Vrolijk had hij haar laten weten dat haar vader vermomd als arts de inrichting had bezocht, en erin geslaagd was om een uitgebreid gesprek met de gevangene te voeren. Blijkbaar was hij op zoek naar zijn dochter, wier naam was veranderd en die in het Getuigenbeschermingsprogramma was opgenomen nadat hij haar moeder had vermoord. Hij vermoedde dat ze op een dag Crutchfield zou bezoeken omdat hun misdaden zo op elkaar leken. Thurman wilde dat Crutchfield het hem liet weten als ze ooit kwam opdagen en hem op de hoogte bracht van haar nieuwe naam en woonplaats.
Vanaf dat moment had hun relatie een ongelijkheid gekregen waar ze zich ongelooflijk ongemakkelijk bij voelde. Crutchfield gaf haar nog steeds informatie over zijn eigen misdaden en aanwijzingen voor die van anderen. Maar ze wisten allebei dat hij alle troeven in handen had.
Hij wist wat haar nieuwe naam was. Hij wist hoe ze eruitzag. Hij wist in welke stad ze woonde. Op een gegeven moment ontdekte ze dat hij zelfs wist dat ze bij haar vriendin Lacy woonde, en wat het adres was. En blijkbaar had hij, ondanks zijn opsluiting in een zogenaamde geheime inrichting, de mogelijkheid om haar vader al die gegevens door te spelen.
Jessie was er vrij zeker van dat dat op zijn minst een van de redenen was dat Lacy, een aspirant-modeontwerper, een opdracht had aangenomen waarvoor ze zes maanden in Milaan moest verblijven. Het was een geweldige buitenkans, maar het was ook op flinke afstand van het Jessie's gevaarlijke leven.
Terwijl Jessie van de snelweg afsloeg, slechts enkele minuten voordat ze bij de NRD aankwam, herinnerde ze zich hoe Crutchfield de onuitgesproken dreiging die altijd boven hun ontmoetingen had gehangen, uiteindelijk toch tot uiting had gebracht.
Misschien kwam het omdat hij aanvoelde dat ze een paar maanden weg zou zijn. Misschien was het gewoon uit wrok. Maar de laatste keer dat ze door het glas in zijn slinkse ogen had gekeken, had hij een verbijsterend nieuwtje voor haar.
"Ik ga een babbeltje met je vader maken," had hij haar met zijn hoffelijk zuidelijk accent verteld. "Ik zal het niet bederven door te zeggen wanneer. Maar dat een prachtig moment zal zijn, dat weet ik wel zeker."
Ze was er nauwelijks in geslaagd het woord "Hoe?" uit te brengen.
"O, maak je je daar maar geen zorgen over, Miss Jessie," had hij sussend gezegd. "Ik wilde je alleen laten weten dat wanneer we elkaar te spreken krijgen, ik hem de groeten voor je zal doen."
Terwijl ze het terrein van het ziekenhuis opreed, stelde ze zichzelf dezelfde vraag die sindsdien aan haar vrat, de vraag die ze alleen uit haar hoofd kon zetten als al haar aandacht op ander werk was gericht: had hij het echt gedaan? Hadden die twee, op het moment dat zij zat te leren hoe ze mensen als hem en haar vader moest opsporen, elkaar werkelijk een tweede keer ontmoet, ondanks alle veiligheidsmaatregelen die waren bedoeld om precies dat soort dingen te voorkomen?
Ze had het gevoel dat het niet lang zou duren voor het mysterie opgehelderd werd.
Het betreden van de NRD-inrichting ging nog precies zoals ze het zich herinnerde. Nadat ze toestemming had gekregen om de afgesloten ziekenhuiscampus door een bewakingspoort te betreden, reed ze achter het hoofdgebouw naar een tweede, kleiner, onopvallend gebouwtje achterin.
Het was een saaie, betonnen en stalen constructie van één verdieping midden op een onverharde parkeerplaats. Alleen het dak was zichtbaar, achter een groot metalen hek met groen gaas en prikkeldraad dat het terrein omheinde.
Ze moest door een tweede bewakingspoort om toegang te krijgen tot de NRD. Na het parkeren liep ze naar de hoofdingang en deed alsof ze al de beveiligingscamera's, die haar bij elke stap volgden, niet zag. Toen ze bij de buitendeur kwam, wachtte ze tot de zoemer ging om haar binnen te laten. In tegenstelling tot de eerste keer dat ze hier gekomen was, werd ze nu herkend door het personeel en meteen toegelaten.
