“En dat is het?”
“Dat is het,” zei ze.
De man dacht hier even over na en keek naar Susan en toen naar de grote koffer in haar hand. Vervolgens keek hij op zijn horloge en haalde zijn schouders op.
“Ik zal je wat vertellen,” zei hij. “Ik moet binnen tien minuten vertrekken. Als je me binnen die tijd kunt overtuigen, heb je een klant. Ik doe alles om te voorkomen dat ik terug moet naar de sportschool.”
“Prima,” zei Susan, inwendig ineenkrimpend over het neppe optimisme in haar stem.
De man stapte opzij en gebaarde haar het huis in. “Kom binnen,” zei hij.
Ze stapte naar binnen en ging de kleine woonkamer in. Een oud uitziende televisie stond op een met krassen bedekt entertainmentcentrum. In de hoeken van de kamer stonden een paar stoffige oude fauteuils en een verfrommelde bank. Overal stonden keramische beeldjes en lagen kleedjes. Het leek meer op het huis van een oude vrouw dan op dat van een vrijgezelle man.
Om redenen die ze niet kon benoemen, hoorde ze in haar hoofd allerlei alarmbellen afgaan. Ze probeerde haar angst te onderdrukken met een wankele logica. Dus of hij is ongelooflijk de weg kwijt, of dit is niet zijn huis. Misschien woont hij bij zijn moeder.
“Is hier goed?” Vroeg ze, wijzend naar de salontafel voor de bank.
“Ja, daar is prima,” zei de man. Hij deed de deur dicht en glimlachte naar haar.
Toen de deur eenmaal gesloten was voelde Susan het kriebelen in haar buik. Het voelde alsof de temperatuur in de kamer flink was gedaald en al haar zintuigen stonden op scherp. Er was iets mis. Het was een bizar gevoel. Ze keek naar het dichtstbijzijnde keramieken beeldje, een kleine jongen die een wagentje voorttrok, alsof dat antwoord zou kunnen geven.
Ze begon haar presentatie voor te bereiden. Ze pakte een paar zakjes van het A Better You proteïnepoeder en de gratis miniblender (met een winkelwaarde van 35 euro, maar bij de eerste aankoop krijgt u deze geheel gratis!) om zichzelf af te leiden.
“Nu,” zei ze, in een poging kalm te blijven en de kilte te negeren die ze nog steeds voelde. “Bent u geïnteresseerd in gewichtsverlies, gewichtstoename of het behoud van uw huidige figuur?”
“Dat weet ik niet,” zei de man, die over de salontafel gebogen stond en naar de spullen keek. “Wat zou u zeggen?”
Susan had moeite haar stem terug te vinden. Zonder dat daar een echte reden voor was voelde ze zich ineens bang.
Ze keek naar de deur. Haar hart klopte in haar keel. Had hij de deur op slot gedaan? Vanaf de plek waar ze zat was het moeilijk te zeggen. Ze besefte dat de man nog steeds op antwoord wachtte. Ze schudde de hersenspinsels weg en probeerde terug te keren in de presentatie-modus.
“Tja, ik weet het niet,” zei ze.
Ze keek weer naar de deur. Plotseling leken de nepogen van alle porseleinen figuurtjes in de kamer haar aan te staren, haar aan te kijken als roofdieren.
“Ik eet niet al te slecht,” zei de man. “Maar ik heb wel een zwak voor limoentaart. Zou ik nog steeds limoentaart kunnen eten met dit dieet?”
“Misschien,” zei ze. Ze rommelde door haar spullen en trok de koffer dichter naar zich toe. Tien minuten, dacht ze, ze voelde zich met de seconde minder op haar gemak te voelen. Hij zei dat hij tien minuten had. Zo lang kan ik het wel volhouden.
Ze vond het kleine pamflet waarin stond wat de man tijdens het programma zou mogen eten, en keek hem aan terwijl ze het overhandigde. Hij pakte het aan en terwijl hij dat deed streek zijn hand even over de hare.
Wederom gingen de alarmbellen in haar hoofd af. Ze moest daar weg. Ze had dit nog nooit eerder gevoeld als ze in het huis van een potentiële klant was, maar dit was zo overweldigend dat het haar helemaal in beslag nam.
“Het spijt me,” zei ze, terwijl ze haar materialen verzamelde en terug in de koffer deed. “Maar ik herinner me ineens dat ik over nog geen uur een vergadering moet bijwonen, en het is helemaal aan de andere kant van de stad.”
