1 ...6 7 8 10 11 12 ...15 Ze draaide zich met een ruk om en zag tot haar verbazing iemand staan, niet ver bij haar vandaan. Ze zou bang geweest zijn, maar ze herkende de stem onmiddellijk—een eeuwenoude stem, ouder dan de bomen, ouder dan de aarde zelf, en haar hart zwol terwijl ze zich realiseerde wie het was.
Daar stond hij, in zijn witte mantel en kap, met zijn doorzichtige ogen die door haar heen brandden alsof hij recht haar ziel in keek. Zijn staf lichtte op in het licht van de zon en de maan.
Argon.
Ze stond op en wendde zich tot hem.
“Ik heb u opgezocht,” zei ze. “Ik ben naar uw huisje gegaan. Hoorde u me kloppen?”
“Ik hoor alles,” antwoordde hij cryptisch.
Ze zweeg even. Hij was uitdrukkingsloos.
“Vertel me wat ik moet doen,” zei ze. “Ik zal alles doen. Alstublieft, laat Thor niet sterven. U kunt hem niet laten sterven!”
Gwen deed een stap naar voren en greep smekend zijn pols vast. Maar toen ze hem aanraakte voelde ze een verzengende hitte die via zijn pols door haar handen heen ging, en ze ziet hem los, overweldigd door de energie.
Argon zuchtte diep en liep naar het meer. Hij keek uit over het water, zijn ogen reflecterend in het licht.
Ze liep naar hem toe en ging zwijgend naast hem staan, wachtend tot hij klaar was om te spreken.
“Het is niet onmogelijk om het lot te veranderen,” zei hij. “Maar het vraagt een hoge prijs van de indiener. Je wilt een leven redden. Dat is een nobel streven. Maar je kunt geen twee levens redden. Je zult moeten kiezen.”
Hij keek haar aan.
“Zou je willen dat Thor deze nacht overleefd, of je broer? Eén van hen moet sterven. Het staat geschreven.”
Gwen was verafschuwd door die vraag.
“Wat voor keuze is dat?” vroeg ze. “Door één van hen te redden, veroordeel ik de ander.”
“Dat doe je niet,” antwoordde hij. “Ze zijn beiden voorbestemd om te sterven. Het spijt me. Maar dat is hun lot.”
Het voelde alsof er een dolk in Gwens maag was geduwd. Beiden voorbestemd om te sterven? Het was te afschuwelijk voor woorden. Kon het lot werkelijk zo wreed zijn?
“Ik kan niet de één boven de ander verkiezen,” zei ze uiteindelijk. Haar stem klonk zwak. “Mijn liefde voor Thor is sterker, natuurlijk. Maar Godfrey is mijn vlees en bloed. Ik kan het idee dat de één zou sterven ten koste van de ander niet verdragen. En ik denk ook niet dat zij dat zouden willen.”
“Dan zullen ze beiden sterven,” antwoordde Argon.
Gwen voelde zich overspoeld worden door paniek.
“Wacht!” riep ze uit, toen hij zich begon om te draaiden.
Hij keek haar aan.
“En ik dan?” vroeg ze. “Wat als ik zou sterven in hun plaats? Is dat mogelijk? Kunnen zij beiden leven, als ik sterf?”
Argon staarde haar een lange tijd aan, alsof hij haar diepste essentie in zich opnam.
“Je hart is puur,” zei hij. “Jouw hart is het meest puur van alle MacGils. Je vader heeft goed gekozen. Ja, dat heeft hij zeker…”
Argons stem vervaagde terwijl hij in haar ogen bleef staren. Gwen voelde zich ongemakkelijk, maar durfde niet weg te kijken.
“Vanwege jouw keus, vanwege jouw offer op deze nacht,” zei Argon, “heeft het lot geluisterd. Thor zal gered worden. Je broer ook. Jij zult ook blijven leven. Maar een klein deel van je leven zal je worden ontnomen. Onthoudt dat er altijd een prijs is. Je zult een gedeeltelijke dood sterven in ruil voor hun levens.”
“Wat betekent dat?” vroeg ze, terwijl de schrik haar om het hart sloeg.
“Op alles staat een prijs,” antwoordde hij. “Je hebt een keus. Wil je hem liever niet betalen?”
Gwen schraapte zichzelf bijeen.
“Ik zal alles doen voor Thor,” zei ze. “En voor mijn familie.”
Argon staarde dwars door haar heen.