Maar dat was alleen voor de buitendeur. Nadat ze een kleine binnenplaats was gepasseerd, bereikte ze de hoofdingang van de inrichting, die dikke, kogelvrije glazen deuren had. Ze haalde haar toegangspasje door de gleuf, waarna het lampje op het paneel groen ging branden. Toen liet de beveiligingsbeambte achter het bureau, die de kleurverandering ook kon zien, haar binnen, en voltooide zo de toegangsprocedure.
Jessie stond in een kleine vestibule en wachtte tot de buitendeur dichtging. De ervaring had haar geleerd dat de binnendeur pas kon worden geopend als de buitenste helemaal weer dicht zat. Zodra het hoorbaar vergrendeld was, ontgrendelde de bewaker de binnendeur.
Jessie stapte naar binnen, waar een tweede gewapende officier op haar stond te wachten. Hij nam haar weinige persoonlijke bezittingen in beslag. Ze had in de loop der tijd geleerd dat het gemakkelijker was bijna alles in de auto achter te laten. Er was toch geen gevaar dat daarin ingebroken werd.
De bewaker fouilleerde haar en gebaarde haar dat ze als bij de luchthavenbeveiliging door de millimetergolfscanner moest, die een gedetailleerde afdruk gaf van haar hele lichaam. Toen dat achter de rug was, kreeg ze haar spullen zonder een woord terug. Het was de enige indicatie dat ze nu verder mocht.
"Gaat Agent Gentry mij ontmoeten?" vroeg ze de agent achter het bureau.
De vrouw keek op met een uitdrukking van totale desinteresse op haar gezicht. "Ze komt er zo aan. Wacht maar bij de Overgangsdeur."
Jessie deed wat haar was opgedragen. Overgang was de kamer waar alle bezoekers zich moesten omkleden voordat ze contact hadden met een patiënt. Eenmaal binnen moesten ze zich omkleden in grijze kleding in ziekenhuisstijl, alle sieraden verwijderen en alle make-up afwassen. Terecht was ze gewaarschuwd dat deze mannen geen extra prikkels konden gebruiken.
Even later stapte Agent Katherine 'Kat' Gentry door de deur om haar te begroeten. Ze was een lust voor het oog. Hoewel ze niet bepaald een goede start hadden gehad toen ze elkaar vorige zomer voor het eerst ontmoetten, waren de twee vrouwen nu vriendinnen, verbonden door een gedeelde kennis van de duisternis die sommige mensen in hun greep had. Jessie was haar zo gaan vertrouwen dat Kat bij het handjevol mensen hoorde die wisten dat ze de dochter was van de Beul van de Ozarks.
Terwijl Kat op haar af liep, viel het Jessie nogmaals op hoe kranig het hoofd van de beveiliging van de NRD was. Fysiek was ze indrukwekkend ondanks het feit dat ze maar een onopvallende een meter zeventig lang was, daar haar lichaam van 70 kilo bijna volledig uit spieren en stalen wilskracht bestond. Ze was een voormalige Army Ranger die twee keer naar Afghanistan was uitgezonden en ze droeg de overblijfselen van die tijd op haar gezicht, dat pokdalig was van de granaatscherven. Net onder haar linkeroog begon een lang litteken dat verticaal over haar wang liep. Haar grijze ogen waren waakzaam en namen alles dat ze zag grondig in zich op, om te bepalen of het een bedreiging was.
Ze beschouwde Jessie duidelijk niet als een dergelijke bedreiging. Ze begon te grijnzen en omhelsde haar stevig.
"Lang niet gezien, FBI-dame," zei ze enthousiast.
Jessie hapte naar adem tijdens de wurgomhelzing, en kon pas iets zeggen nadat ze werd losgelaten.
"Ik ben niet van de FBI," herinnerde ze Kat. “Het was maar een trainingsprogramma. Ik zit nog steeds bij de LAPD."
"Maakt niet uit," zei Kat blasé. "Je bent op Quantico geweest en je hebt samengewerkt met de autoriteiten op jouw vakgebied en je hebt spannende FBI-technieken geleerd. Als ik je een FBI-dame wil noemen, dan noem ik je een FBI-dame."
"Als dat je ervan weerhoudt mijn rug over je knie in tweeen te breken, mag je me noemen wat je maar wilt."
"Nu we het er toch over hebben, volgens mij zou ik dat nu niet meer kunnen," merkte Kat op. "Het lijkt alsof je sterker bent dan hiervoor. Ik vermoed dat ze niet alleen je hersens hebben getraind terwijl je daar was?"
Читать дальше