroken geluid bewust. Het leek van buiten te komen, achter het huis. Het was muziek, heel harde muziek.
Wat is dit?
Nog steeds alert op een indringer liep ze door de keuken. De achterdeur stond een beetje open en buiten galmde een popnummer. Ze rook een bekende geur. “O jezus, niet weer,” zei ze tegen zichzelf. Ze stopte haar pistool terug in de holster en liep naar buiten. En ja hoor, daar was April. Ze zat met een slanke jongen van haar leeftijd aan de picknicktafel. De muziek kwam uit een paar kleine luidsprekers die op de picknicktafel stonden.
Toen ze haar moeder zag schoten de ogen van April vol met paniek. Ze reikte onder de picknicktafel om de joint in haar hand uit te maken, duidelijk hopend dat de peuk gewoon zou verdwijnen.
“Doe maar geen moeite om het te verbergen,” zei Riley en ze stapte naar de tafel. “Ik weet wat je aan het doen bent.”
Ze kon zichzelf nauwelijks verstaanbaar maken door de muziek. Ze reikte naar de muziekspeler en zette hem af.
“Dit is niet wat het lijkt, mama,” zei April.
“Dit is precíés wat het lijkt,” zei Riley. “Geef me de rest.”
April rolde met haar ogen en gaf Riley een plastic zakje met een klein beetje wiet erin. “Ik dacht dat je aan het werk was,” zei April, alsof dat alles verklaarde.
Riley wist niet of ze kwaad of teleurgesteld moest zijn. Ze had April al een keer eerder op het roken van wiet betrapt. Maar het ging nu beter tussen hen, en ze had gedacht dat die dagen achter hen lagen. Riley staarde naar de jongen.
“Mama, dit is Brian,” zei April. “Hij is een vriend van school.”
Met een uitdrukkingsloze grijns en glazige ogen reikte de jongen Riley de hand. “Aangenaam kennis te maken, mevrouw Paige,” zei hij.
Riley hield haar handen naast haar lichaam. “Wat doe je hier eigenlijk?” vroeg Riley aan April.
“Ik woon hier,” zei April schouderophalend.
“Je weet best wat ik bedoel. Je hoort bij je vader te zijn.”
April antwoordde niet.
Riley keek op haar horloge. De tijd raakte op. Ze moest deze situatie snel oplossen. “Vertel me wat er is gebeurd,” zei Riley.
April begon er een beetje bedremmeld uit te zien. Ze was niet op deze situatie voorbereid. “Vanmorgen ben ik vanaf het huis van papa naar school gelopen,” zei ze. “Ik kwam Brian voor school tegen. We besloten om vandaag te spijbelen. Het is niet erg als ik zo nu en dan wat mis. Ik slaag toch wel. Het examen is pas op vrijdag.”
Brian liet een nerveuze, stomme lach horen. “Ja, April doet het echt goed in die les, mevrouw Paige,” zei hij. “Ze is geweldig.”
“Hoe ben je hier gekomen?” vroeg Riley.
April wendde haar blik af.
Riley kon makkelijk raden waarom ze aarzelde om haar de waarheid te vertellen. “O god, jullie zijn hierheen gelift, of niet soms?” zei Riley.
“De bestuurder was echt een aardige man, erg stil,” zei April. “Brian was er de hele tijd bij. We waren veilig.”
Riley had moeite om haar stem en zenuwen de baas te blijven.
“Hoe wéét je of je veilig was? April, je mag nóóit met vreemden meeliften. En waarom zou je na de schrik van gisteravond hierheen willen komen? Dat was enorm dom. Stel dat Peterson nog steeds hier had rondgehangen?”
April glimlachte alsof ze beter wist. “Kom op, mam. Je maakt je te veel zorgen. Dat zeiden de andere agenten. Ik hoorde twee van hen erover praten; de jongens die me gisteravond naar het huis van papa hebben gebracht. Ze zeiden dat Peterson echt wel dood is en dat jij dat gewoon niet kunt accepteren. Ze zeiden dat degene die de steentjes achtergelaten heeft gewoon een grapje wilde uithalen.”
Riley was woest. Ze wilde dat ze die agenten te pakken kon krijgen. Wat een lef hadden ze, om in het bijzijn van haar dochter zo over haar te spreken. Ze wilde April naar hun namen vragen, maar besloot om het te laten gaan. “Luister naar me, April,” zei Riley. “Ik moet een paar dagen de stad uit voor een zaak. Ik moet meteen weg. Ik breng je naar je vader. Ik wil dat je daar blijft.”
“Waarom kan ik niet met jou mee?” vroeg April.
Riley vroeg zich af waarom tieners in hemelsnaam zo stom over sommige dingen konden zijn. “Omdat je dit vak moet afmaken,” zei ze. “Je moet ervoor slagen of je raakt achter op school. Engels is een verplicht vak en je hebt het zonder goede reden verpest. En trouwens, ik ben aan het werk. Het is niet altijd veilig om bij me te zijn terwijl ik aan een zaak werk. Dat zou je ondertussen wel moeten weten.”
April zei niets.
“Kom mee naar binnen,” zei Riley. “We hebben maar een paar minuten. Ik pak wat spulletjes bij elkaar en jij ook. Dan breng ik je naar het huis van je vader.”
Ze draaide zich om naar Brian en Riley ging verder: “En jou breng ik naar huis.”
“Ik kan liften,” zei Brian.
Riley staarde hem alleen maar aan.
“Oké,” zei Brian en hij zag er een beetje angstig uit. Hij en April stonden op en liepen achter Riley aan naar binnen.
“Schiet op en stap in de auto, allebei,” zei ze. De twee tieners verlieten gehoorzaam het huis.
Ze sloot de nieuwe grendel die ze aan de achterdeur had gemaakt en ging toen van kamer naar kamer om er zeker van te zijn dat alle ramen dicht waren. In haar eigen slaapkamer pakte ze haar reistas en controleerde of alles wat ze nodig had er nog in zat. Toen ze wegging keek ze nerveus naar haar bed, alsof de kiezelsteentjes teruggekomen zouden zijn. Even vroeg ze zich af waarom ze naar een andere staat ging in plaats van hier te blijven en te proberen de moordenaar op te sporen die ze daar had neergelegd om haar te treiteren.
Trouwens, die stunt van April had haar bang gemaakt. Kon ze erop vertrouwen dat haar dochter veilig zou blijven in Fredericksburg? Dat had ze eerder gedacht, maar nu had ze haar twijfels. Maar ze kon er niets aan veranderen. Ze was begaan met de nieuwe zaak en moest vertrekken. Terwijl ze naar buiten en naar de auto liep, gluurde ze het dikke, donkere bos in, speurend naar een teken van Peterson.
Maar er was niets.
Terwijl Riley de twee tieners naar een exclusiever gedeelte van Fredericksburg reed, wierp ze een blik op de klok en huiverde toen ze zag hoe weinig tijd ze nog over had. Ze moest aan de woorden van Meredith denken.
Als je te laat bent, zal je ervan lusten.
Misschien, heel misschien, kon ze op tijd bij de landingsbaan komen. Ze was van plan geweest om alleen maar even langs huis te gaan om een reistas op te halen, maar nu werd het een stuk ingewikkelder. Ze dacht eraan om Meredith op te bellen en hem te waarschuwen dat ze door familieomstandigheden wat later zou zijn. Nee, besloot ze; haar baas twijfelde al genoeg aan haar. Ze kon niet van hem verwachten dat hij haar nog meer ruimte zou geven.
Читать дальше