Met haar verregende haren en haar regenjas zo nat dat deze aan haar lichaam vastgeplakt zat, stak Mackenzie in een snel tempo de verlaten straat over. Voor haar liep haar partner al richting het bewuste gebouw. Ze zag hoe hij laag gehurkt tegen de oude betonnen muur van het gebouw stond. Terwijl ze naar hem toe liep, haar weg alleen verlicht door het maanlicht en de straatlantaarn die een blok verderop stond, verstevigde ze haar greep om de door de Academie uitgegeven Glock die ze in haar hand had.
Ze begon het gevoel van een pistool in haar hand te waarderen. Het was meer dan een gevoel van veiligheid, iets wat meer weg had van een relatie. Wanneer ze een pistool in haar handen hield en wist dat ze ermee zou gaan schieten, voelde ze er een intieme band mee. Ze had dit nooit gevoeld tijdens haar werk als een ondergewaardeerde detective in Nebraska; het was iets nieuws dat de FBI Academie in haar los had gemaakt.
Ze bereikte het gebouw en kroop samen met haar partner langs de muur. Hier kon de regen haar tenminste niet meer geselen.
Haar partner heette Harry Dougan. Hij was tweeëntwintig, goed gebouwd en op een subtiele en bijna respectabele manier eigenwijs. Ze was opgelucht dat ook hij er een beetje zenuwachtig uitzag.
“Heb je hem gezien?” Vroeg Mackenzie hem.
“Nee. Maar de voorkamer is vrij. Dat kun je door het raam net zien,” zei hij, voor zich uit wijzend. Er was één enkel raam en in het kozijn bevonden zich scherpe gebroken glasscherven.
“Hoeveel kamers?” Vroeg ze.
“Zeker drie.”
“Laat mij voorop gaan,” zei ze. Ze zorgde ervoor dat het niet als een vraag klonk. Zelfs hier in Quantico moesten vrouwen assertief zijn om serieus genomen te worden.
Hij gebaarde haar dat ze door kon lopen. Terwijl ze voor hem uitliep, kroop ze langzaam naar de voorkant van het gebouw. Ze gluurde rond en zag dat de kust veilig was. De straten waren griezelig leeg en alles zag er verlaten uit.
Ze gaf Harry een snel knikje dat hij naar voren moest komen en zonder aarzeling kwam hij dichterbij. Hij hield zijn eigen Glock stevig in zijn handen en hield het laag op de grond gericht tijdens hun achtervolging, precies zoals ze hadden geleerd. Samen kropen ze naar de voordeur van het gebouw. Het was een verlaten betonblok, misschien een oud magazijn of opslagplaats, en de deur zag er gehavend uit. Het was duidelijk dat deze open was, een donkere kier onthulde een glimp van de binnenkant van het gebouw.
Mackenzie keek naar Harry en telde af met haar vingers. Drie, twee…. één!
Mackenzie drukte haar rug tegen de muur, terwijl Harry op zijn hurken de deur open duwde en naar binnen glipte. Ze snelde achter hem aan, ze werkten samen als een geoliede machine. In het gebouw was bijna geen licht. Snel greep ze naar haar zaklamp die ze op haar heup droeg. Net toen ze op het punt stond deze aan te klikken, bedacht ze zich. Het licht van de zaklamp zou hun locatie met zekerheid verraden. De verdachte zou hen ver van tevoren kunnen zien aankomen en zou waarschijnlijk kunnen ontsnappen…alweer kunnen ontsnappen.
Ze stopte haar zaklamp terug en nam de leiding weer, kruipend voor Harry die zijn Glock nu op de deur aan haar rechterzijde gericht hield. Toen haar ogen eenmaal aan de duisternis gewend waren kon ze meer details onderscheiden. Het gebouw was voor het grootste gedeelte leeg en verlaten. Een paar doorweekte kartonnen dozen stonden tegen de achterste muur aan. Vlakbij de verste hoek van de kamer stond een zaagbok en lagen verschillende oude kabels. Behalve dit was de grote ruimte leeg.
Mackenzie liep naar de deur rechts van haar. Het was eigenlijk alleen een deuropening, de daadwerkelijke deur was al lang geleden verwijderd. Binnenin verborgen de schaduwen bijna alles. Op een gebroken glazen fles en iets wat op rattenkeutels leek na, was de ruimte leeg.
Ze stopte en terwijl ze zich omdraaide realiseerde ze zich dat Harry veel te dichtbij volgde. Ze stapte bijna op zijn voeten toen ze achteruit de kamer uit liep.
