Albert Baantjer - Moord in een café

Здесь есть возможность читать онлайн «Albert Baantjer - Moord in een café» весь текст электронной книги совершенно бесплатно (целиком полную версию без сокращений). В некоторых случаях можно слушать аудио, скачать через торрент в формате fb2 и присутствует краткое содержание. Город: Utrecht, Год выпуска: 2011, ISBN: 2011, Издательство: De Fontein, Жанр: Детектив, на нидерландском языке. Описание произведения, (предисловие) а так же отзывы посетителей доступны на портале библиотеки ЛибКат.

Moord in een café: краткое содержание, описание и аннотация

Предлагаем к чтению аннотацию, описание, краткое содержание или предисловие (зависит от того, что написал сам автор книги «Moord in een café»). Если вы не нашли необходимую информацию о книге — напишите в комментариях, мы постараемся отыскать её.

Een neef van de beroemde rechercheur De Cock en zijn collega moeten de moord op een oudere cafébezoeker oplossen.

Moord in een café — читать онлайн бесплатно полную книгу (весь текст) целиком

Ниже представлен текст книги, разбитый по страницам. Система сохранения места последней прочитанной страницы, позволяет с удобством читать онлайн бесплатно книгу «Moord in een café», без необходимости каждый раз заново искать на чём Вы остановились. Поставьте закладку, и сможете в любой момент перейти на страницу, на которой закончили чтение.

Тёмная тема
Сбросить

Интервал:

Закладка:

Сделать

‘Goed idee,’ stemt Zijlstra grif in. ‘Ik denk dat het al wat laat is om naar de film te gaan. Misschien kunnen we beter naar mijn kamer gaan. Of beter nog: naar jouw flat, want ik woon driehoog achter en ik heb vanochtend toen ik naar m’n werk ging niet veel tijd gehad om op te ruimen. Dus…’

‘Dat is misschien niet zo’n gek idee,’ geeft ze toe. ‘Dan zijn mijn katten ook niet zo alleen.’

Blij verrast veert hij op. ‘Oké. Zullen we dan maar?’

Enthousiast gaat hij haar voor naar de buitendeur, die hij galant voor haar openhoudt.

De cafébaas roept hem na: ‘Zal ik het maar gewoon op je rekening zetten, Hendrick?’

Zijlstra maakt een wegwerpgebaar, zet met één hand zijn petje op en zegt tegen de blonde vrouw: ‘Wat?’ Jacqueline kijkt hem enigszins verwijtend aan.

Naast elkaar lopen ze over de gracht. De straatstenen glimmen van de motregen en overal liggen rottende bladeren. Hendrick slaat een arm om haar schouders en trekt haar tegen zich aan. Voor de vorm werkt ze even tegen, maar dan geeft ze toe. Onder een lantaarnpaal blijven ze staan, met hun gezichten dicht bij elkaar.

‘Die caféman kende jou dus wel,’ zegt Jacqueline, nog altijd een beetje boos.

Hendrick glimlacht. ‘Ernst is een goeie vent, en een groot mensenkenner. Weet je wat hij over jou zei?’

‘Over mij?’ vraagt ze verbaasd. ‘Wat dan?’

‘Dat jij het mooiste meisje van de avond bent.’

Ze lacht een beetje verlegen.

Hij zoent haar zacht op haar lippen, maar ze duwt hem weg.

‘Niet op straat, dat vind ik ordinair.’

‘Oké,’ zegt hij toegeeflijk. ‘Mijn auto staat hier vlakbij. Dan gaan we meteen door naar jouw flat.’

Dicht tegen elkaar lopen ze naar de dwarsgracht waar Hendrick zijn Audi heeft geparkeerd.

Hij glimlacht verontschuldigend als hij ziet dat ze zijn auto kritisch bekijkt. Schoon is hij niet en hij is ruim voorzien van krassen en deuken. ‘Het is een oud beestje, maar hij doet het nog best.’

