Alford liet een cynisch gebrom horen. “Dus je zegt dat het niet persoonlijk is,” zei hij. “Het is niet zo dat deze vrouwen iets hebben gedáán, waarvoor ze gevangen en vermoord werden. Het is niet zo dat de moordenaar vond dat ze het verdiend hadden.”
“Zo gaat het vaak,” zei Riley. “In mijn laatste zaak richtte de moordenaar zich op vrouwen die een pop hadden gekocht. Het maakte hem niets uit wie ze waren. Het enige wat telde was dat hij had gezien dat ze een pop kochten.”
Er viel nog een stilte. Alford keek op zijn horloge. “Ik heb over ongeveer een halfuur een persconferentie,” zei hij. “Is er nog iets wat we voor die tijd moeten bespreken?”
Riley zei: “Nou, hoe sneller agent Vargas en ik de directe familie van het slachtoffer kunnen ondervragen, hoe beter. Als het mogelijk is vanavond nog.”
Alford fronste bezorgd. “Ik denk het niet,” zei hij. “Haar man stierf jong, zo’n vijftien jaar geleden. Ze heeft alleen een paar volwassen kinderen, een zoon en een dochter, beiden met een eigen gezin. Ze wonen hier in de stad. Mijn mensen hebben ze de hele dag ondervraagd. Ze zijn doodmoe en in de war. Ik denk dat we ze tot morgen met rust moeten laten.”
Riley zag dat Lucy wilde protesteren, dus ze hield haar met een stil gebaar tegen. Het was slim van Lucy om de familie meteen te willen ondervragen. Maar Riley wist wel beter dan de plaatselijke politie tegen de haren in te strijken, helemaal als ze zo bekwaam waren als Alford en zijn team.
“Begrijp ik,” zei Riley. “Laten we het morgenochtend proberen. Hoe zit het met de familie van het eerste slachtoffer?”
“Ik denk dat er nog wat familieleden in Eubanks wonen,” zei Alford. “Dat zal ik nakijken. Laten we niets overhaast doen. De moordenaar heeft tenslotte ook geen haast. Zijn laatste moord was vijf jaar geleden en hij zal waarschijnlijk niet snel weer toeslaan. Laten we de tijd nemen om de dingen goed te doen.” Alford stond op. “Ik kan me maar beter voorbereiden op de persconferentie,” zei hij. “Willen jullie erbij zijn? Willen jullie wat mededelen?”
Riley dacht daar even over na. “Nee, ik denk het niet,” zei ze. “Het is beter als de FBI zich voorlopig rustig houdt. We willen niet dat de moordenaar het gevoel heeft dat hij veel publiciteit krijgt. De kans is groter dat hij zich laat zien als hij het gevoel heeft dat hij niet de aandacht krijgt die hij denkt te verdienen. Voor nu is het beter als jij het gezicht bent dat de mensen zien.”
“Nou, dan kunnen jullie je installeren,” zei Alford. “Ik heb bij de plaatselijke B&B een paar kamers voor jullie gereserveerd. Er staat buiten ook een auto klaar die jullie kunnen gebruiken.”
Hij schoof de kamerreservering en een setje autosleutels over zijn bureau naar Riley toe. Zij en Lucy verlieten het pand.
*
Later die avond zat Riley in een erker die over de hoofdstraat van Reedsport uitkeek. Het was schemerig en de straatverlichting ging aan. De avondlucht was warm en plezierig en alles was stil, er waren geen verslaggevers in de buurt.
Alford had twee charmante kamers voor Riley en Lucy gereserveerd, op de eerste verdieping in de B&B. De eigenares had een heerlijk avondmaal geserveerd. Daarna zaten Riley en Lucy een uurtje in de zitkamer beneden om de volgende dag te plannen.
Reedsport was een pittoresk en lieflijk stadje. Onder andere omstandigheden zou het een heerlijk plaatsje zijn voor een vakantie. Maar nu Riley weg was van al gepraat over de moord van de vorige dag dwaalden haar gedachten af naar haar andere zorgen.
Ze had tot nu toe de hele dag nog niet aan Peterson gedacht. Hij was daar ergens en ze wist het, maar niemand anders geloofde haar. Had ze er verstandig aan gedaan het er maar bij te laten? Had ze beter haar best moeten doen om iemand te overtuigen?
