"Wat is er?" schreeuwde ze terwijl ze zich omdraaide en weer naar beneden snelde.
"Kom snel!" gilde Beth. "Mijn god, kom snel!"
Haar stem kwam uit de keuken. Eliza begon te rennen toen ze beneden aan de trap kwam, door de woonkamer en de hoek om.
Op de Spaanse tegelvloer van de keuken, in een enorme plas bloed, lag Penny. Haar ogen waren in doodsangst opengesperd, haar lichaam verwrongen tot een soort gruwelijke doodskramp.
Eliza haastte zich naar haar oudste, dierbaarste vriendin en gleed uit over de stroperige vloeistof toen ze dichterbij kwam. Haar voet gleed onder haar vandaan en ze belandde hard op de grond, waarbij haar hele lichaam in het bloed plonsde.
Ze probeerde niet te kokhalzen, kroop naar Penny toe en legde haar handen op haar borst. Zelfs met kleren aan voelde ze koud aan. Desondanks schudde Eliza haar door elkaar, alsof ze haar daarmee kon wekken.
"Penny," smeekte ze, "word wakker."
Haar vriendin reageerde niet. Eliza keek naar Beth.
"Kan jij reanimeren?" vroeg ze.
"Nee," schudde de jonge vrouw met trillende stem haar hoofd. "Maar ik denk dat het al te laat is."
Eliza negeerde de opmerking en probeerde zich de reanimatieles te herinneren die ze jaren geleden had gevolgd. Het was voor de behandeling van kinderen, maar dezelfde principes zouden hier ook moeten gelden. Ze opende Penny's mond, hield haar hoofd achterover, kneep in haar neus en blies hard in de keel van haar vriendin.
Toen klom ze bovenop Penny's middel, legde de ene hand op de andere met haar handpalmen naar beneden en duwde met haar handpalm tegen Penny's borstbeen. Ze deed het een tweede keer en daarna een derde keer, in een poging om in een soort ritme te komen.
"Oh god," hoorde ze Beth mompelen, en ze keek op om te zien wat er aan de hand was.
"Wat is er aan de hand?" vroeg ze geirriteerd.
"Iedere keer als je op haar duwt, stroomt er bloed uit haar borst."
Eliza keek naar beneden. Het was niet gelogen. Elke compressie veroorzaakte een langzaam bloedlek uit wat leek op brede sneden in haar borstholte. Zij keek opnieuw.
"Bel de alarmcentrale!" schreeuwde ze, hoewel ze wist dat het geen zin had.
*
Jessie, die zich onverwacht nerveus voelde, ging vroeg aan het werk.
Met alle extra veiligheidsmaatregelen die ze had getroffen, had ze besloten twintig minuten te vroeg naar haar eerste werkdag in drie maanden te vertrekken om er zeker van te zijn dat ze om negen uur 's ochtends arriveerde, de tijd waarop ze van Captain Decker aanwezig moest zijn. Maar ze was kennelijk wel beter geworden in het navigeren van alle verborgen bochten en trappenhuizen, want het duurde niet zo lang als ze verwacht had om op het Centraal Bureau te komen.
Terwijl ze van het parkeergebouw naar de hoofdingang van het bureau liep, schoten haar ogen heen en weer, op zoek naar iets ongewoons. Maar toen herinnerde ze zich de belofte die ze zichzelf had gedaan vlak voordat ze gisteravond in slaap viel. Ze zou zich niet laten opslokken door de dreiging van haar vader.
Ze had geen idee hoe vaag of specifiek de informatie was geweest die Bolton Crutchfield aan haar vader had gegeven. Ze wist niet eens zeker of Crutchfield haar de waarheid vertelde. Hoe dan ook, ze kon er niet veel meer tegen doen dan ze al deed. Kat Gentry was de banden van Crutchfields bezoeken aan het bekijken. Ze woonde min of meer in een bunker. Ze zou vandaag haar officiële wapen krijgen. Voor het overige moest ze toch haar leven leiden. Anders zou ze gek worden.
Ze liep terug naar de centrale werkplek van het bureau, flink ongemakkelijk over hoe ze haar na zo'n lange afwezigheid zouden ontvangen. Daarbij was ze, toen ze hier voor het laatst was geweest, slechts interim junior profileringsadviseur geweest.
Nu was dat "interim" verdwenen en hoewel ze technisch gezien nog steeds adviseur was, werd ze betaald door de LAPD, met alle bijbehorende voordelen. Dat was inclusief een ziektekostenverzekering die ze, als je afging op recente ervaringen, behoorlijk vaak nodig zou hebben.