‘Hij ziet er inderdaad uit alsof hij veel heeft meegemaakt.’ Ook zij glimlacht.

De avond kan niet meer stuk, denkt Zijlstra. Lichtvoetig loopt hij om zijn auto heen met de bedoeling het portier aan de passagierskant voor haar open te maken.

Net als hij zijn autosleutels uit zijn zak haalt, gaat zijn mobiel.

‘Excuus, die moet ik even opnemen.’ Hij haalt het toestel uit zijn binnenzak en kijkt op de display. Daar was hij al bang voor: het is Graanoogst.

Zijlstra draait zich weg van de blonde vrouw en brengt het mobieltje aan zijn oor. ‘Oscar, vertel het eens.’

‘Je zult direct moeten komen, Hendrick. We hebben een dode in een café. Neergestoken, hoor ik zojuist van het ambulancepersoneel.’

‘Zeg dat het niet waar is!’ Hij kan zijn frustratie nauwelijks bedwingen. ‘Nou ja, ik kom eraan,’ zegt hij dan berustend.

‘Waar is het?’

‘Ik heb alle gegevens hier. Kom me eerst maar even ophalen op de Ferdinand Bol.’

‘Goed, tot zo.’

Zijlstra verbreekt de verbinding en zucht. Dan keert hij zich weer naar de blonde vrouw, die hem afwachtend aankijkt.

‘Het spijt me,’ zegt hij met een verontschuldigend gebaar. ‘Dat was het bureau. Ik moet weg. Een moordzaak.’

‘O, wat erg.’ Haar gezicht staat teleurgesteld. ‘Kun je mij nog wel even thuisbrengen?’

‘Sorry, Jacq, gaat niet, ik moet er echt direct heen. Je zult een taxi moeten nemen. Krijg je van me terug.’

‘Nee, laat maar.’ Ze geeft hem een vluchtige zoen op zijn wang en loopt weg.

‘Jacqueline, ik bel je nog!’ roept hij haar hoopvol na.

Maar ze kijkt niet om. Haar hoge hakken klikklakken verontwaardigd op de natte stenen.

Zachtjes vloekend stapt Zijlstra in zijn auto. Bij het wegrijden geeft hij veel te veel gas, waardoor de motor van zijn oude Audi vervaarlijk loeit en de achterwielen een beetje wegslippen.

4

Met een gezicht dat op onweer staat, stormt Hendrick Zijlstra het bureau Ferdinand Bolstraat in. Hij grauwt een groet naar een geüniformeerde collega in de hal, die het waagt hem een goede avond toe te wensen. De trap neemt hij met twee treden tegelijk. Zonder een woord te zeggen beent hij op de eerste verdieping langs de wijd openstaande kamerdeur van Leo Esterik, de wachtcommandant, die achter zijn bureau de krant zit te lezen.

In hun gemeenschappelijke kamer treft hij Graanoogst niet aan. Maar wel in de koffiekamer.

‘Oké, waar is dat lijk?’ snauwt Zijlstra.

‘Ook goedenavond, waarde collega,’ reageert Graanoogst terwijl hij onverstoorbaar doorgaat met het afspoelen van zijn koffiemok. ‘Blij dat je zo snel hebt kunnen komen.’

Zijlstra haalt diep adem. ‘Oscar, jij wilt niet geloven wat voor prachtige vrouw ik net letterlijk heb moeten laten lopen.’ Graanoogst droogt zijn handen af en draait zich naar hem om. ‘Zo zie je maar weer hoe ontzettend wijs het is geweest van de korpsleiding om te regelen dat er tegenwoordig maar één van ons op het bureau hoeft te zitten als we dienst hebben. Dan kun jij fijn in de kroeg mooie meisjes zitten opvrijen, waar de gemeente je nog voor betaalt ook.’ Hij loopt naar de kapstok en trekt zijn jas aan. ‘Het spijt me echt vreselijk dat ik je bij je zoveelste amourette heb moeten weghalen, maar ze wilden in dat café echt niet wachten met dat lijk tot het jou misschien beter uitkwam. Dan gaan we nu maar, oké?’

