Ze was onderweg terug naar haar dochters kamer toen ze een stem vanuit het andere einde van de gang haar naam hoorde roepen. Ze draaide zich om en zag het bezorgde gezicht van haar ex-man, Ryan, op haar afkomen. Toen ze hem gister had gebeld om hem te vertellen wat er gebeurd was, was hij in Minneapolis bezig met een rechtszaak.
Riley had niet verwacht hem hier te zien. Ryans dochter stond vaak laag in zijn lijst van prioriteiten; lager dan zijn werk als advocaat, en veel lager dan de vrijheid waar hij nu als vrijgezel van genoot. Ze had eraan getwijfeld of hij überhaupt zou komen.
Maar nu haastte hij zich naar Riley en omhelsde haar, zijn gezicht vol bezorgdheid.
“Hoe is het met haar? Hoe is het met haar?”
Ryan bleef de vraag herhalen, wat het moeilijk maakte voor Riley om antwoord te geven.
“Het gaat goed met haar komen,” wist ze uiteindelijk te zeggen.
Ryan trok zich terug uit de omhelzing en keek Riley aan met een benauwde gezichtsuitdrukking.
“Het spijt me,” zei hij. “Het spijt me zo, zo erg. Je zei dat April problemen had, maar ik luisterde niet. Ik had voor jullie allebei hier moeten zijn.”
Riley wist niet wat ze moest zeggen. Ryan bood normaal gesproken nooit zijn excuses aan. Eigenlijk had ze juist verwacht dat hij haar de schuld zou gaan geven van wat er gebeurd was. Dat was hoe hij altijd omging met gezinsproblemen. Blijkbaar was wat er met April was gebeurd nu erg genoeg om een impact op hem te hebben. Hij had vast al met de dokter gepraat en het hele vreselijke verhaal gehoord.
Hij knikte richting de deur.
“Mag ik haar zien?” vroeg hij.
“Natuurlijk,” zei Riley.
Riley bleef in de deuropening staan en keek hoe Ryan naar Aprils bed rende en haar in zijn armen nam. Hij hield zijn dochter even stevig vast. Riley dacht zijn rug te zien schokken met een snik. Toen ging hij naast April zitten en pakte hij haar hand vast.
April huilde weer.
“O, Pappa, ik heb het zo verpest,” zei ze. “Kijk, ik had iets met een jongen...”
Ryan legde zijn vinger op haar lippen.
“Sst. Je hoeft het niet uit te leggen. Het is goed.”
Riley voelde een brok in haar keel. Opeens, voor het eerst in hele lange tijd, voelde het alsof zij drieën een gezin waren. Was dat iets goeds of iets slechts? Was dat een teken dat er betere tijden aankwamen, of zou het weer leiden tot teleurstelling en verdriet? Ze had geen idee.
Riley keek vanuit de deuropening hoe Ryan zijn dochters haar zachtjes streelde, en April haar ogen sloot en zich ontspande. Het was ontroerend om te zien.
Wanneer is het zo mis gegaan? vroeg ze zich af.
Ze voelde hoe ze ineens wilde dat ze terug in de tijd kon gaan, naar een of ander cruciaal moment waarop ze een of andere vreselijke fout had begaan, zodat alles anders zou kunnen doen en dit alles nooit gebeurd zou zijn. Ze wist vrij zeker dat Ryan hetzelfde dacht.
Het was een ironische gedachte, dat wist ze maar al te goed. De moordenaar die ze eergisteren had uitgeschakeld was geobsedeerd geweest door klokken en had zijn slachtoffers neergelegd als wijzers op een wijzerplaat. En nu was ze zelf aan het malen over de tijd.
Had ik Peterson maar bij haar weg kunnen houden, dacht ze met een rilling.
April was, net als Riley, door dat sadistische monster in een kooi opgesloten en gekweld met zijn gasbrander. Het arme meisje had sindsdien last gehad van PTSS.
Maar Riley wist in alle eerlijkheid dat het probleem verder terug in de tijd was begonnen.
Misschien als Ryan en ik nooit gescheiden waren, mijmerde ze.
Maar hoe had dat voorkomen kunnen worden? Ryan was afstandelijk en ongeïnteresseerd geweest, zowel als echtgenoot als als vader, en ging daarnaast chronisch vreemd. Niet dat ze vond dat hij de volledige schuld had. Ze had zelf ook genoeg fouten gemaakt. Het was haar nooit gelukt om een goede balans te vinden tussen haar werk bij de FBI en het moederschap. Ze had veel van de aanwijzingen dat April op het foute pad zat, over het hoofd gezien.
