Frederik Eeden - Dante en Beatrice, en andere verzen

Здесь есть возможность читать онлайн «Frederik Eeden - Dante en Beatrice, en andere verzen» — ознакомительный отрывок электронной книги совершенно бесплатно, а после прочтения отрывка купить полную версию. В некоторых случаях можно слушать аудио, скачать через торрент в формате fb2 и присутствует краткое содержание. Жанр: Поэзия, foreign_antique, foreign_prose, foreign_poetry, на нидерландском языке. Описание произведения, (предисловие) а так же отзывы посетителей доступны на портале библиотеки ЛибКат.

Dante en Beatrice, en andere verzen: краткое содержание, описание и аннотация

Предлагаем к чтению аннотацию, описание, краткое содержание или предисловие (зависит от того, что написал сам автор книги «Dante en Beatrice, en andere verzen»). Если вы не нашли необходимую информацию о книге — напишите в комментариях, мы постараемся отыскать её.

Dante en Beatrice, en andere verzen — читать онлайн ознакомительный отрывок

Ниже представлен текст книги, разбитый по страницам. Система сохранения места последней прочитанной страницы, позволяет с удобством читать онлайн бесплатно книгу «Dante en Beatrice, en andere verzen», без необходимости каждый раз заново искать на чём Вы остановились. Поставьте закладку, и сможете в любой момент перейти на страницу, на которой закончили чтение.

Тёмная тема
Сбросить

Интервал:

Закладка:

Сделать

IX

Het was dezelfde wonderbare vonk
die oover mijnen opgang heeft geglommen,
waaruit de groote gloeden zijn geklommen,
die hij, de meester, onzer waereld schonk —

en die hem veilig voerde door de drommen
van spooken in hun gruuwlijken spelonk,
tot waar de starrenkrans der zaal'gen blonk
in 't Licht, waarvoor zijn liederen verstommen.

Zoozeer verscheiden zijn twee menschen niet
door ééne Hand uit eender stof geweeven,
of 'k weet, wat al die wond'ren groeyen liet
is 't zelfde, wat mijn kinderziel deed beeven…

O àl te machtig, àl te teer ontroeren!
mijn hand ligt stil – kan 't schrijftuig niet meer voeren.

X

Mijn hart heeft bitterheeden als de Dood
en diepten waar geen woorden van gewagen,
is daar wel Liefde sterk genoeg en groot,
die 't kan verzwelgen en ten Heemel dragen?

Ik blader vluchtig thans in 't boek der dagen
en leg het duisterst zonder deernis bloot,
tot schuuwe schimmen angstig rond mij klagen:
"Gedenk! Gedenk! Gedenk! – éér gij verstoot!"

Hebt Gij, mijn zanger, ongeschokt vernoomen
den doodssnik van uw allerschoonste waan?
en zijt gij vast de treeden opgegaan
bestroomd van 't bloed der teerste, liefste droomen?

Welk Licht-verschiet was 't dat u schrijden deed
zoozeer als God, zóó liefdrijk en zóó wreed?

XI

Er drijft een zeldsaam gisten, zeldsaam dringen
de jonge ziel in haren opgang uit.
Zij breekt den schors van waan die haar omsluit
en neigt tot nadering aan vreemde dingen.

Door 't naaste, wat niet-eigen is, gestuit
baart zij dan teedre ranken, die 't omringen
en gansch tot eigen-worden willen dwingen —
en geeft zich vangeling aan de⌒eigen buit.

't Gaat dan om eeuwig heil! want ach! wie beurt
wat aan een schaduw zich heeft willen hechten?
En vast kan zich geen tweedemaal vervlechten
de rank, na d'eersten opgroei afgescheurd.

Dan worden alle klanken, alle kleuren
van 't Leeven weer een vreemd, vèr-af gebeuren.

XII

De schakel brak, – de Dood hield u gescheiden,
het Leeven sleepte u op zijn deining voort,
en, onder nieuwen liefde-groei versmoord,
ging schuil het glanzend schoon der eerste tijden.

Nochthans, nochthans voltrok zich ongestoord
het heilig Wonder, dat Gelieven beiden
door de⌒eigen liefde⌒elkaar tot God geleiden, —
en werd geboekstaafd in ontzach'lijk Woord.

Ik zie het aan en huiv'ring grijpt mijn ziel,
wij hadden van die Liefde een zwak vermoeden,
verrukt alree door 't ongeveer bevroeden —
Gedoog, dat ik voor haar gewisheid kniel.

Mijn hoofd buigt neer, omgolfd door staat'ge klanken,
laat de arme vreemd'ling in úw Tempel danken.

XIII

Wat zegt het najaar dat de blaren strooit,
het rul-geworden zomerloof doet zwijgen
van voogellied, – en leevens-weeke twijgen
met harde doodspracht van kristallen tooit?

Wat zal het leeven van zijn schoon herkrijgen,
door Tijd en Dood van zijnen bloei berooid?
Wat houdt er stand en ziet zijn groei voltooid
terwijl de welkende geslachten zijgen?

