“Waarom zeg je dat?” vroeg Bill. Hij wist het antwoord zelf wel, maar hij wilde weten hoe het brein van Spelbren werkte.
“Ze is in de dertig, niet zo heel erg jong,” zei Spelbren. “Striae, dus ze heeft minstens één kind gekregen. Niet het type dat doorgaans gebruikt wordt bij mensenhandel.”
“Je hebt gelijk,” zei Bill.
“Maar hoe zit het met die pruik?”
Bil schudde zijn hoofd. “Haar hoofd is geschoren,” antwoordde hij, “dus waar de pruik ook voor bedoeld was, het was niet om haar haarkleur te veranderen.”
“En de roos?” vroeg Spelbren. “Een boodschap?”
Bill bestudeerde de bloem. “Goedkope kunstbloem,” antwoordde hij. “Het soort dat je in iedere goedkope winkel kunt vinden. We zullen het natrekken, maar ik denk niet dat we iets zullen vinden.”
Spelbren bekeek hem, zichtbaar onder de indruk.
Bill twijfelde of er ook maar iets was waar ze wat aan zouden hebben. De moordenaar was te doelgericht, te planmatig. Dit hele tafereel was opgezet met een bepaalde zieke stijl die hem nerveus maakte.
Hij zag dat de plaatselijke agenten stonden te trappelen om dichterbij te komen, zodat ze dit konden afronden. Er waren al foto’s gemaakt, en het lichaam kon ieder moment weggehaald worden. Bill stond op en zuchtte. Zijn benen voelden stijf. Hij begon langzamer te worden met zijn veertig jaar, in elk geval een beetje.
“Ze is gemarteld,” observeerde hij en hij ademde verdrietig uit. “Kijk maar naar al die snijwonden. Sommige waren al aan het genezen.” Hij schudde verbeten zijn hoofd. “Iemand heeft haar dagenlang bewerkt voordat het met dat lint afgemaakt werd.”
Spelbren zuchtte. “De dader was ergens pisnijdig over,” zei hij.
“Hé, wanneer gaan we het hier afronden?” riep een van de agenten.
Bill keek hun richting op en zag dat ze heen en weer stonden te schuifelen. Twee van hen stonden stilletjes te mopperen. Bill wist dat het werk hier al klaar was, maar dat zei hij niet. Hij liet die stommelingen liever nog wat wachten en gissen.
Hij draaide zich langzaam om en nam de omgeving in zich op. Het was dichtbebost, allemaal dennenbomen en cederbomen en een heleboel struikgewas. De beek zocht zich kabbelend een weg door het serene landschap naar de dichtstbijzijnde rivier. Zelfs nu, midden in de zomer, zou het hier niet erg heet worden, dus het lichaam zou niet meteen ontbinden. Toch was het verstandig om het hier snel weg te halen en naar Quantico te sturen. Onderzoekers zouden het daar willen onderzoeken terwijl het nog redelijk vers was. De lijkwagen was op de zandweg aangekomen en stond achter de politieauto te wachten.
De weg was niets meer dan evenwijdige bandensporen door het bos. Het was bijna zeker dat de moordenaar hierlangs gereden was. Hij had het lichaam langs een smal pad naar deze plek gedragen, het gepositioneerd en was toen weggegaan. Hij zou niet lang gebleven zijn. Ondanks het feit dat het een afgelegen gebied was, werd hier geregeld door boswachters gepatrouilleerd en privéauto’s waren hier niet toegestaan. Hij had gewild dat het lichaam gevonden werd. Hij was trots op zijn werk.
En het wás ook gevonden, in de vroege ochtend, door een stel vroege ruiters. Toeristen op gehuurde paarden, had de boswachter aan Bill verteld. Het waren vakantiegangers uit Arlington die op een gereconstrueerde Western-ranch net buiten Yarnell verbleven. De boswachter had verteld dat ze nu nogal overstuur waren. Er was hun gezegd dat ze niet de stad uit mochten, en Bill was van plan om later met hen te praten.
Er was verder niets opvallends in het gebied rondom het lichaam. Die kerel was heel zorgvuldig geweest. Hij had iets achter zich aan gesleept – een schep misschien – toen hij vanaf de beek was teruggelopen, om zijn eigen voetsporen te verbergen. Er was verder niets opzettelijk of per ongeluk achtergelaten. Als er al bandensporen op de weg waren geweest, dan waren die waarschijnlijk door de politieauto en de lijkwagen vernietigd.
Bill zuchtte bij zichzelf. Verdomme, dacht hij. Waar is Riley wanneer ik haar nodig heb?