“Thor heeft een grote lotsbestemming,” zei Argon. “Maar het lot kan veranderen. Ons lot staan in de sterren geschreven. Maar het wordt ook bepaald door God. God kan het lot veranderen. Thor was voorbestemd om deze nacht te sterven. Dankzij jou zal hij leven. Jij zult daar de prijs voor moeten betalen. En die is hoog.”
Gwen wilde meer weten, maar op dat moment werd ze verblind door een felle lichtflits, en Argon verdween.
Gwen keek om zich heen, maar hij was nergens te bekennen.
Uiteindelijk draaide ze zich om. Ze keek uit over het meer. Het zag er zo sereen uit, het was alsof er niets was gebeurd. Ze zag haar eigen weerspiegeling, en ze leek zo ver weg. Ze werd overspoeld door dankbaarheid, en uiteindelijk ook met een gevoel van vrede. Maar ze voelde ook angst voor haar eigen toekomst. Hoe graag ze het ook uit haar hoofd wilde zetten, bleef ze het zich afvragen: welke prijs zou ze betalen voor Thors leven?
Thor lag hulpeloos op de grond, midden op het slagveld, vastgepind door McCloud soldaten. Hij hoorde het geschreeuw van de paarden, van de mannen die om hem heen stierven. De ondergaande zon en de opkomende maan—een volle maan, voller dan hij ooit had gezien—werden plotseling geblokkeerd door een enorme soldaat, die zijn drietand ophief en zich schrap zette om hem door Thors schedel te boren. Thor wist dat zijn tijd was gekomen.
Thor sloot zijn ogen en bereidde zich voor op de dood. Hij voelde geen angst. Alleen spijt. Hij wilde meer tijd om te leven; hij wilde ontdekken wie hij was, wat zijn lot was geweest, en meer dan alles wilde hij meer tijd met Gwen.
Het was niet eerlijk dat hij zo moest sterven. Niet hier. Niet op deze manier. Niet vandaag. Het was zijn tijd nog niet. Hij voelde het. Hij was nog niet klaar.
Plotseling voelde Thor iets in zich opwellen: het was een trots, een kracht zoals hij nog nooit had gevoeld. Zijn hele lichaam begon te tintelen en werd heet. Er schoot een sensatie door hem heen, vanaf zijn voeten, door zijn benen heen, door zijn torso, zijn armen, tot zijn vingertoppen brandden, vonkend met een energie die hij nauwelijks kon bevatten. Thor liet een hevig gebrul uit, als een draak die uit het diepst van de aarde omhoog kwam. Hij schrok er zelf van.
Thor voelde de kracht van tien mannen door zich heen stromen terwijl hij zich uit de greep van de soldaten losrukte en opsprong. Voor de soldaat zijn drietand kon bewegen, deed Thor een stap naar voren, greep hem bij zijn helm en gaf hem een kopstoot, waardoor zijn neus brak; toen schopte hij hem zo hard dat de man als een kanonskogel naar achteren vloog, en onderweg tien mannen neerhaalde.
Thor schreeuwde met een hernieuwde woede terwijl hij een soldaat bij zijn kraag greep, hem hoog boven zijn hoofd optilde en hem in de menigte gooide. Hij nam een tiental soldaten mee alsof het kegels waren. Toen greep Thor een strijdvlegel met een drie meter lange ketting uit de handen van een soldaat. Hij zwaaide ermee in het rond, keer op keer, en haalde alle soldaten die binnen een radius van ten meter van hem stonden neer.
Thor voelde hoe zijn kracht bleef stijgen, en hij liet het overnemen. Terwijl een aantal mannen hem aanvielen, hield hij zijn hand op. Tot zijn verbazing voelde hij iets tintelen, en zag hij hoe er een koude mist uit zijn handen stroomde. Zijn aanvallers stopten plotseling, bedekt met een laagje ijs. Ze stonden compleet bevroren, niet in staat om te bewegen.
Thor draaide zijn handen in elke richting, en overal om hem heen bevroren mannen; het leek alsof het slagveld was gebombardeerd met ijsblokken.
Thor keek om, en zag hoe meerdere soldaten op het punt stonden om fatale klappen uit te delen aan Reece, O’Connor, Elden en de tweeling. Hij hief zijn handpalm en bevroor hun aanvallers, waarmee hij zijn strijdbroeders van de dood redde. Ze draaiden zich naar hem om en staarden hem aan met opluchting en dankbaarheid in hun ogen.
Het McCloud leger begon op te merken dat er iets aan de hand was, en ze werden wantrouwig. Ze begonnen zich terug te trekken, te bang om te dichtbij te komen terwijl ze tientallen van hun kameraden op het slagveld zagen, bevroren op hun plek.
Читать дальше