Al snel werden de wegen breder met meer rijbanen, en toen zat ze op de snelweg. Ze gaf extra gas, liet haar krakkemikkige auto nog harder rijden, en voelde zich springlevend, betoverd door de snelheid. Al die mensen in hun auto’s, op weg naar andere plaatsen en zij, Emily, was eindelijk één van hen. Ze was opgewonden terwijl ze haar weg vervolgde en ze reed zo hard als ze durfde.
Haar zelfvertrouwen leek vleugels te hebben terwijl de auto over de weg reed. Toen ze over de grens van de staat Connecticut reed, realiseerde ze zich dat ze echt wegging. Haar baan, Ben, ze had zich eindelijk ontdaan van al die bagage.
Hoe noordelijker ze kwam hoe kouder het werd, en Emily moest eindelijk toegeven dat het gewoon te koud was om het raam open te hebben. Ze deed het raam dicht en wreef haar handen samen, wensend dat ze kleding droeg die beter bij het weer paste. Ze had New York verlaten in haar oncomfortabele werkkleding, en in nog een impulsief moment had ze het op maat gemaakte jasje en de stiletto’s uit het raam gegooid. Nu droeg ze alleen een dun shirt en de tenen van haar blote voeten leken wel ijsblokjes. Toen ze in de achteruitkijkspiegel naar haar spiegelbeeld keek, was er niets over van het plaatje van de filmster uit de veertiger jaren. Ze zag er niet uit. Maar het kon haar niets schelen. Ze was vrij en dat was het enige wat ertoe deed.
De uren gleden voorbij en voor ze het wist lag Connecticut achter haar, een vage herinnering, gewoon een plek waar ze doorheen was gereden op weg naar een betere toekomst. Het landschap van Massachusetts was meer open. In plaats van het donkergroene van de altijd groene bomen, waren dit bomen die hun bladeren hadden laten vallen. Ze stonden als spichtige skeletten aan weerszijden van de weg, met sporen van sneeuw en ijs op de harde grond tussen hen in. Boven Emily begon de lucht van kleur te veranderen van helderblauw naar grijs, wat haar herinnerde aan het feit dat het donker zou zijn tegen de tijd dat ze Maine bereikte.
Ze reed door Worcester, waar veel hoge huizen stonden, voorzien van houten panelen en geschilderd in verscheidene pastelkleuren. Emily dacht aan de mensen die hier woonden, aan hun levens en ervaringen. Ze was nog maar een paar uur van huis, maar alles was al vreemd voor haar: alle mogelijkheden, alle verschillende plaatsen om te wonen, te zijn en te bezoeken. Ze had zeven jaar lang een versie van het leven geleefd, altijd met de oude, bekende routine, iedere dag hetzelfde, wachten, wachten, wachten op meer. Al die tijd had ze gewacht tot Ben zover zou zijn, zodat ze kon beginnen met het volgende hoofdstuk van haar leven. Maar al die tijd had zij de macht gehad om haar eigen verhaal te schrijven.
Ze reed over een brug en volgde Route 290 toen deze veranderde in Route 495. Er waren geen bomen meer om naar te kijken, alleen steile rotswanden. Haar maag begon te rommelen en gaf duidelijk aan dat ze de lunch had gemist. Ze dacht erover om even te stoppen bij een tankstation, maar de drang om in Maine te komen was te sterk. Ze kon eten als ze daar aankwam.
Er gingen nog meer uren voorbij en ze reed New Hampshire in. De lucht ging open, de wegen waren breed en talrijk, en de velden strekten zich aan beide zijden uit zover het oog reikte. Emily moest denken aan hoe wijds de wereld was, aan hoeveel mensen er woonden.
Haar gevoel van optimisme voerde haar voorbij Portsmouth, waar de vliegtuigen over haar heen vlogen. Ze kon hun motoren horen ronken terwijl ze langs de landingsbaan reed. Ze vervolgde haar weg, voorbij de volgende plaats, waar vorst te zien was langs beide zijden van de weg. Daarna reed ze langs Portland, waar de weg naast de treinrails liep. Emily nam elk detail in zich op, overdonderd door hoe groot de wereld was.
Ze reed over de brug die Portland uit leidde. Ze wilde zo graag de auto stoppen en het uitzicht van de oceaan in zich opnemen. Maar de lucht werd donkerder en ze wist dat ze door moest rijden als ze voor middernacht bij Sunset Harbor wilde zijn. Het was nog minstens drie uur rijden vanaf waar ze was, en het klokje op haar dashboard gaf aan dat het al 9 uur ’s avonds was. Haar maag protesteerde weer, berispte haar omdat ze na de lunch ook het avondeten had gemist.