Zijn vaste politiepartner en beste vriendin was met onvrijwillig verlof, herstellend van het trauma van hun laatste zaak. Ja, dat was een akelige toestand geweest. Ze had tijd nodig, en als hij eerlijk tegen zichzelf was, wist hij dat ze misschien nooit meer terugkwam.
Maar hij had haar nu echt nodig. Ze was veel slimmer dan Bill en hij vond het niet erg om dat toe te geven. Hij keek met plezier hoe haar gedachten te werk gingen. Hij zag voor zich hoe ze deze scene zou uitpluizen, detail voor minuscuul detail. Op dit moment zou ze hem plagen met alle pijnlijke, overduidelijke aanwijzingen die pal voor zijn neus lagen.
Wat zou Riley hier zien wat Bill niet zag?
Hij voelde zich leeg, en dat beviel hem niet. Maar er was niets wat hij nu nog kon doen. “Oké, jongens,” riep Bill naar de agenten. “Haal het lichaam weg.”
De agenten lachten en gaven elkaar een high five.
“Denk je dat hij het nog een keer zal doen?” vroeg Spelbren.
“Ik weet het wel zeker,” zei Bill.
“Hoe weet je dat?”
Bill haalde diep adem. “Omdat ik zijn werk eerder gezien heb.”
“Het werd met de dag erger voor haar,” zei Sam Flores. Hij liet nog een afschuwelijke foto zien op het enorme multimedia beeldscherm dat boven de vergadertafel uittorende. “Tot op het moment dat hij er een eind aan maakte.”
Bill had dat al gedacht, maar hij haatte het om gelijk te hebben.
Het Bureau had het lichaam naar de GAE, eenheid Gedragsanalyse, in Quantico gevlogen, forensische deskundigen hadden foto’s genomen en het lab was met alle tests begonnen. Flores, een medewerker met een zwart omrande bril, doorliep de afgrijselijke diavoorstelling en de gigantische beeldschermen werden een afstotelijke aanwezigheid in de vergaderruimte van de GAE.
“Hoe lang was ze al dood voordat het lichaam gevonden werd?” vroeg Bill.
“Niet lang,” antwoordde hij. “Misschien in de vroege avond daarvoor.”
Naast Bill zat Spelbren, die met hem naar Quantico meegevlogen was nadat ze Yarnell verlaten hadden. Aan het hoofd van de tafel zat Special Agent Brent Meredith, het teamhoofd. Met zijn brede postuur, zijn donkere, hoekige kenmerken en zijn no-nonsens gezicht was Meredith een indrukwekkende aanwezigheid. Niet dat Bill door hem geïntimideerd was; verre van dat. Hij mocht graag denken dat ze veel gemeen hadden. Ze waren allebei doorgewinterde veteranen die alles al gezien hadden.
Flores liet een aantal close-ups van de wonden van het slachtoffer zien. “De wonden aan de linkerkant zijn eerder toegebracht,” zei hij. “Die aan de rechterkant zijn recenter. Sommige daarvan zijn uren of zelfs minuten voordat hij haar met het lint heeft gewurgd toegebracht. Het lijkt alsof hij gedurende de week dat hij haar gevangenhield geleidelijk aan steeds gewelddadiger werd. Haar arm breken is waarschijnlijk het laatste dat hij gedaan heeft toen ze nog leefde.”
“De wonden zien eruit als het werk van één dader,” observeerde Meredith. “Waarschijnlijk mannelijk, afgaande op het toenemende niveau van agressie. Wat heb je nog meer?”
“Gezien de kleine stoppels op haar hoofdhuid denken we dat haar hoofd twee dagen voordat ze werd vermoord is geschoren,” ging Flores verder. “De pruik is met stukjes van andere pruiken in elkaar genaaid, allemaal goedkope. De contactlenzen zijn waarschijnlijk per postorder besteld. En nog iets,” zei hij en hij keek aarzelend naar de gezichten. “Hij heeft haar met Vaseline ingesmeerd.”
Bill voelde de spanning in de ruimte stijgen. “Vaseline?” vroeg hij.
Flores knikte.
“Waarom?” vroeg Spelbren.
Flores haalde zijn schouders op. “Dat is jouw taak,” antwoordde hij.
Bill dacht aan de twee toeristen die hij de dag ervoor had ondervraagd. Hij had niets aan hen gehad. Ze waren verscheurd door morbide nieuwsgierigheid en op het randje van paniek over wat ze gezien hadden. Ze hadden niets liever gewild dan teruggaan naar hun huis in Arlington en er was geen reden geweest om hen in hechtenis te nemen. Ze waren door iedere beschikbare agent ondervraagd. En ze waren duidelijk gewaarschuwd om niets te zeggen over wat ze gezien hadden.
Читать дальше