“Sorry,” fluisterde hij in het donker. “Ik dacht dat….”
Hij werd onderbroken door het geluid van een schot. Dit werd onmiddellijk gevolgd door een oef-geluid dat uit Harry's mond kwam terwijl hij tegen de grond ging.
Mackenzie drukte haar lichaam dicht tegen de muur toen er nog een knal volgde. Het schot kwam van de andere kant en sloeg tegen de muur; ze voelde de impact ervan met haar rug.
Ze wist dat als ze nu snel handelde, ze de dader te pakken zou kunnen nemen in plaats van deel te nemen aan een schietpartij van de ene muur naar de andere. Ze keek naar Harry, zag dat hij nog steeds bewoog en grotendeel bij kennis was, en greep hem vast. Ze trok hem door de deuropening, weg uit de vuurlinie. Terwijl ze hiermee bezig was volgde er nog een schot. Ze voelde hoe de kogel net over haar schouder ging, de lucht zoefde langs haar regenjas.
Nadat ze Harry in veiligheid had gebracht verspilde ze geen moment meer en besloot direct tot actie over te gaan. Ze greep haar zaklamp, klikte hem aan en gooide deze door de deur. Voor enkele seconden kletterde het op de grond, de witte lichtstraal wild dansend op de muur aan de overzijde.
Tijdens het gekletter draaide Mackenzie zich snel door de deuropening. Ze hurkte laag, haar handen gleden over de vloer terwijl ze zich zo klein mogelijk maakte. Terwijl ze naar links rolde, zag ze direct rechts van haar de gedaante van de dader die nog steeds op de zaklamp gefocust was.
Ze stopte haar rol en stak met grote kracht haar rechterbeen uit. Het raakte de dader aan de achterkant van zijn been, net onder de knie. De verdachte zakte een beetje ineen en dat was alles wat ze nodig had. Ze sprong op en sloeg haar rechterarm om zijn nek en terwijl hij door zijn knieën ging, trok ze hem hardhandig naar beneden. Ze bracht haar knie in zijn maagstreek en na een behendige beweging van haar linkerarm lag de dader op de grond. Ze ontwapende hem en hield hem zodanig vast dat hij geen kant meer op kon.
Ergens in het oude gebouw riep een luide stem: “Halt!”
Een reeks heldere witte lampen werden hoorbaar ingeschakeld en overspoelden het gebouw met licht.
Mackenzie stond op en keek naar de verdachte. Hij glimlachte naar haar. Hij had een bekend gezicht, een gezicht dat ze al verschillende keren in haar trainingssessies had gezien, meestal bevelen schreeuwend en instructies blaffend naar de trainees.
Ze stak haar hand uit en hij pakte deze aan en kwam van de vloer omhoog. “Verdomd goed werk, White.”
“Bedankt,” zei ze.
Harry strompelde naar voren, zijn maag vasthoudend. “Zijn we er absoluut zeker van dat ze met bonen geladen zijn?” Vroeg hij.
“Dat niet alleen, deze zijn van lage kwaliteit,” zei de instructeur. ”De volgende keer zullen we rubberkogels gebruiken.”
“Geweldig,” gromde Harry.
Een paar mensen liepen de ruimte binnen terwijl de training in de Hogansteeg werd beëindigd. Het was Mackenzie’s derde trainingssessie in deze steeg, die een vervallen straat voorstelde en door de FBI intensief werd gebruikt voor de praktische training van Agenten.
Terwijl twee instructeurs bij Harry stonden en hem vertelden wat hij verkeerd had gedaan en hoe hij had kunnen voorkomen dat hij werd neergeschoten, liep een andere instructeur richting Mackenzie. Zijn naam was Simon Lee, een oudere man die eruitzag alsof hij een zwaar leven achter de rug had..
“Geweldig werk, agent White, “ zei hij. “Die rol was zo verdomde snel dat ik hem amper zag. Maar ... het was wel een beetje ondoordacht. Als er meer dan één verdachte was geweest dan zou het totaal anders zijn afgelopen.”
“Ja mijnheer. Ik begrijp het.”
Lee glimlachte naar haar. “Dat weet ik,” zei hij. “Ik moet je vertellen dat ik op dit moment, halverwege je opleiding, zeer te spreken ben over je vooruitgang. Je zal een uitstekende Agent worden. Goed werk.”
Читать дальше