Op de lijst van dingen waar Emily naar uitkeek zodra ze bij het huis aankwam, stond de hele nacht slapen bovenaan. De vermoeidheid begon toe te slaan; Amy’s bank was niet echt comfortabel geweest, en dan was er nog de emotionele beroering die Emily de hele nacht had doorstaan. Maar in het huis in Sunset Harbor wachtte het mooie hemelbed van donker eikenhout op haar in de hoofdslaapkamer, de kamer die haar ouders in gelukkiger tijden hadden gedeeld. De gedachte dat ze het hele bed voor zichzelf zou hebben was zeer aantrekkelijk.
Er zat sneeuw in de lucht, maar Emily besloot niet de hele weg naar Sunset Harbor over de snelweg te gaan. Haar vader had graag over de minder bereden wegen gereden: een serie bruggen over de vele rivieren die richting de oceaan rond Maine stroomden.
Ze verliet de snelweg, opgelucht dat ze eindelijk langzamer kon gaan rijden. De wegen voelden hier verraderlijker, maar de omgeving was prachtig. Emily staarde omhoog naar de sterren, die schenen boven het heldere, schitterende water.
Ze volgde Route 1 langs de kust, en stelde zichzelf open voor alle schoonheid. De lucht veranderde van grijs in zwart, de weerspiegeling zichtbaar in het water. Het was alsof ze door de ruimte reed, op weg naar het oneindige.
Op weg naar het begin van de rest van haar leven.
*
Moe van de eindeloze rit, vechtend om haar vermoeide ogen open te houden, werd ze weer een beetje wakker toen haar koplampen eindelijk het bord beschenen dat haar liet weten dat ze Sunset Harbor binnenreed. Haar hart klopte sneller van opluchting en afwachting.
Ze passeerde de kleine luchthaven en reed de brug op die haar naar Mount Desert Island zou voeren. Met een gevoel van nostalgie herinnerde ze zich dat ze als kind in de auto had gezeten op deze brug. Ze wist dat het nog maar tien mijl was van hier naar het huis. Het zou niet meer dan twintig minuten zou duren voor ze haar bestemming bereikte. Haar hart begon te bonzen van de opwinding. Haar vermoeidheid en honger leken te verdwijnen.
Ze zag het kleine houten bordje dat haar welkom heette in Sunset Harbor en lachte bij zichzelf. Er stonden hoge bomen aan weerszijden van de weg en het was een troostende gedachte voor Emily dat het dezelfde bomen waren als de bomen die ze als kind gezien had toen haar vader over deze weg had gereden.
Een paar minuten later reed ze over een brug waar ze als kind op gelopen had, op een mooie herfstavond, met rode blaadjes die onder haar voeten hadden geknisperd. De herinnering was zo levendig dat ze zich zelfs de paarse wollen handschoenen voor de geest kon halen die ze had gedragen terwijl ze de hand van haar vader vasthield. Ze kon toen niet veel ouder dan vijf geweest zijn, maar de herinnering was zo duidelijk dat het gisteren geweest had kunnen zijn.
Er kwamen meer herinneringen terug terwijl ze andere plekken passeerde: het restaurant waar ze geweldige pannenkoeken hadden, de camping die de hele zomer vol stond met scoutinggroepen, het smalle pad dat naar beneden leidde, naar Salisbury Cove. Toen ze het bord van Acadia National Park bereikte glimlachte ze, want ze wist dat ze nog maar twee mijl verwijderd was van haar uiteindelijke bestemming. Het leek erop dat ze het huis net op tijd zou bereiken; het begon te sneeuwen en haar krakkemikkige auto kon waarschijnlijk geen sneeuwstorm doorstaan.
Alsof de auto een hint oppikte, begon hij een raar malend geluid te maken, ergens onder de motorkap. Emily beet op haar lip door de stress. Ben was altijd het meest praktisch geweest, de denker in de relatie. Zij was niet handig met mechanische dingen. Ze bad dat de auto het de laatste mijl zou volhouden.
Maar het malende geluid werd erger, en al gauw kwam er een vreemd gezoem bij, gevolgd door een irritant klikgeluid, en uiteindelijk gepiep. Emily sloeg met haar vuisten tegen het stuur en vloekte onder haar adem. De sneeuw begon sneller en dikker te vallen en haar auto ging nog harder klagen, tot hij haperde en toen stopte.
Читать дальше