Enigszins verbluft laat Zijlstra de lijvige adjudant langs hem heen de koffiekamer uit lopen.

Sinds Zijlstra bij de recherche is, heeft hij de ruim vijfentwintig jaar oudere, door de wol geverfde Graanoogst als partner. En nog altijd weet de gedegen politieman hem te verbazen, niet alleen met zijn enorme kennis van het vak, maar ook met zijn soms onberekenbare manier van doen.

Er zit weinig anders op: Zijlstra volgt Graanoogst gedwee naar buiten en trekt zijn petje met twee handen diep over zijn ogen tegen de regen.

‘Rij jij?’ vraagt hij ten overvloede als hij zijn partner naar de bestuurderskant van hun dienstauto ziet lopen.

Graanoogst geeft geen antwoord. Hij stapt in, klikt zijn veiligheidsriem vast en wacht tot Zijlstra ook zit. Met een pittige dot gas rijdt hij weg.

‘We kregen de melding door van de ambulancebroeders. Ze werden opgeroepen omdat er iemand onwel zou zijn geworden,’ rapporteert Graanoogst. Ondertussen stuurt hij de auto met strakke hand naar de Ceintuurbaan. ‘Het slachtoffer bleek al dood te zijn. Bejaarde man. Steekwonden in de rug, waarschijnlijk twee. Café Het Pronkjuweel,’ gaat hij in telegramstijl verder.

‘O, Het Pronkjuweel? Ben ik wel eens geweest. Nogal bruine tent, niet onaardig, maar met verkeerde muziek,’ antwoordt Zijlstra.

Graanoogst kijkt even ontstemd opzij. ‘Ik zit hier niet op jouw recensies van de plaatselijke cafés te wachten. We gaan een moord onderzoeken.’

‘Kalm maar,’ sust Zijlstra, die weet dat hij zijn collega in zo’n bui beter niet kan tegenspreken. ‘Twee steekwonden, hè. Getuigen?’

‘Weet ik niet,’ antwoordt Graanoogst kortaf. Hij claxonneert hard naar een paar fietsers die vlak voor de auto oversteken. ‘Er zijn nog een paar mensen aanwezig, hoorde ik. Verder geen details.’

Zijlstra zwijgt even en vraagt dan: ‘En hoe is het thuis?’ Graanoogst concentreert zich op het verkeer voordat hij antwoordt: ‘Ach, we hebben voortdurend gezeik met Chester. Nou wil hij weer rapper worden. En de vrienden met wie die jongen omgaat! Daar kan ik echt volledig depressief van worden.’

Chester is de helft van de tweeling van Oscar en Henny Graanoogst, weet Zijlstra. Tot ergernis van zijn ouders wil hij al sinds het begin van zijn middelbareschooltijd niet deugen. Hij is heel anders dan zijn tweelingbroer Leroy en zijn jongste zusje Blossom, het oogappeltje van haar vader. Leroy werkt hard op school en haalt steevast goede cijfers, maar Chester is al diverse malen geschorst en hij is zelfs een keer gedwongen naar een andere school overgeplaatst.

Читать дальше
Тёмная тема
Сбросить

Интервал:

Закладка:

Сделать

Похожие книги на «Moord in een café»

Представляем Вашему вниманию похожие книги на «Moord in een café» списком для выбора. Мы отобрали схожую по названию и смыслу литературу в надежде предоставить читателям больше вариантов отыскать новые, интересные, ещё непрочитанные произведения.


Отзывы о книге «Moord in een café»

Обсуждение, отзывы о книге «Moord in een café» и просто собственные мнения читателей. Оставьте ваши комментарии, напишите, что Вы думаете о произведении, его смысле или главных героях. Укажите что конкретно понравилось, а что нет, и почему Вы так считаете.

x