Toen ze de grote centrale werkvloer betrad, die bestond uit tientallen bureaus, gescheiden door niets meer dan prikborden, hield ze de adem in en wachtte. Maar er kwam niets. Niemand zei iets.
Sterker nog, niemand leek haar komst op te merken. Sommige hoofden waren omlaag gericht en bestudeerden dossiers. Anderen waren strak gericht op de mensen aan de andere kant van de tafels, in de meeste gevallen getuigen of verdachten met handboeien om.
Ze voelde zich een beetje leeglopen. Maar meer nog voelde ze zich onnozel.
Wat had ik verwacht – een triomftocht?
Ze had immers niet de legendarische Nobelprijs voor het Oplossen van Misdaden gewonnen. Ze was twee en een halve maand naar een FBI-opleidingsacademie geweest. Het was best gaaf. Maar niet iets om haar een staande ovatie voor te geven.
Ze liep stilletjes door het doolhof van bureaus, langs rechercheurs met wie ze eerder had gewerkt. Callum Reid, midden veertig, keek op van het dossier dat hij aan het lezen was. Terwijl hij haar toeknikte, viel zijn bril bijna van zijn voorhoofd, waar hij deze geplaatst had.
De twintiger Alan Trembley, met zijn gebruikelijke warrige blonde krullen, droeg ook een bril, maar die van hem zat op de brug van zijn neus terwijl hij een oudere man zat te ondervragen die beschonken leek te zijn. Hij merkte Jessie niet eens op toen ze langs hem liep.
Ze bereikte haar bureau, dat genant netjes opgeruimd was, gooide haar jasje en rugzakje neer en ging zitten. Intussen zag ze Garland Moses langzaam uit het keukentje slenteren met een mok koffie in de hand, terwijl hij de trap opliep naar zijn kantoor op de tweede verdieping, die in wezen een soort bezemkast was.
Het leek een vrij weinig indrukwekkende werkruimte voor de meest gevierde criminele profiler van de LAPD, maar het leek Moses niet te kunnen schelen. Er was uberhaupt niet veel dat hem iets kon schelen. De legendarische profiler, die boven de zeventig was en vooral uit verveling als adviseur voor de afdeling werkte, kon in wezen doen en laten wat hij wilde. Als voormalig FBI-agent was hij naar de westkust verhuisd om met pensioen te gaan, maar ze hadden hem overgehaald adviseur voor het department te worden. Hij stemde toe, zolang hij zelf mocht kiezen op welke zaken hij werkte en zijn eigen uren kon bepalen. Gezien zijn staat van dienst, maakte niemand toentertijd bezwaar, en dat deden ze nu nog steeds niet.
Met een bos onverzorgd wit haar, een leerachtige huid en een kledingkeuze daterend van 1981, had hij de reputatie op zijn best nukkig te zijn en in het slechtste geval ronduit chagrijnig. Maar tijdens de ene keer dat Jessie wat uitgebreider met hem gesproken had, vond ze hem – weliswaar niet warm, maar op z'n minst gemoedelijk. Ze wilde hem graag meer vragen, maar was nog steeds een beetje bang om hem rechtstreeks aan te spreken.
Terwijl hij de trap op schuifelde en uit het zicht verdween, keek ze om zich heen, op zoek naar Ryan Hernandez, de rechercheur met wie ze het vaakst had gewerkt en met wie ze zich bijna genoeg op haar gemak voelde om hem als een vriend te beschouwen. Ze waren zelfs onlangs begonnen elkaars voornaam te gebruiken, wat in politiekringen behoorlijk veel voorstelde.
Ze hadden elkaar eigenlijk ontmoet buiten het werk, toen haar professor hem vorig najaar uitnodigde voor haar afstudeerklas criminele psychologie tijdens Jessie's laatste semester aan UC Irvine. Hij had een casus gepresenteerd, die Jessie als enige van de klas had kunnen oplossen. Later ontdekte ze dat ze pas de tweede persoon was die het had weten uit te vogelen.
Daarna hielden ze contact. Ze had hem om hulp gevraag toen ze de motieven van haar man begon te wantrouwen, maar voordat hij geprobeerd had haar te vermoorden. En toen ze eenmaal terug naar DTLA was verhuisd, werd ze toegewezen aan het Centraal Bureau, waar ook hij werkte.
Читать дальше