Ze kreeg de rillingen bij de gedachte dat twee moordenaars – Peterson en degene die hier twee vrouwen had vermoord – op dit moment gewoon hun leven leidden zoals zij dat wilden.
Hoeveel liepen er nog meer in de staat rond, in het land? Waarom werd de maatschappij geplaagd door deze verwrongen menselijke wezens?
Wat zouden ze aan het doen zijn? Zaten ze in afzondering iets te beramen, of spendeerden ze ontspannen hun tijd met vrienden en familie; nietsvermoedende, onschuldige mensen die geen idee hadden van het kwaad in hun midden? Op dit moment had Riley geen enkel idee. Maar het was haar taak om het uit te zoeken.
Ze dacht ook bezorgd aan April. Het voelde niet goed om haar zomaar bij haar vader achter te laten. Maar wat had ze anders moeten doen? Riley wist dat zelfs al had ze deze zaak niet aangenomen, er al snel een andere zou komen. Ze was gewoonweg te veel bij haar werk betrokken om zich met een onhandelbare tiener bezig te houden. Ze was te weinig thuis.
In een impuls pakte Riley haar mobiel en stuurde een sms.
Hoi April. Hoe gaat het?
Na een paar tellen kwam het antwoord.
Prima, mam. En jij? Heb je het al opgelost?
Het duurde even voordat Riley doorhad dat April haar nieuwe zaak bedoelde.
Nog niet, typte ze.
April antwoordde: Je zult het vast snel oplossen.
Riley glimlachte bij wat bijna als een motie van vertrouwen klonk.
Ze typte: Wil je praten? Ik kan je nu bellen.
Ze wachtte even op het antwoord van April.
Niet nu, alles oké.
Riley wist niet precies wat ze daarmee bedoelde. Haar optimisme verdween een beetje.
Oké, typte ze. Slaap lekker, ik hou van je.
Ze beëindigde de chat en keek de donker wordende nacht in. Ze glimlachte triest toen ze aan de vraag van April dacht.
“Heb je het al opgelost?”
‘Het’ kon van alles in het leven van Riley betekenen. En ze had het gevoel dat ze nog een lange, lange weg te gaan had om überhaupt iets op te lossen. Riley staarde weer de nacht in. Ze keek naar de hoofdstraat en ze stelde zich voor hoe de moordenaar dwars door het centrum naar de spoorlijn reed. Het was een brutale zet geweest. Maar lang niet zo brutaal als de tijd te nemen om het lichaam aan een elektriciteitsmast op te hangen, waar het in het licht van de opslagruimte gezien kon worden.
Dat gedeelte van zijn werkwijze was in die afgelopen vijf jaar drastisch veranderd: van het slordig dumpen van een lichaam bij de rivier naar het ophangen ervan, zodat iedereen het kon zien. Hij kwam niet bijzonder georganiseerd op Riley over, maar hij werd dwangmatiger. Er was vast iets in zijn leven veranderd. Maar wat?
Riley wist dat dit soort vrijpostigheid vaak een uit de hand gelopen verlangen naar publiciteit vertegenwoordigde, naar roem. Dat was zeker het geval bij de laatste moordenaar die ze had opgespoord. Maar het voelde niet juist bij deze zaak. Iets zei Riley dat deze moordenaar niet alleen klein en behoorlijk zwak was, maar ook bescheiden. Nederig zelfs.
Hij moordde niet graag; daar was Riley behoorlijk zeker van. En het was ook geen roem dat hem naar dit nieuwe niveau van vrijpostigheid had gebracht. Het was pure wanhoop. Misschien zelfs berouw, een soort onbewust verlangen om gepakt te worden. Riley wist uit persoonlijke ervaring dat moordenaars het gevaarlijkst waren wanneer ze tegen zichzelf vochten.
Конец ознакомительного фрагмента.
Текст предоставлен ООО «ЛитРес».
Прочитайте эту книгу целиком, на ЛитРес.
Безопасно оплатить книгу можно банковской картой Visa, MasterCard, Maestro, со счета мобильного телефона, с платежного терминала, в салоне МТС или Связной, через PayPal, WebMoney, Яндекс.Деньги, QIWI Кошелек, бонусными картами или другим удобным Вам способом.