Er staat een boom, in lichten Hof geplant,
zijn takken reiken buiten 't ruim der heem'len,
zijn wortel voedt zich in der eeuwen zand,
zijn bloesem geurt, zijn looverdiepten weem'len
van voogelzang. Elk looverken een ziel
versterkt zijn machtig Leeven, éér het viel.

XIV

Ze noemen Liefde wat de ziel doet zieden
in helle vreugde van een oogwenk duur,
in lijden leevenslang, – met ieder uur
zien ze haar vluchtige bekooring vlieden, —

een sidd'rend glimpjen onstandvastig vuur
in woestenij van donkre doods-gebieden,
waar alle dingen zonder zin geschieden
naar starre wet van ijzige natuur.

Maar Hij, die op vervaarlijken en verren
boet-vaart door kringen, waar geen stervling kwam,
kondschap van 't onnaspeur'lijke vernam,

Hij gaf éénzelfden naam aan d'ééne Macht,
die 't kinds-hart wekt met stralen luuw en zacht,
en die de Zon beweegt en d'andre sterren.

TWEEDE DEEL

XV

't Zij dan door zesmaal honderd jaar gescheiden,
't zij dan zóó ongelijk van maat en macht,
zijn telgen wij nochthans van één geslacht
en draagt één liefde-tronk ons, bloesems, beiden.

Als klank van verre kerk-klok in den nacht
d'eenzamen dwaler oover duistre heiden
vertroostend meldt waar zijn verwanten beiden,
waar hem de lang gederfde haardstee wacht,

zoo heeft van ver 't plechtstatige geluid,
bij d'eersten flaauwen aangalm uwer woorden,
mij 't trouwlijk thuis der eigen ziel geduid,

en d'ooren van 't verlaten kindje hoorden
met grooter vreugd de moeder niet, die 't riep,
dan ik die roepstem uit der eeuwen diep.

XVI

Mijn Land, mijn Land, hoe blinken spiegelklaar
uw vlieten in de riet-bewassen zoomen,
stil glijdt het bruine scheepszeil langs de boomen,
kalm ligt het vreedige gehuchtje daar

met toorenspitsje en moolentje, te droomen,
breed ooverwelfd door blanke wolkenschaar,
die statig aandrijft uit de kimmen, waar
het zee-ruim wacht op d'altijd gaande stroomen.

Mijn Land van weide en rustloos winde-lied,
gij hebt de pracht van Arno's bloemen niet
en niet de grootschheid van Ravenna's wouden,

mijn Land, toch deed gij mij, als Hem, verstaan
wat in 't verganklijke niet kan vergaan,
wat ons van 't aardsche leeven voegt te⌒onthouden.

XVII

Gij werdt gebannen uit uw vaderstad,
gij moest het bittre brood der deernis eeten
en kondt Firenze's heuvlen niet vergeeten,
wat hulde en glans de vreemde voor u had,

en nimmer heeft één, zooals gij, geweeten
hoe scherpe weemoed geeft, op 't lijdenspad,
herdenken van verlooren vreugde-schat,
van vroegre banden ééns voor àl gereeten.

Maar wee mij! wat is mij? ik ga in 't land
mij booven allen dierbaar en gemeenzaam,
waar 'k jong was, ga ik aan der liefste hand,

en voel mij toch gebannen, arm en eenzaam!

Wie dreef mij uit? mijn held, wat was mijn schuld?
Wanneer is 't tij der ballingschap vervuld?

XVIII

Mijn hart smacht naar dat verre vaderland,
waarvan wij beide op aard een vóórglans zagen,
toen nauw-ontwaakt, in blijde kinderdagen,
zich ziel aan ziele spon met teedren band.

Toen, door dat bliksemfelle licht geslagen,
verhief zich ons verwonderde verstand,
en bleef om 't kernvuur van zoo schoonen brand
en om terugkeer naar dat licht-heil vragen.

Dit is mijn smart, dàt raakt het diepste weezen
van al mijn vreugde en leed, dàt geeft de klank
van innigheid aan deeze zwakke zangen —

Читать дальше
Тёмная тема
Сбросить

Интервал:

Закладка:

Сделать

Похожие книги на «Dante en Beatrice, en andere verzen»

Представляем Вашему вниманию похожие книги на «Dante en Beatrice, en andere verzen» списком для выбора. Мы отобрали схожую по названию и смыслу литературу в надежде предоставить читателям больше вариантов отыскать новые, интересные, ещё непрочитанные произведения.


Отзывы о книге «Dante en Beatrice, en andere verzen»

Обсуждение, отзывы о книге «Dante en Beatrice, en andere verzen» и просто собственные мнения читателей. Оставьте ваши комментарии, напишите, что Вы думаете о произведении, его смысле или главных героях. Укажите что конкретно понравилось, а что нет, и почему Вы так считаете.

x