“Oh,” zei hij, terwijl hij het pamflet bestudeerde dat ze hem net had overhandigd. “Nou, ik begrijp het. Oké. Ik hoop dat je nog op tijd komt.”
“Bedankt,” zei ze snel.
Hij gaf haar het pamflet terug en met een trillende hand pakte ze het aan. Ze stopte het in de koffer en liep naar de voordeur.
Deze zat inderdaad op slot.
“Sorry,” zei de man.
Terwijl ze haar hand uitstak naar de deurknop draaide Susan zich om.
Ze zag de klap bijna niet aankomen. Ze zag alleen een verblindende witte vuist terwijl deze haar hardop haar mond raakte. Ze voelde hoe het bloed meteen begon te stromen en ze proefde het op haar tong. Ze viel direct terug op de bank.
Ze opende haar mond om te gillen maar het voelde alsof de rechterkant van haar kaak op slot zat. Toen ze probeerde overeind te komen kwam de man weer op haar af en deze keer raakte hij haar met zijn knie in haar buik. Alle lucht verdween uit haar longen en ze kon niets anders doen dan zichzelf oprollen, happend naar adem. Terwijl ze probeerde op adem te komen werd ze zich vaag bewust van het feit dat de man haar had opgepakt en haar over zijn schouder gooide alsof ze een hulpeloze vrouw uit de oertijd was die hij terugsleepte naar zijn grot.
Ze probeerde tegen hem te vechten maar ze kon nog steeds geen lucht in haar longen krijgen. Het voelde alsof ze verlamd was, alsof ze verdronk. Haar hele lichaam voelde slap, inclusief haar hoofd. Haar bloed droop op de achterkant van het shirt van de man en dit was alles wat ze zag terwijl hij haar door het huis droeg.
Op een gegeven moment besefte ze dat hij haar naar een ander huis had gebracht, een huis dat op de één of andere manier verbonden was aan het huis waar ze zojuist was geweest. Hij liet haar als een zak aardappelen op de vloer vallen en ze sloeg met haar hoofd op de beschadigde linoleumvloer. Toen ze eindelijk weer in staat was een beetje lucht in haar longen te zuigen zag ze sterretjes voor haar ogen van de pijn. Ze rolde om, en toen ze het bijna voor elkaar had om overeind te komen, zag ze hem weer.
Ze zag alles wazig worden, maar ze kon net genoeg waarnemen om te zien dat hij een soort van kleine deur in de zijkant van een muur had geopend, verborgen achter een soort valse lambrisering. Het was donker daarbinnen, alles was bedekt met stof en isolatiemateriaal hing in gescheurde flarden naar beneden. Haar hart bonsde zo hard dat het leek alsof het uit haar borstkas zou breken toen ze besefte dat hij haar in deze ruimte wilde stoppen.
“Je zult hier veilig zijn,” zei de man terwijl hij voorover boog en haar de kruipruimte in sleepte.
Ze lag in het donker op een harde planken vloer. Het enige wat ze kon ruiken was stof en haar eigen bloed, wat nog steeds uit haar kapotte neus druppelde. De man ... ze wist zijn naam maar kon zich deze niet meer herinneren. Ze proefde het bloed en voelde een scherpe pijn in haar borst terwijl ze nog steeds naar adem hapte.
Eindelijk lukte het haar om een teug lucht in te nemen en ze wilde deze gebruiken om te schreeuwen. Maar in plaats daarvan liet ze het haar longen vullen om de pijn in haar lichaam te verzachten. Terwijl ze zich heel even iets beter begon te voelen hoorde ze hoe de deur van de kruipruimte ergens achter haar dicht ging, en daarna was er alleen nog de duisternis.
Het laatste wat ze hoorde voordat alles zwart werd was zijn lach aan de andere kant van de deur.
“Maak je geen zorgen,” zei hij. “Dit zal allemaal snel voorbij zijn.”
De regen viel gestaag naar beneden, zo hard dat Mackenzie White haar eigen voetstappen niet kon horen. Dit was goed. Het betekende dat de man die ze achtervolgde hen ook niet zou kunnen horen.
Toch moest ze voorzichtig te werk gaan. Het regende niet alleen, maar het was ook nog donker buiten. De verdachte kon net als zij gebruik maken van de duisternis. De zwak flikkerende straatlantaarns werkten echter niet in haar voordeel.
Читать дальше