Ze voelde zich nog verdrietiger. Nee, ze kon niet een specifiek moment bedenken waarop ze alles had kunnen veranderen. Haar leven zat te vol met fouten en gemiste kansen. Bovendien wist ze donders goed dat ze de tijd niet terug kon draaien. Het had geen zin om te verlangen naar iets onmogelijks.
Haar telefoon ging, en ze stapte weer de gang op. Haar hart begon sneller te slaan toen ze zag dat Garrett Holbrook degene was die belde. Hij was de FBI agent die de zoektocht naar Jilly op zich had genomen.
“Garrett!” zei ze terwijl ze opnam. “Wat is er aan de hand?”
Garrett antwoordde in zijn typische monotone stem.
“Ik heb goed nieuws.”
Riley kon meteen makkelijker ademhalen.
“De politie heeft haar opgehaald,” zei Garrett. “Ze had de hele nacht op straat gehangen, zonder geld of ergens om heen te gaan. Ze werd betrapt op winkeldiefstal in een supermarkt. Ik ben nu bij haar op het politiebureau. Ik zal de borgtocht betalen, maar...”
Garrett stopte. Riley vond het maar niks, het woordje “maar.”
“Misschien moet ik haar met je laten praten,” zei hij.
Een paar seconden later hoorde Riley het bekende geluid van Jilly’s stem.
“Hé, Riley.”
Nu Riley’s paniek wegebde, begon ze kwaad te worden.
“Zeg niet gewoon ‘hé.’ Waar was je wel niet mee bezig, zomaar weglopen?”
“Ik ga niet terug daarheen,” zei Jilly.
“Jawel, dat ga je wel”
“Stuur me alsjeblieft niet terug.”
Riley gaf even geen antwoord. Ze wist niet wat ze moest zeggen. Ze wist dat de opvang waar Jilly verbleef een goede, zorgzame plek was. Riley had een deel van het personeel leren kennen, en ze waren heel behulpzaam geweest.
Maar Riley begreep ook hoe Jilly zich voelde. De vorige keer dat ze elkaar spraken, had Jilly geklaagd dat niemand haar wilde, dat pleegouders haar steeds oversloegen.
“Ze vinden mijn verleden maar niks,” had Jilly gezegd.
Het gesprek was slecht geëindigd, met een huilende Jilly die Riley smeekte om haar te adopteren. Het was Riley niet gelukt om de duizend redenen waarom dat niet mogelijk was uit te leggen. Ze hoopte maar dat dit gesprek niet hetzelfde zou eindigen.
Maar voordat Riley bedacht had wat ze wilde zeggen, zei Jilly, “Je vriend wil weer met je praten.”
Riley hoorde weer de stem van Garrett Holbrook.
“Ze blijft het maar zeggen, dat ze niet terug naar de opvang wil. Maar ik heb een idee. Een van mijn zussen, Bonnie, denkt aan adoptie. Ik weet zeker dat zij en haar man het geweldig zouden vinden om Jilly in huis te hebben. Tenminste, als Jilly...”
Hij werd onderbroken door het gekrijs van verrukking van Jilly, die bleef roepen “Ja, ja, ja!”
Riley glimlachte. Dit was precies het soort moment dat ze nu nodig had.
“Dat klink als een goed plan, Garrett,” zei ze. “Laat me maar weten of het allemaal lukt. Heel erg bedankt voor al je hulp.”
“Geen probleem,” zei Garrett.
Ze hingen op. Riley stapte terug de deuropening in en zag dat Ryan en April nu in een luchtig lijkend gesprek verwikkeld zaten. Alles leek ineens een stuk beter. Ondanks al haar tekortkomingen, en die van Ryan, hadden ze April een beter leven gegeven dan veel andere kinderen hadden.
Op dat moment voelde ze een hand op haar schouder en hoorde ze een stem.
“Riley.”
Ze draaide zich om en zag Bills vriendelijke gezicht. Toen ze weg stapte van de deuropening om met hem te praten, kon Riley het niet laten om heen en weer te kijken tussen haar jarenlange partner en haar ex-man. Zelfs in deze wanhoopstoestand zag Ryan eruit als de succesvolle advocaat die hij ook was. Zijn blonde lokken en gladde praatjes openden overal waar hij ging deuren. Bill, zoals ze zich vaak gerealiseerd had, zag er meer uit zoals zij. Zijn donkere haar had hier en daar strepen grijs en hij was een stuk steviger en meer verfomfaaid dan Ryan. Maar Bill had zo zijn eigen specialismen waarin hij kundig was en hij was een stuk betrouwbaarder geweest in haar leven.
Читать дальше